Electrabel gaat de elektriciteitsprijzen voor gezinnen verhogen en probeert dit uit te leggen door de stijging van de marktprijzen voor elektriciteit. Dit doet denken aan de frituur op de hoek die telkens als de aardappelprijzen even stijgen de prijs van een zak frieten verhoogt, maar ze daarna niet meer verlaagt als de patatten terug goedkoper worden. Van de hardwerkende friturist kan je dit nog aanvaarden. Van de aandeelhouders van GDF-Suez in Parijs iets minder.

Voor wie is de winst?

De elektriciteitsprijzen op de groothandelsmarkt vandaag zijn laag. Rond 2010 lagen deze nog ruwweg rond de 60 euro/MWh, vandaag is dat rond de 40 euro in België en in Duitsland gaan de prijzen nu zelfs onder de 35euro/MWh. Al was er in België in april een prijsstijging van 15% ten opzichte van maart, dan nog zaten we 27% onder de gemiddelde prijs van april 2013.

Daarenboven zal de geplande oplevering van de Alegro-lijn, een verbinding van 1000MW met Duitsland, tegen 2018 ongetwijfeld een belangrijke impact hebben op het gelijkschakelen van de Belgische met de lagere Duitse prijzen.

Van die scherpe prijsdalingen heeft de consument nog maar weinig gezien. Ook de industrie klaagt, al staan bedrijven in een wat sterkere onderhandelingspositie ten opzichte van de producenten dan een gezin. Het lijkt ons dan ook tijd dat de elektriciteitsregulator CREG eens uitpluist waar het geld van de prijsdalingen van de voorbije jaren gebleven is. Wie betaalt wat en in welke mate zijn vooral kleine consumenten de dupe van deze afgeroomde winsten?

Duitse energie in overvloed

De prijsdalingen op de Europese markt zijn een gevolg van een overaanbod aan elektriciteit, vooral vanuit Duitsland. Terwijl hernieuwbare energie in Duitsland op korte tijd sterk is gegroeid, blijven vervuilende steenkool- en bruinkoolcentrales er op volle toeren draaien. Dit dankzij de import van goedkope kolen uit de VS, die daar uit de markt geprijsd wordt door de ontginning van schaliegas.

Dit Duitse energieoverschot wordt massaal uitgevoerd naar Nederland en België, niet zozeer omdat wij een tekort aan productiecapaciteit hebben, maar omdat de Duitse steenkoolcentrales goedkoper kunnen produceren dan onze gascentrales. Deze worden momenteel dan ook stilgelegd. Een falend Europees klimaatbeleid heeft namelijk gezorgd voor een belachelijk lage CO2-prijs, waardoor steenkoolcentrales niet hoeven te betalen voor de veel hogere vervuiling die zij aanrichten.

Van overvloed naar tekort

Naast meer vervuiling uit steenkool hebben de huidige lage prijzen nog een ander gevaarlijk gevolg. We zien namelijk een onhoudbare situatie ontstaan waarin enerzijds oude vervuilende centrales langer worden opengehouden, en anderzijds geen enkele investering in nieuwe capaciteit rendabel is. De huidige prijzen dekken namelijk maar met moeite de helft van de totale kostprijs (inclusief investeringskosten) van elektriciteit, waardoor zowat alle nieuwbouwprojecten worden gestopt.

De klassieke oplossing tot op heden is om investeringen in nieuwe productiecapaciteit te subsidiëren. Zo voorzien verschillende Europese landen in subsidies voor de bouw van een nieuwe gascentrale, en wil Groot-Brittannië ook de bouw van twee nieuwe kerncentrales mogelijk maken met subsidies. De Europese Commissie is echter een onderzoek gestart hiernaar omdat de buitensporige subsidies een sterk verstorende invloed op de marktwerking kunnen hebben.

Met name duurzame energieprojecten kunnen in deze ongezonde markt niet concurreren, waardoor ook windenergie subsidies nodig heeft. En dit terwijl de kostprijs van windturbines op land perfect competitief zou zijn in een markt met normale elektriciteitsprijzen.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat we afstevenen op een tekort aan capaciteit, zo waarschuwt ook het Internationaal Energie Agentschap in een recent verschenen rapport. Ons productiepark blijft verouderen en ook de levensduur van onze kerncentrales kan niet eindeloos verlengd worden. De blijvende sluiting van de scheurtjesreactoren Doel 3 en Tihange 2 tonen duidelijk aan dat het onverantwoord is om afhankelijk te blijven van deze oldtimers: nog los van de veiligheidsrisico’s is er het probleem van de bevoorrading.

Een plan voor onze energietoekomst

Zonder bijkomende maatregelen dreigt nu een stroomtekort in de winter van 2015 en 2016. Dit is in de eerste plaats een gevolg van het non-beleid van de voorbije regeringen die er naïef van uitgingen dat de kerncentrales nog wel een paar jaartjes langer open zouden kunnen blijven. Een pijnlijke misrekening. Nu is het alle hens aan dek om het beleid te sturen naar een duurzame energiesector en vooral niet te volharden in de fouten uit het verleden.

Om dit te ondersteunen werkt de milieubeweging momenteel aan een gedetailleerd en becijferd energiescenario voor ons land. De kostprijs van een keuze voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie ligt lager dan afhankelijk te blijven van kernenergie en fossiele brandstoffen. De komende twee jaar moet voldoende ingezet worden op extra maatregelen voor energiebesparing en -efficiëntie. We kunnen ook inspiratie opdoen in Japan, waar vandaag geen enkele kernreactor nog beschikbaar is, een gevolg van de kernramp in Fukushima.

Daarnaast is er nood aan een nationaal energieplan, waarbij de beleidsdomeinen van de vier bevoegde regeringen beter op elkaar worden afgesteld. Op Europees vlak ten slotte, moeten dringend werk gemaakt worden van hogere en stabiele CO2-prijzen en bindende en ambitieuze doelstellingen voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie tegen 2030.