Onze collega Estelle De Plaen is momenteel in Rusland, in de autonome deelrepubliek Komi. om er mee te helpen aan een grote schoonmaakactie van met olie besmeurde gebieden. Ze houdt voor ons een blog bij, en dit is haar derde bijdrage.

Het is 17.00 uur in Usinsk. Er zit alweer een schoonmaakdag op! Tijd om nog even in mijn reisdagboek te duiken, in afwachting van het avondeten. Het einde van mijn verblijf komt dichterbij en ik wil jullie dus graag wat meer vertellen over het Greenpeacekamp en het verloop van onze dagen hier.

De avonden zijn hier telkens anders. Zondagavond hebben we bijvoorbeeld een feestje gehouden voor de verjaardag van onze campagneverantwoordelijke. Vanavond zal het vermoedelijk iets rustiger zijn. Waarschijnlijk zullen we alleen een beetje praten voor we onze tenten en slaapzakken opzoeken. Soms bedenken we ook spelletjes of andere activiteiten. Ik moet zeggen dat de groep in het Greenpeacekamp nogal creatief is in dit soort zaken, dat is echt aangenaam. Je weet nooit welke nieuwe activiteit er zal worden verzonnen!

Ieder op zijn eigen tempo

En onze dagen? We vertrekken vroeg in de ochtend, niet bij zonsopgang, want de zon staat hier al op tussen 3.00 en 4.00 uur ‘s ochtends. Sommigen wisselen hun werk af tussen een dag schoonmaken en een dag op zoek gaan naar nieuwe gebieden waar olie is gelekt. Maar dat geldt niet voor mij. Ik werk vooral in het gebied dat moet worden schoongemaakt. Elk team heeft geleidelijk aan zijn werktempo gevonden. Er worden elke dag twee ‘shifts’ georganiseerd, waarbij één groep ‘s morgens vroeg vertrekt en de andere later in de voormiddag.

De plek waar we gaan schoonmaken ligt op één uur rijden met de auto van het kamp. Om veiligheidsredenen mogen we er niet met de fiets naartoe, want het verkeer is druk en heel gevaarlijk. Openbaar vervoer? Vergeet het maar! Vaak maken we van de ritten (heen en/of terug) gebruik om wat bij te slapen. Want de dagen verlopen hier heel intens. Er is niet alleen het vrij zware lichamelijke werk maar we raken ook sneller vermoeid door de onaangename oliegeur. En dan hebben we het nog niet gehad over die kleine zwarte vliegjes en de dazen en muggen die ons voortdurend lastigvallen.

Ik vind het trouwens indrukwekkend dat die insecten het kunnen inhouden in een dergelijk ‘vervuild’ klimaat als hier. Jammer genoeg komen de beestjes net zozeer in het kamp voor. Onze rode benen en armen zijn daar het duidelijkste bewijs van! We zijn trouwens verplicht om te werken met een soort net op het hoofd om ons te beschermen en te vermijden dat we ons in het gezicht krabben wanneer onze handen (natuurlijk beschermd door handschoenen!) vol olie zitten.

Te veel achterstand, maar we zetten door

Laten we even terugkeren naar onze opdracht. Sinds enkele dagen beschikken we dus eindelijk over het nodige materiaal om beter werk te kunnen leveren. Het is niet ideaal, maar we vorderen nu tenminste een beetje beter. We weten allemaal dat we niet klaar zullen raken, want we hebben al te veel achterstand opgelopen. Maar het is nog altijd de bedoeling dat het bedrijf dat verantwoordelijk is voor dit lek het werk zal afmaken (duimen maar!).

Vandaag hebben we twee vrachtwagens van 10 m³ en twee ‘zwembaden’ van ongeveer 10 m³ gevuld met een mengsel van water en olie. Die hoeveelheid brengen we ongeveer elke keer bijeen wanneer de vrachtwagens komen. En dan zijn er nog de zakken met vervuild zand die zich steeds verder opstapelen. De vrachtwagens die de zwembaden moeten legen en het meest ‘vloeibare’ deel moeten opnemen (mengsel van water en olie), zijn om te beginnen te laat gekomen en kwamen niet altijd op tijd, maar sinds enkele dagen lijkt de spanning wat verminderd. De arbeiders die met de voertuigen moeten komen, lijken tevreden dat ze ons elke dag zien en vinden het zelfs leuk om een praatje met ons te maken.

Enkele cijfers

Het is in elk geval enorm hoeveel werk hier al is verzet… en hoeveel er nog te doen valt! Op één week heeft het team dat op zoek gaat naar plaatsen waar olie is gelekt in totaal 125 olielekken in de regio vastgesteld. Sommige daarvan zijn meerdere kilometers lang en enkele honderden meters breed, zoals ik eerder al beschreef. Wij met ons schoonmaakteam hebben op één week meer dan 50 ton olie verzameld… maar jammer genoeg hebben we daarmee verre van de helft van het werk verricht.

Sommige vrijwilligers voelen zich soms wat ontmoedigd. We moeten hen zo goed en zo kwaad als het kan proberen op te monteren om voort te doen. Het is niet altijd gemakkelijk, maar gelukkig zijn er af en toe activiteiten die iedereen een nieuwe ‘boost’ geven. Zondag hebben we bijvoorbeeld een pauze ingelegd en zijn we gaan picknicken langs de Petsjora-rivier. Het was hartverwarmend om eindelijk nog eens te kunnen genieten van een schitterend landschap. Het herinnerde ons ook aan de reden van ons werk hier. Ook al kunnen we het dan niet zelf voltooien, toch is één ding duidelijk: het is de moeite en ik heb geen spijt dat ik naar hier gekomen ben.

Nog maar enkele dagen en dan moet ik alweer vertrekken, de tijd gaat snel. Tot binnenkort voor het vervolg… en het einde van mijn verslag uit Rusland.