Noorwegen dringt steeds verder door in de Noordelijke IJszee om er naar olie te boren en dat brengt enorme milieurisico’s met zich mee.

Greenpeace Esperanza Arctic Ship Tour 2014The Greenpeace ship Esperanza visits the Arctic nature reserve Bear Island in the Barents Sea. Home to an estimated one million sea birds in the summer months this bird colony is one of the largest in the northern hemisphere. Bear Island is located 74 degrees north and around 175 km east from the island where the state owned Norwegian oil company planning to drill the world’s northernmost oil well so far. The Greenpeace ship Esperanza is in the Arctic to expose and confront Statoil’s plans in the far North.

De Barentszzee is een van de rijkste en meest unieke mariene ecosystemen ter wereld, met opmerkelijke hoeveelheden zeevogels, zeezoogdieren, vissen en andere mariene organismen. Het mogelijke kortetermijnvoordeel van oliewinning weegt hier absoluut niet op tegen de milieurisico’s op lange termijn die de offshore-boringen veroorzaken.

Deze zomer heeft Statoil drie putten geboord om naar olie te speuren in de noordelijke Barentszzee, ongeveer 300 km ten zuidoosten van Spitsbergen. Momenteel wordt een vierde put geboord, in samenwerking met de Russische oliemaatschappij Rosneft. Tot nu toe zijn er in die exploratieboorputten geen aanzienlijke hoeveelheden brandstof aangetroffen, maar het bedrijf is van plan volgend jaar nog verder verkennende boringen uit te voeren in de noordelijke Barentszzee.

Greenpeace Esperanza Arctic Ship Tour 2014PICTURED:SUMMARY:Greenpeace activists from eight countries continue to protest during the midnight sun on the 28th May 2014 against the Statoil contracted oil rig Transocean Spitsbergen and the company's plans to drill the northernmost well in the Norwegian Arctic. The Apollo Prospect where the drillsite lies in the Barents Sea is less than 200kms away to the Bear Island nature reserve. © Greenpeace

Deze zomer ging ook een seismisch onderzoek naar olie in de noordelijke Barentszzee van start, in opdracht van het Noorse Oliedirectoraat. Bij dat onderzoek wordt vanop een boot extreem sterk geluid (duizenden keren luider dan van een straalmotor) in het water geschoten met een luchtgeweer. Met onze hydrofoons konden wij de schoten van het seismische luchtgeweer tot op enkele honderden kilometers van het schip horen. De gewone vinvissen, dwergvinvissen en bultruggen in het gebied kunnen het geluid van het seismische luchtgeweer ook horen, want dat heeft dezelfde lage frequentie als de geluiden waarmee deze dieren communiceren. De laagfrequente seismische geluidsgolven van de olie-exploratie kunnen zich verscheidene duizenden kilometers in de oceaan verplaatsen.

Op basis van onze huidige inzichten in de risico’s en gevolgen van olieboringen op zee en van grote olielekken over de hele wereld moeten we concluderen dat Noorwegen in de Noordelijke IJszee misschien wel meer op het spel zet dan het beseft.

Zo weten we bijvoorbeeld dat er altijd een kans bestaat op een belangrijk olielek, ook al menen de overheid en de industrie dat zij de boringen volledig veilig kunnen uitvoeren. Mensen maken nu eenmaal fouten en ook materiaal kan defect raken. Noorwegen heeft trouwens niet de hoogste internationale normen geëist voor zijn olieboorprogramma in de Barentszzee.

Daardoor blijft de kans op een rampzalige blow-out van een exploratieboorput reëel, zoals in 2010 gebeurde in de Golf van Mexico in de VS bij de ramp met het BP-platform Deepwater Horizon. Die ramp kostte het leven aan 11 bemanningsleden en meer dan 4 miljoen vaten olie kwamen toen in zee terecht. Hetzelfde risico bestaat bij het boorprogramma in de Noorse Barentszzee. Als daar een belangrijk olielek zou optreden, kan dat leiden tot ernstige en langdurige milieuschade. Ter vergelijking: de schade van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska in 1989 is vandaag, meer dan 25 jaar later, nog altijd merkbaar.

We weten ook dat er geen manier is om een grote olievlek op zee in te dammen of op te ruimen – zeker niet in zee-ijs – of om de aangerichte milieuschade te herstellen. Kortom: olieboringen in de noordelijke Barentszzee zouden kunnen leiden tot blijvende veranderingen in dit rijke en unieke Arctische mariene ecosysteem, dat nu al te kampen heeft met de gevolgen van de klimaatverandering, overbevissing, de walvisjacht en andere activiteiten.

Deze week liet het Noorse oliedirectoraat weten zijn programma voor seismisch onderzoek in de Barentszzee voor 2014 te staken. Dat is één maand vroeger dan gepland en nochtans is het gebied ten oosten van Snnpitsbergen nog niet volledig in kaart gebracht. Dat is fantastisch nieuws, maar waarschijnlijk nog niet het definitieve einde van de olie-exploratie in de Noorse wateren.

We hopen dat Noorwegen de juiste keuze zal maken en neen zal zeggen tegen verdere offshore-olieboringen of andere ontwikkelingen in de Barentsz- en Noordelijke IJszee.

Rick Steiner, professor mariene natuurbehoud, Anchorage, Alaska (momenteel aan boord van het Greenpeace-schip de Esperanza in de Barentszee)