Nieuw energiebeleid: beslist de toekomstige regering of GDF Suez-Electrabel?

Schrijf een reactie
Nieuwsartikel - 16 november, 2011
Vanuit de hoofdkwartieren in Parijs richtte GDF Suez gisteren een niet mis te verstane boodschap aan de Belgische regeringsonderhandelaars. Dat er geen enkel juridisch middel onbenut zal blijven om het akkoord over de nucleaire rente aan te vechten en dat het Franse bedrijf volgend jaar zélf met een strategie voor de toekomst van de Belgische kerncentrales komt.

Dat de Franse energiereus zich boven elke democratische controle verheven waant, is geen nieuws. Maar wie zal er uiteindelijk de lijnen voor het Belgische energiebeleid uitzetten, vraagt Greenpeace zich af. De aandeelhoudersvergadering van GDF Suez-Electrabel of onze toekomstige regering?

In 2012 zal GDF Suez-Electrabel 550 in plaats van 250 miljoen euro moeten betalen op de superwinsten die ze maakt op de kap van de consument, dankzij de afgeschreven centrales. Dat kwamen de onderhandelaars op maandag overeen. Ze vragen daarmee lang niet het onderste uit de kan. Volgens de recente berekeningen van de CREG bedraagt de rente tussen de 1,7 en de 2,3 miljard euro (afhankelijk of die berekend wordt op basis van de voordelige prijs voor industriële grootverbruikers of de totale electriciteitsfactuur die alle consumenten samen bedraten.) GDF Suez-Electrabel mag daarvan nog een 'billijke' winstmarge van 450 miljoen euro afhouden. Dan kom je op een rente van minstens 1,25 miljard. De taks van 550 miljoen dus een vriendenprijs om de kerncentrales nog een jaartje uit te melken.

Toch niet, vindt GDF Suez-Electrabel dat alvast dreigt met een juridische veldslag. Daarbij verwijst het naar het ontwerpprotocol dat in 2009 werd getekend met toenmalig premier Herman Van Rompuy en energieminsiter Paul Magnette. Die kwamen destijds achter gesloten deuren overeen om de levensduur van de drie oudste reactoren met tien jaar te verlengen in ruil voor een jaarlijkse nucleaire taks van 250 miljoen euro. Maar omdat dit ontwerpprotocol door de val van de regering nooit in een formele wet werd verankerd, heeft het geen enkele wettelijke basis. GDF Suez-Electrabel, die zich eens te meer boven de geplogenheden van een parlemantaire democratie verheven voelt, vecht dit aan.

Stop op de investeringen?

Toch blijft GDF Suez-Electrabel schermen met het ontwerpprotocol als de onderhandelaars praten over de energietoekomst van het land. Het document werd begin deze maand al een keer uit een lade getrokken, toen bekend werd dat de onderhandelaars vasthouden aan het principe van de wet op de kernuitstap. De enige drijfveer van GDF Suez-Electrabel is om de zeer winstgevende kerncentrales onmisbaar te maken. Dan 'moeten' de Belgische politici de wet op de kernuitstap wel herzien, is de redenering. En anders, zo klinkt het dreigend vanuit Parijs, komen er geen nieuwe investeringen in België en zal het bedrijf zelf wel beslissen hoe het verder moet met de Belgische kerncentrales. Wat het dreigen nog obscener maakt, is dat de Franse staat zelf een hoofdaandeelhouder van GDF Suez-Electrabel is. Met andere woorden: een buitenlandse overheid houdt een bevriend buurland in een wurggreep.

Trouwens, het zou absoluut niet zo dramatisch zijn dat GDF Suez-Electrabel zijn dreigementen waar maakt en de stop zet op investeringen in België. Sinds de vrijmaking van de energiemarkt heeft GDF Suez-Electrabel amper nog geïnvesteerd in nieuwe productiecapaciteit in ons land. Het kan dus alleen de goede kant opgaan. De belangrijkste investeringen waren de vervanging van de stoomgeneratoren van de kerncentrales en de ombouwing van een oude steenkoolcentrale tot een biomassacentrale met laag rendement die op alles behalve duurzame houtpellets draait. Daarmee geraakt GDF Suez-Electrabel aan de verplichte hoeveelheid groenestroomcertificaten, zonder in ons land in extra productiecapaciteit te investeren.

Steekspel

Een nefast gevolg van het steekspel van GDF Suez-Electrabel is dat voorstanders van kernenergie dit aangrijpen als een argument om de Belgische reactoren langer open te houden. Hoe langer de centrales blijven draaien, hoe meer geld van de nucleaire rente er terug zou vloeien naar de Belgische staat, vinden ze. Dat klopt niet. De kerncentrales werden afgeschreven op 20 jaar tijd, terwijl ze volgens de wet op de kernuitstap 40 jaar mogen openblijven. Tegen 2025, als de oudste reactoren moeten sluiten, kan er dus nog meer dan voldoende nucleaire rente gerecupereerd worden.

Na de dreigingen van de afgelopen weken zou het zeer duidelijk moeten zijn voor onze toekomstige regering wat hen te doen staat: vooral niet toegeven aan de chantage van de energiereus en de nodige ruimte creeëren voor nieuwe, duurzame investeringen. Ook op het vlak van energie-efficiëntie liggen kansen voor het grijpen. Alleen al door onze energie-intensiteit op hetzelfde niveau te brengen als deze van onze buurlanden, kunnen we een aanzienlijk deel van de jaarlijkse productie van de drie oudste kernreactoren uitsparen. Met eenvoudige ingrepen zoals correct onderhoud van systemen voor koeling en verwarming in kantoren, relighting en het vermijden van sluipverbruik kunnen we binnen de twee jaar 9,5 TWh besparen. Dat komt ongeveer overeen met twee derde van de jaarlijkse productie van de oudste drie reactoren.

Hoog tijd dus dat België zijn eigen energievoorziening opnieuw in handen neemt en ruimte maakt voor verstandige en toekomstgerichte investeringen.

– Eloi Glorieux en Joëlle Hérin, campagneverantwoordelijken Energie Greenpeace België

Geen reacties Reageren

Schrijf een reactie 

Je moet aangemeld zijn om een reactie te publiceren.