Illegale houtkap bedreigt bonobo's

Nieuwsartikel - 23 mei, 2012
Terreinonderzoek van Greenpeace legt de verwoestende impact van de houtkapindustrie in Congo bloot. Het betreft een deel van het regenwoud waar veel bonobo's leven. Maar niet alleen de natuur ligt er onder vuur: de lokale gemeenschappen zijn de eerste slachtoffers van de illegale werkwijzen van deze industrie.

Voor zijn nieuw rapport werkte Greenpeace samen met de Congolese organisatie Réseau Ressources Naturelles (RRN). Een van de opvallende voorbeelden uit het rapport, is een bedrijf dat elf kapvergunningen op zak stak, terwijl het er wettelijk maar twee mag hebben.

Ook tussen industriële en artisanale houtkap is de verwarring groot. De artisanale vergunningen zijn wettelijk gezien enkel bestemd voor Congolezen, maar in het bos zagen de onderzoekers van Greenpeace mensen uit China en Libanon aan het werk.

De lokale bevolking is het eerste slachtoffer van dit gebrek aan goed bestuur: ze hebben geen inkomsten, wel uitbuiting en een verwoest bosgebied.

Europese wetgeving

In maart 2013 treedt een nieuwe Europese houtwetgeving in werking. Houthandelaren kunnen dan boetes en straffen krijgen bij overtredingen van het handelsverbod voor illegaal gekapt hout. Het is meteen een extra reden voor handelaren om de hele handelsketen eens door te lichten.

Greenpeace roept Europese landen op om ervoor te zorgen dat sancties en controles overal even sterk zijn. Anders komt dit illegaal hout toch via de achterdeur Europa binnen.

Bonobo's

Wat de bonobo's betreft, deelt WWF de vrees van Greenpeace. Het Wereldnatuurfonds heeft de voorbije jaren meer dan een half miljoen euro geïnvesteerd in de provincie Bandundu, onder andere voor een ecotoerismeproject.

Daarom vragen Greenpeace en WWF in een gezamenlijk persbericht aan de houtkapindustrie en de houtimporteurs om de sector uit te mesten, en alle invoer en verkoop van illegaal gekapt hout te stoppen.

- Lees het rapport van Greenpeace

Onderwerpen