Vanuit Kinshasa dringt Greenpeace aan op hervorming van de bossector

Nieuwsartikel - 28 juli, 2009
Het nieuwe Greenpeacekantoor in Congo organiseerde in juli een aantal bijeenkomsten met de afgevaardigden van gemeenschappen uit bosrijke gebieden. Na afloop kreeg de Congolese milieuminister José Endundu Bononge een open brief in de bus. Meer transparantie bij de lopende hervormingen en meer inspraak van de betrokken bevolking zijn de belangrijkste eisen waarop het Greenpeacekantoor in Kinshasa hamert.

Een pygmeeënkind in de Evenaarsprovincie in Congo. Welke toekomst heeft hij als de wouden verdwijnen?

In de Democratische Republiek Congo ligt het merendeel van het op één na grootste regenwoud op aarde. Die bossen herbergen een uitzonderlijke biodiversiteit. Helaas zijn ze zeer gegeerd door de houtindustrie, die munt slaat uit de moeilijkheden waarmee de Congolese regering kampt bij het opzetten van efficiënte controles.    

Op aangeven van verschillende geldschieters als de Wereldbank werden de afgelopen jaren een aantal wettelijke instrumenten in het leven geroepen. Die zijn bedoeld om de bossector te hervormen. Greenpeace volgt het proces op de voet sinds het van start ging aan het begin van 2000, maar het blijkt een werk van lange adem. De herziening van de eigendomstitels is een zo'n juridisch instrument.

Een eerste kaap werd gerond in januari 2009, toen de Congolese autoriteiten de laatste hand legden aan de doorlichting van alle bestaande bostitels. Greenpeace erkende dat de autoriteiten het herzieningsproces doorlopen hadden, maar de milieuorganisatie liet niet na op te merken dat er nog veel werk aan de winkel is om de Congolese bossen te redden, met name ervoor zorgen dat de lopende hervormingen echt opgevolgd worden want de voorwaarden om doeltreffend toezicht te houden op de industrie ontbreken nog.

Enkele maanden nadat het kantoor in Kinshasa de deuren opende, kan Greenpeace niet anders dan zijn bezorgdheden over de toepassing van de wettelijke maatregelen herhalen, onder andere aan de hand van open brief aan de minister van Milieu. Meer dan ooit gebeurt het overleg over de hoofden van de lokale bevolking heen.

Op het terrein tasten de gemeenschappen volledig in het duister over de zeer omvangrijke hervorming door de geldschieters. Zelfs eenvoudige informatie als een lijst met kapvergunningen werd nooit vrijgegeven. De bevolking ziet de exploitanten hout kappen en het bos ontruimen, zonder dat ze informatie krijgt over de wettelijkheid van deze activiteiten. Hun rol blijft beperkt tot die van een onmachtige getuige van het verdwijnen van hun bossen en hun bestaansmiddelen.  

Een duurzaam beheer van de Congolese bossen is van cruciaal belang voor het voortbestaan van meer dan 40 miljoen Congolezen. De bescherming van dit regenwoud is ook nodig voor de diversiteit en het klimaat. Greenpeace vindt een landgebruiksplan een noodzakelijke stap om de bosontginning in Congo in overeenstemming te brengen met de milieu-uitdagingen van de 21ste eeuw: strijden tegen de klimaatveranderingen en het behoud van de biodiversiteit.   

Dit landgebruiksplan moet samen met de lokale bevolking opgesteld worden en moet de verschillende gebruiken van het Congolese woud duidelijk in kaart brengen: zones met geklasseerde bosgebieden, andere stukken bos voorbehouden aan alternatief gebruik in plaats van niet-duurzame bosontginning, nog andere gebieden bestemd voor de lokale gemeenschappen en tot slot zones voor duurzame ontginning van hout.

Onderwerpen