Twee schepen, één enorm probleem

Greenpeace tast grenzen af van olieontginning

Nieuwsartikel - 26 augustus, 2010
Toen de olie nog volop in de Golf van Mexico stroomde, trachtte BP de media zo veel mogelijk weg te houden uit het rampgebied om te verhinderen dat beelden van besmeurde dieren de wereld zouden rondgaan. Onaanvaardbaar, vindt Greenpeace. Daarom zonden we twee van onze schepen uit om na te gaan waar de grenzen liggen van het onwaarschijnlijke olieavontuur.

De Esperanza vaart voor het Stena Don-boorplatform van Crain Energy, op de voet gevolgd door een Deense oorlogsbodem.

Olierampen zoals die in de Golf van Mexico kunnen nog gebeuren, zolang we fossiele branstoffen niet resoluut de rug toekeren en het potentieel op het vlak van hernieuwbare energie verzilveren. Die laatste zijn steeds meer economisch rendabel en technologisch ontwikkeld.

In de komende maanden wil Greenpeace helpen om de echte impact na te gaan van de zwaarste ramp uit de Amerikaanse geschiedenis, om praktijken aan de kaak te stellen die kunnen leiden tot gelijkaardige incidenten en natuurlijk om verder onderzoek te voeren naar duurzame oplossingen. Daarom zijn twee van de drie Greenpeaceschepen vertrokken, vastberaden om de kraan dicht te draaien voor een petroleumloze toekomst.

Esperanza in volle actie

De missie van de Esperanza is glashelder: strijden tegen ontginning op grote diepte, propere en hernieuwbare energie promoten. De oliemaatschappijen hebben een kortetermijnvisie, waarbij ze steeds verder, duurder, riskanter willen boren, terwijl de evolutie naar groene energie onvermijdelijk is. Volgens het Potsdam Institute for Climate Impact Research mogen we niet meer dan een kwart van de voorraden fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool) verbranden tegen 2050 om de temperatuurstijging op aarde onder de 2 °C the houden. Hoewel de vervuiling van BP in de Golf van Mexico nog niet ten einde is, begint een andere Britse oliemaatschappij, Cairn Energy, reeds met nieuwe gevaarlijke ontginningen.

In het noordpoolgebied, dat op heden nog niet werd aangetast voor olieprospectie, is dit onervaren bedrijf begonnen met de exploitatie van een eerste put van 300 tot 500 meter diepte. De Esperanza brengt het boorplatform een bezoekje, nauwlettend in de gaten gehouden door de Deense marine.

Arctic Sunrise in dienst van de wetenschap

Dit Greenpeaceschip wordt de uitvalsbasis voor Amerikaans wetenschappelijk onderzoek naar de impact van de olieramp en de chemische oplosmiddelen op het onderwaterleven in de Golf. De onderzoekers bestuderen alles van plankton tot koraal.

Volgens schattingen van de universiteit van Georgia is 80 % van de olie die bij de olieramp vrijkwam nog in de oceaan aanwezig. Dat is in strijd met de berichten van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) of het National Incident Command (NIC), een overheidsinstantie die de gevolgen van de olieramp onderzoekt. Een nieuwe studie van de Amerikaanse onderzoeksinstelling Woods Hole Oceanographic Institution ontkent dat de olie snel werd verteerd door micro-organismen. De wetenschappers zijn unaniem: er is verder en uitgebreider onderzoek nodig om de verschillende gevolgen van deze ramp voor de ecosystemen volledig in kaart te brengen.

Kom aan boord

Ook al duurt het jaren om de volledige impact van dit olielek te analyseren, een ding staat nu al vast: onze energiepolitiek moet het oever een andere boeg gooien, en we moeten afstappen van fossiele brandstoffen ten voordele hernieuwbare energiebronnen. Blijf niet aan wal staan, bezoek regelmatig onze sites en volg het parcours van onze schepen.

Onderwerpen