Europa hernieuwt zijn energie

Nieuwsartikel - 10 september, 2008
Greenpeace is blij met het resultaat van de stemming over de richtlijn rond hernieuwbare energie in het Europees Parlement. De doelstelling om 20 % van de energie in Europa uit hernieuwbare bronnen te halen tegen 2020, werd bevestigd. De Europarlementsleden hebben zich met een overdonderende meerderheid uitgesproken voor hernieuwbare energie. Ze toonden zich wel minder vastberaden om de ontwikkeling van niet duurzame biobrandstoffen af te remmen.

Windmolenpark voor de Deense kust

Het resultaat van de stemming op 11 september is uitzonderlijk bemoedigend omdat dit toelaat de lidstaten dwingende doelstellingen en passende sancties op te leggen. De richtlijn waarover werd gestemd voorziet ook maatregelen om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken, zoals een vereenvoudigde aansluiting van hernieuwbare energie op het distributienet voor gas en electriciteit. Ook het gebruik van hernieuwbare energie voor verwarmingssystemen in nieuwe gebouwen wordt aangemoedigd.

Greenpeace is opgelucht na de stemming in de Industriecommissie, maarstaat sceptisch tegenover de resultaten van de stemming overbiobrandstoffen. Hoewel verschillende studies aantonen datbiobrandstoffen geen efficiënte bijdrage leveren in de strijd tegen deklimaatverandering, blijft de vooropgestelde doelstelling om 10 % hernieuwbare energie (vooral biobrandstoffen) te gebruiken voor de transportsector. Duurzame biomassa gebruikenvoor transport zou contraproductief zijn omdat de sector talmt op vlak vanenergie-efficiëntie.

Aan de Belgische regering om te volgen...

De stemming opent perspectieven voor België dat vandaag stagneert met amper 2 % van het energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Om de 20 % te halen die de EU vooropstelt tegen 2020 en de 13 % die werd opgelegd aan ons land, zal België op zijn beurt doelstellingen en maatregelen moeten bepalen per sector. Een van de maatregelen moet zijn om prioriteit te geven aan windmolenparken op zee. Greenpeace publiceerde recent een studie die de betrouwbaarheid van de energieproductie en de meerwaarde van een netwerk van windmolenparken aantoont.

Onderwerpen