Twee jaar geleden hadden de lokale gemeenschappen in de bossen van Mahan, in de Indiase deelstaat Madhya Pradesh, een goede reden om te vieren. Op de vooravond van de Internationale Bossendag kregen ze nieuws dat hun traditionele gronden niet zouden worden geveild voor de ontginning  van steenkool. Dit was het resultaat van een lange en intensieve strijd om het behoud van hun rechten over het bos dat in het levensonderhoud van duizenden mensen voorziet.

De dorpelingen in Mahan hebben dan wel een felbevochten overwinning behaald tegen de steenkoolindustrie en de overheid die uit waren op snel gewin, maar zo lang hun gemeenschapsrechten en hun rol als ‘hoeders van het bos’ niet volledig erkend worden, zal de steenkool onder hun voeten een bron van spanning blijven.

 En ze zijn niet alleen. Honderden gemeenschappen over de hele wereld, van de First Nations in Canada die zich verzetten tegen pijpleidingen voor teerzandolie op hun traditionele gronden, tot de Khant- rendierherders in West-Siberië die hun landen trachten te beschermen tegen olieboringen, zien hun gronden bedreigd door fossiele brandstofbedrijven. Zo is ongeveer 30 procent van alle olie en gas die Amerikaanse bedrijven produceren afkomstig van bronnen op of nabij de gronden van inheemse gemeenschappen.

Getroffen gemeenschappen

Al tientallen jaren stellen we wijdverspreide milieuschade vast als gevolg van onze honger naar kolen, olie en gas. Deze aanval op vaak gemeenschappelijke gronden is niet alleen tragisch voor de getroffen gemeenschappen, maar voor ons allemaal. Onderzoek door het Rights and Resources Initiative en het World Resources Institute heeft aangetoond dat waar de inheemse en lokale bevolking sterke rechten over hun gronden genieten, de opslag van koolstof hoger en de ontbossing lager is. Hiermee dragen ze dubbel en dik bij aan de inperking van de opwarming van de aarde.

Toch zijn lokale gemeenschappen wereldwijd slechts wettelijk eigenaar van 20 procent van hun traditionele gronden. Hierdoor staat de deur wagenwijd open voor overheden en privébedrijven om hele dorpen te ontruimen en bossen om te hakken, opdat ze de fossiele brandstoffen eronder kunnen ontginnen. Wanneer ze opnieuw vertrekken, zijn ooit ongerepte en waardevolle bossen en rivieren veranderd in kale vlaktes.

Begin van een duurzaam alternatief

Terwijl nog te veel overheden en bedrijven onze bossen en meren blijven beschouwen als onuitputtelijke voorraadkamers voor commercieel gewin, reageren inheemse en lokale gemeenschappen door hun rechten op te eisen en hun omgeving te beschermen. Ze laten ons een alternatieve kijk op de wereld zien: een systeem dat onze symbiotische band met de natuur respecteert en dat gestoeld is op een duurzaam gebruik en collectief beheer van natuurlijke grondstoffen waar iedereen baat bij heeft.

Vandaag, op de Internationale Bossendag, en de hele maand maart, komen lokale en inheemse gemeenschappen over de hele wereld in actie onder de koepel van de Break Free-beweging. Gesteund door duizenden burgers, vragen ze de bescherming van hun gronden en bossen, erkenning van hun rechten en einde aan de ontginning van kolen, olie en gas.

Door de rechten van gemeenschappen over hun traditionele gronden te erkennen, kunnen – en moeten – we hieraan bijdragen. Want niet enkel ons klimaat, maar ook onze natuur en de bestaansmiddelen van honderden miljoenen mensen hangen ervan af.

- Fionuala Cregan is de coördinatrice van Land Rights Now, één van de partners in de Break Free-beweging.