Het moet begin 2014 geweest zijn dat ik voor het eerst over TTIP hoorde, het trans-Atlantisch handelsakkoord dat op dit moment onderhandeld wordt tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Op zich zijn handelsakkoorden natuurlijk niets nieuws, er zijn er wereldwijd al ruim 1.400 ondertekend, maar toch verontrustte dit akkoord mij in grote mate. Waarom?

Geheime onderhandelingen

Het eerste wat mij bij dit handelsakkoord tegen de borst stuit, is het tergend gebrek aan transparantie en informatie. Tot voor kort had nog niemand in mijn omgeving van TTIP gehoord. Ook de Europarlementariërs die het democratisch mandaat hebben om op de onderhandelingen toe te zien, krijgen slechts zeer beperkt toegang tot de documenten. Dit betekent dat de grote bedrijven vrij spel hebben om de onderhandelingen te beïnvloeden. En dit doen ze heus niet in het algemeen belang.

Een duidelijk voorbeeld hiervan is het systeem van private arbitrage tussen bedrijven en staten (ISDS) dat deel moet gaan uitmaken van TTIP. Hiermee kunnen buitenlandse investeerders zich wenden tot een orgaan van bedrijfsadvocaten dat buiten onze publieke rechtsorde staat, wanneer ze vinden dat de wetten van een land hun belangen schaden. Blijkbaar is toch niet iedereen gelijk voor de wet?

Laag, lager, laagst

Maar het echte probleem zit hem in de doelstelling van TTIP: het verwijderen van regulatoire hindernissen die de mogelijke winsten van transnationale bedrijven in Europa en Amerika belemmeren. Een dure formulering die zich gemakkelijk laat samenvatten: deregulering.

Europa hanteert in veel domeinen namelijk strengere regels dan Amerika. Een van de redenen hiervoor is het voorzorgsprincipe. Zijn we bijvoorbeeld niet voldoende zeker dat een nieuw product onschadelijk is, dan wordt het van de markt gehouden. Aan de overzijde van de Atlantische Oceaan bestempelt men dit beroep op het gezond verstand als verouderd en wordt de toepassing ervan gezien als een belemmering van de vrije handel en de ontwikkeling van innovatieve technologieën.

De Europese onderhandelaars sloven zich uit om tot in den treure te herhalen dat er niet geraakt zal worden aan onze (terecht) strengere regels op vlak van gezondheidszorg, voedselveiligheid en milieubescherming. In de praktijk zien we echter nu al voorbeelden van normverlaging. Zo overweegt de Europese Commissie om kippen te laten reinigen in perazijnzuur (vergelijkbaar met de Amerikaanse ‘chloorkippen’) en laat het een impactstudie uitvoeren rond hormoonverstorende stoffen.

En niet alleen bestaande wetgeving komt mogelijk onder vuur te liggen; onder TTIP wordt het ook moeilijker om nieuwe, ambitieuze normen aan te nemen. Door de hevige publieke weerstand tegen ISDS overweegt de Europese Commissie momenteel een nog gevaarlijker alternatief: regulatory cooperation. Hiermee krijgen Amerikaanse bedrijven inspraak in het Europese regelgevingsproces (en omgekeerd) en moet voor elke nieuwe regel een kosten-batenanalyse uitgevoerd worden. De ervaring leert dat de economische bedrijfsbelangen hierbij veel zwaarder doorwegen dan de vaak minder tastbare sociale en milieubelangen.

All is not lost

Gelukkig is het niet meer begin 2014. De laatste maanden is een enorme, grassroots protestbeweging tegen TTIP en de geheime onderhandelingen ontstaan. In de media wordt er geregeld over bericht – hoewel nog vaker over de vermeende voor- dan over de nadelen ervan – en het wordt al moeilijk om iemand te vinden die er nog nooit van gehoord heeft.

Maar we kunnen – en moeten – nog veel meer doen, willen we dit rampzalige akkoord tegenhouden. Je kunt alvast beginnen door deze petitie te tekenen en net als meer dan 1 miljoen Europeanen je ongenoegen te laten blijken over de manier waarop onze politici zich laten inpakken door de bedrijven. All is not lost, maar er rest ons niet veel tijd!