België niet bereid om illegaal hout van de markt te weren

Persbericht - 14 mei, 2013
Greenpeace vindt het onbegrijpelijk dat een verdachte lading afrormosiahout wordt vrijgegeven zonder sluitende bewijzen over de legaliteit ervan. Greenpeace zal daarom klacht neerleggen en roept de invoerders op om het hout uit de handel te weren.

De dienst Cites van FOD Leefmilieu heeft gisteren een lading illegaal hout afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC) vrijgegeven. Ondanks tegenstrijdige verklaringen over de herkomst van het hout en afwezigheid van afdoende legaliteitsbewijzen, mag het hout toch op de markt gebracht worden. Deze beslissing is een duidelijke politieke keuze van de Belgische overheid. Hoewel het op de markt brengen van illegaal hout sinds kort verboden is, blijkt ons land niet bereid om die Europese wetgeving effectief uit te voeren. Daarmee is de zaak zeker nog niet gesloten. Greenpeace zal klacht neerleggen bij het Antwerpse parket en roept de invoerders van dit hout op om van commercialisering af te zien.

Illegale houtkap

De omstreden lading bestaat uit ongeveer 40 m3 gezaagd afrormosiahout van het Congolese houtkapbedrijf Tala Tina, bestemd voor de Belgische importeurs Vandecasteele en Denderwood. Omdat er ernstige aanwijzingen waren dat het hout afkomstig was van illegale houtkap, besloot de Cites-dienst op 25 maart het hout in de haven te blokkeren en aan nader onderzoek te onderwerpen. Toch had diezelfde dienst eerder al een invoervergunning afgeleverd. Gisteren werd het hout dan opnieuw vrijgegeven. Volgens de dienst werd het nodige bewijsmateriaal aangeleverd en kan volgens alle beschikbare informatie worden besloten dat het hout legaal gekapt is.

Geen sluitende bewijzen

Greenpeace kon die informatie inkijken maar gaat niet akkoord met de beslissing van de Cites-dienst. Het hout zou door Tala Tina gekocht zijn van een derde partij en afkomstig zijn uit Basoko, in de provincie Orientale. Maar sluitende bewijzen die aantonen dat deze derde partij het hout legaal gekapt heeft, ontbreken. Beschikt de derde partij wel over een exploitatievergunning en een bijzondere kapvergunning voor het kappen van afrormosia, afgeleverd door de provinciegouverneur? Het enige document dat een vergunning moet voorstellen, werd afgeleverd door een lokale functionaris en stemt helemaal niet overeen met het wettelijk voorziene model voor kapvergunningen.

Greenpeace vindt het onbegrijpelijk dat de Belgische autoriteiten deze informatie aanvaarden als bewijs van de legale herkomst van het hout. Deze verklaring over de herkomst van het hout is bovendien totaal in strijd met eerdere verklaringen afgelegd door de Congolese exporteur én de Congolese autoriteiten. Zo beweerden de autoriteiten eerst dat het hout afkomstig was van een houtkapconcessie van Tala Tina in de provincie Orientale. Toen bleek dat die concessie onbestaande is, bleek het hout opeens gekocht te zijn van een artisanale exploitant in de Evenaarsprovincie. Toen erop werd gewezen dat de voorgelegde kapvergunning van die exploitant slechts geldig was tot 31 december 2008, kwamen de Congolese autoriteiten weer met een nieuwe uitleg op de proppen. Intussen is het Congolese gerecht een onderzoek gestart naar de zaak, dat volgens onze informatie nog steeds lopende is. Voor Greenpeace is het onaanvaardbaar dat de Cites-dienst daaruit besluit dat het hout legaal gekapt werd.

"Het ontbreekt onze overheid aan politieke moed om illegale hout effectief van onze markt te weren", zegt Jonas Hulsens van Greenpeace. "De belangen van houthandelaars en de goede relaties met de DRC lijken te primeren. Daarnaast is het overduidelijk dat de Belgische overheid niet de capaciteit heeft om de inkomende houtstromen systematisch op hun legaliteit te controleren, wat nochtans een wettelijke verplichting is."

Achterpoortje voor illegaal hout


De beslissing van de Belgische Cites-dienst laat zien dat de implementatie en handhaving van de Europese Houtverordening (EUTR) nog veel te wensen overlaat. Die nieuwe wet verbiedt het op de markt brengen van illegaal hout en verplicht invoerders om te garanderen dat het hout afkomstig is van legale kap. Maar de EUTR gaat ervan uit dat hout voorzien van een Cites-vergunning per definitie legaal gekapt is. Door de gebrekkige handhaving van de Cites-wetgeving dreigt Cites een achterpoortje voor illegaal hout te worden.

De Cites-dienst is zich blijkbaar wel van het probleem bewust. Ze pleit voor een kritische evaluatie en heeft het probleem ook al op Europees niveau aangekaart. Maar ze maakt een grote vergissing door zich te verschuilen achter een pleidooi voor een internationale aanpak. Ondertussen gaat de illegale houtkap in Congo ongehinderd door.

Geen reacties