Klimaatrapport laat geen twijfel over klimaatrisico’s

Persbericht - 27 september, 2013
Het nieuwe VN klimaatrapport bevestigt dat de uitstoot van broeikasgassen afkomstig van menselijke activiteiten de belangrijkste oorzaak is van de opwarming van de aarde. Het versterkt bovendien eerdere inschattingen over de impact van de opwarming op de stijging van de zeespiegel, wat gevolgen zal hebben voor de Belgische kust. WWF, BBL, IEW, Greenpeace en 11.11.11 roepen overheden op om dringend investeringen te heroriënteren: weg van fossiel, wel naar hernieuwbaar.

Het IPCC (intergovernmental panel on climate change) werd in 1988 opgericht, met als missie om de klimaatwetenschap te bestuderen en analyseren. De instelling publiceert om de zeven jaar een assessment report, in wezen een samenvatting van een reeks rapporten over de stand van zaken van de klimaatwetenschap, de milieu- en socio-economische impact ervan, en mogelijke antwoorden op de klimaatuitdaging. Elk van deze rapporten wordt goedgekeurd door overheden wereldwijd. Het rapport dat zich concentreert op de stand van zaken van de klimaatwetenschap werd vandaag in Stockholm gepubliceerd.

Het IPCC concludeert in dit rapport dat de uitstoot van broeikasgassen uit menselijke activiteit met 95% zekerheid als belangrijkste oorzaak bijdraagt aan klimaatopwarming. Dit bestendigt een evolutie van groeiende zekerheid in de rapporten van het IPCC, en onderstreept nog maar eens de overweldigende consensus onder klimaatwetenschappers.

Ondertussen blijft wereldwijd de uitstoot van broeikasgassen, in het bijzonder CO2, jaar na jaar stijgen: in mei van dit jaar werd de symbolische grens van 400 per miljoen deeltjes CO2 in de atmosfeer overschreden. Het IPCC rapport schuift vier toekomstscenario’s naar voor, waarbij één van de parameters die concentratie van CO2 in de atmosfeer is. Enkel het meest ambitieuze scenario, dat uitgaat van een concentratie van 421 deeltjes per miljoen in 2100, zou een opwarming onder de internationaal aanvaarde grens van 2 graden Celsius garanderen. Om zo’n scenario werkelijkheid te laten worden zouden de wereldwijde emissies rond 2020 moeten pieken, om dan steil af te nemen: onder de huidige trend en ambitieniveau is dit echter weinig waarschijnlijk, waardoor de andere scenario’s, die uitgaan van een opwarming tot 5 graden Celsius, in het vizier komen.

Het is onverantwoord om deze duidelijke boodschap van de klimaatwetenschap te negeren. Nalaten om nu de nodige actie te ondernemen zal tot onomkeerbare schade en hogere kosten leiden in de toekomst. De voorspellingen van het IPCC inzake de stijging van de zeespiegel zijn daarvan een sprekend voorbeeld. Die stijging zou tegen het einde van deze eeuw 26 tot 98 centimeter kunnen zijn, en zich verder doorzetten na 2100: dit is aanzienlijk hoger dan vorige voorspellingen, onder andere omdat men een beter zicht heeft op de impact van de ijssmelt in Antarctica en Groenland. Verschillende grootsteden zouden onder een dergelijke stijging in nauwe schoentjes komen, en ook de Belgische kustlijn zal onder druk komen te staan.

Bovendien vormt de opwarming van de aarde een bedreiging voor talloze dier- en plantensoorten. Al deze soorten lijden onder de druk van de opwarming op de ecosystemen waar ze leven en waarvan ook de mens afhankelijk is.

De milieu- en noord zuid beweging (WWF, BBL, IEW, Greenpeace en 11.11.11) laken het gebrek aan ambitie van beleidsmakers: “de overheden die dit rapport in Stockholm valideren voegen de daad niet bij het woord. Het ambitieniveau moet zo snel mogelijk opgeschroefd worden. De energiesector speelt daarin een sleutelrol: de komende jaren zullen cruciaal worden om investeringen te verschuiven van fossiele brandstoffen naar energiebesparing en hernieuwbare energie, en zo te vermijden dat CO2-uitstoot voor decennia in infrastructuur blijft verankerd. Ook in België moet de ontwikkeling van hernieuwbare energie op een efficiënte manier worden ondersteund, in plaats van afgebouwd.”