Verdacht Congolees hout in Antwerpse haven, Greenpeace vraagt inbeslagname

Persbericht - 9 april, 2013
De Belgische overheid houdt momenteel een verdachte lading hout afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC) vast in de Antwerpse haven. De maatregel kwam er na een tip van Greenpeace, dat sterke aanwijzingen heeft dat het hout illegaal is. Sinds 3 maart is het in de Europese Unie verboden om illegaal hout op de markt te brengen. Antwerpen is één van de belangrijkste in- en doorvoerhavens voor hout in de Europese Unie. Greenpeace vraagt dat de overheid de toepassing van deze nieuwe wet ter harte neemt. Daarom moet ze de lading definitief in beslag nemen en de wettelijkheid van hout afkomstig uit risicolanden zoals de DRC systematisch controleren.

De bewuste lading bestaat uit ongeveer 40 m3 gezaagd Afrormosiahout van het Congolese houtkapbedrijf Tala Tina, bestemd voor twee Belgische importeurs. De waarde van de lading is naar schatting tussen 60.000 en 70.000 euro. Greenpeace heeft sterke aanwijzingen dat het hout illegaal is. Het concessiecontract van Tala Tina werd nooit gepubliceerd, wat op zich al in strijd is met de Congolese wetgeving. Ook de wettelijk vereiste jaarlijkse kapvergunning voor Tala Tina vond Greenpeace nergens terug. Aangezien de Congolese overheid geen officiële lijsten van de jaarlijkse kapvergunningen publiceert, is het vrijwel onmogelijk na te gaan of Tala Tina over zo’n vergunning beschikt. Bovendien groeit er in de regio waar de houtkapoperaties van Tala Tina zich bevinden wellicht helemaal geen Afrormosia. Het is dus goed mogelijk  dat het bedrijf het hout heeft aangekocht van een derde partij. Ook dan is het risico op illegaliteit bijzonder hoog, want de meeste artisanale exploitanten die hun hout verkopen aan exporteurs handelen clandestien.

Afrormosia is een erg waardevolle houtsoort. De handel in Afrormosia is door de internationale Conventie over de Internationale Handel in Bedreigde Soorten (CITES) aan strenge voorwaarden onderworpen. Zowel het uitvoerende als het invoerende land moeten nagaan of die voorwaarden zijn nageleefd. Helaas beperken importerende landen zich al te vaak tot een puur administratieve controle en verifiëren ze enkel of er in het land van herkomst een CITES-certificaat en een uitvoervergunning werd afgeleverd. Voor risicolanden zoals de DRC waar de bosbouwsector door corruptie wordt geplaagd en controles op het terrein zeldzaam zijn, is een administratieve check totaal ontoereikend. 

In maart toonde Greenpeace in het rapport “Cut it out! How illegal logging in DRC threatens livelihoods, forests and trade” nog aan dat illegale houtkap schering en inslag is in de DRC. Het risico dat er ook illegaal Congolees hout op de Europese markt terechtkomt, is daardoor enorm groot.

Sinds de inwerkingtreding van de Europese Houtverordening (EUTR) is het de verantwoordelijkheid van houthandelaars informatie over de legaliteit van het hout in te winnen, het risico op illegaal hout te analyseren en maatregelen te nemen om dat risico te minimaliseren. Dit kan ook betekenen dat van de import wordt afgezien omdat er bijvoorbeeld geen betrouwbare documenten zijn of geen verificatie van legaliteit door een onafhankelijke partij. De overheid van haar kant, heeft de plicht erop toe te zien dat  de bedrijven zich houden aan de verbodsbepaling voor illegaal hout en hun overige EUTR-verplichtingen, ook als het gaat om CITES-hout. Strenge controles zijn in België des te belangrijker omdat de Antwerpse haven een belangrijke invoerhaven is, van waaruit hout wordt doorgevoerd naar vele andere Europese landen.

Jonas Hulsens van Greenpeace: “België heeft nu al herhaaldelijk aangekondigd dat de strijd tegen de handel van illegaal gekapt hout belangrijk is. Wel, hier is een concrete case waarbij de overheid kan aantonen dat het menens is. Het hout moet in beslag worden genomen omdat de legaliteit niet kan worden aangetoond.”

Meer info:
Achtergrondbriefing: Import van hout uit de DRC, een risicovolle onderneming voor Europese houthandelaars

Onderwerpen