Greenpeace klaagt schandalige contracten in de houtindustrie in Congo aan

De Wereldbank moet vernietiging van de Congolese bossen mee helpen stoppen

Persbericht - 10 april, 2007
Greenpeace-actievoerders vroegen vandaag aan wandelaars in het Jubelpark of ze de bomen in het park mochten kappen in ruil voor een appel en een ei. Met deze actie klaagt Greenpeace de wantoestanden in de houtsector in Congo aan.

Houtkapbedrijven onderhandelen vaak met de Congolese bevolking en beloven in ruil voor hout met een grote commerciële waarde schoolgebouwen of polikinieken. Meestal worden deze beloften echter niet nageleefd of zijn de constructies ronduit gevaarlijk.

Greenpeace klaagt met een actie in het Jubelpark in Brussel de wantoestanden in de Congolese houtindustrie aan.

Greenpeace-actievoerders in het Jubelpark in Brussel klagen de wantoestanden in de houtsector in Congo aan.

Hier worden dagelijks schandalige contracten afgesloten: voor een paar zakken rijst, vijf fietsen en een krat bier worden er duizenden hectare bos gekapt. Die houtkap vernietigt het milieu en brengt geen welvaart aan de plaatselijke bevolking. België moet samen met andere internationale donoren, zoals de Wereldbank, Congo helpen de houtkap weer onder controle te krijgen. Naar aanleiding van de Lentetop van de Wereldbank lanceert Greenpeace vandaag ook haar rapport Carving up the Congo, dat deze namiddag aan ministers Reynders en De Decker wordt overhandigd.(1)

Greenpeaceheeft door de jaren heen verschillende getuigenissen verzameld ivm deoneerlijke praktijken van de houtsector. De houtbedrijven bemachtigenduizenden hectare bos zonder dat ze er de reële commerciëlewaarde voor betalen. Er worden weliswaar via contracten tussen dehoutsector en de lokale gemeenschappen compensaties voor de lokalegemeenschap voorzien, zoals scholen en poliklinieken. Maar in depraktijk worden die projecten zelden tot een goed einde gebracht.Greenpeace heeft contracten in handen gekregen waarbij voor 100dollar aan klein materiaal een exploitatierecht ter waarde vanverschillende honderdduizenden dollars wordt verkregen. (2)

"Diekoehandel wordt versterkt door het gebrek aan controlemiddelen bij deCongolese administratie. De houtindustrie heeft volledig vrij spel",voegt Veerle Dossche, campagneverantwoordelijke bossen bijGreenpeace, toe. "Het eerste wat men moet doen is de uitbreidingvan de commerciële houtkap stopzetten. Hiertoe zijn al eerstemaatregelen genomen. Zo mogen er in principe sinds mei 2002 geennieuwe houtkapvergunningen meer afgeleverd worden en wordt op ditmoment de wettelijkheid van de bestaande vergunningen bekeken. Maardie maatregelen moeten streng worden toegepast om niet te zeggenversterkt worden. Donorlanden zoals België kunnen hieroptoezien. Greenpeace vraagt ondermeer dat alle kapvergunningen diealsnog na mei 2002 werden afgeleverd, terug worden ingetrokken".(3)

Ookde Wereldbank kan een belangrijke rol spelen in de hervorming van dehoutindustrie in Congo op voorwaarde dat ze haar economisch modelbijstuurt. "De Wereldbank erkent datde basisvoorwaarden voor een verantwoorde bosexploitatie op ditmoment niet zijn ingevuld. Maar tegelijkertijd brengt ze de Congoleseoverheid ertoe de houtindustrie als een bron van welvaart voor haarbevolking te zien. Het is een illusie te geloven dat de houtindustriede armoede zal verminderen", zegt Veerle Dossche.

HetGreenpeacerapport Carving up the Congo gaat dieper in op dezwakke plekken in het model van de Wereldbank en stelt oplossingenvoor. De Wereldbank organiseert op 14 en 15 april aanstaande haarLentetop in Washington en zal dan de problematiek in Congo bespreken.

Ookvoor het milieu zijn de gevolgen nefast. Congo staat op het vlak vanbiodiversiteit op de 5de plaats wereldwijd. Schattingengeven aan dat het land tegen 2050 maar liefst 40% van zijn bossenkwijt zal zijn. Met de aanleg van wegen voor het vervoer van hetgekapte hout draagt de houtindustrie bij aan de vernietiging. Meerdan 40 miljoen Congolezen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijkvan de bossen.

Voormeer dan 20 miljoen hectare bos, of zeven keer de oppervlakte vanBelgië, zijn er momenteel kapvergunningen uitgereikt. Dietoekenning is gebeurd zonder dat er een coherent landbestemmingsplanis uitgewerkt. Zo'n plan zou in overleg met de plaatselijke bevolkingmoeten vastleggen welke gebieden prioritair gevrijwaard moetenworden.

Ophet vlak van de klimaatverandering spelen de Congolese bossen eenbelangrijke rol. Indien al de koolstof die de bossen van Congoherbergen in de atmosfeer zou vrijgelaten worden, zou dit equivalentzijn aan ongeveer twee keer de huidige jaarlijkse menselijkeCO2-uitstoot voor de hele planeet. (4)

HetGreenpeacerapport werd voorgesteld in de Congotruck die is uitgerustmet een tentoonstelling over de houtkap in Congo. In de loop van demaand mei reist de Congotruck door België.

Notes: 1) Het rapport wordt deze namiddag overhandigd aan minister Armand De Decker bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking en minister Didier Reynders bevoegd voor Financiën
2) Zo heeft een stam van de Afrormosia (een tropische houtsoort die hier oa voor buitenschrijnwerk wordt gebruikt) op de Europese markt een waarde van 3000 à 4000 euro. In het rapport Carving up the Congo zijn verschillende case-studies terug te vinden. Voorbeelden van de contracten kunnen opgevraagd worden bij de persdienst.
3) Meer info op http://www.greenpeace.org/congobekken
4) Hoare Alison L., Clouds on the Horizon: The Congo Basin's Forests and Climate Change Rainforest Foundation, February 2007. Het verband tussen de Afrikaanse bossen en klimaatverandering wordt eveneens in het rapport Carving up the Congo toegelicht.

Onderwerpen