Ggo-experiment Vlaamse overheid leidt tot besmetting

Greenpeace vindt ggo's in maïs van boeren rond proefsite Wetteren

Persbericht - 15 september, 2010
Het eerste veld met de ggo-maïs MON810 in Vlaanderen, dat eind april ingezaaid werd in opdracht van de Vlaamse overheid, heeft de oogst van naburige boeren besmet. Dat blijkt uit analyses van stalen die Greenpeace nam in de omgeving van het testveld in Wetteren. Vijf van de zestien stalen testten positief. De besmette stalen werden gevonden op zo'n 100 meter van het ggo-veld. Dit besmettingsgeval toont aan dat co-existentie van ggo-, conventionele en biolandbouw onmogelijk is. De enige manier om een veilige productie te garanderen, is van Vlaanderen een ggo-vrije zone maken, zeggen Greenpeace en BioForum Vlaanderen (1).

Voor maïs legde Vlaanderen de isolatieafstand vast op 50 meter. De stalen die postief getest werden door Greenpeace, werden genomen op verderliggende percelen, tot op zo'n 100 meter van het ggo-veld. Wallonië en Luxemburg hanteren de veel grotere perimeter van 600 meter.

"Het is onbegrijpelijk dat Vlaanderen een veel kleinere isolatiezone oplegt dan Wallonië of Luxemburg" , zegt Jonas Hulsens, campagneverantwoordelijke duurzame landbouw van Greenpeace België. “Als Vlaanderen haar beleid niet aanpast, wordt het voor talrijke conventionele en bioboeren onmogelijk om een ggo-vrije productie te garanderen.” (2)

Vijf van de zestien stalen die Greenpeace nam in de buurt van ggo-veld in Wetteren testten positief.

Het is niet uitgesloten dat ook de andere velden in de omgeving genetisch besmet werden door het stuifmeel van de ggo-maïs.

De MON810-maïs, ontwikkeld door de Amerikaanse firma Monsanto, kreeg een gen ingebouwd waardoor ze zelf een insecticide aanmaakt. Zes Europese landen, waaronder onze buurlanden Frankrijk, Duitsland en Luxemburg hebben omwille van milieuredenen de teelt ervan verboden (3). In Vlaanderen is het opmerkelijk genoeg de overheid zelf die de plant uitzaait.

“Een maïsplant produceert tot 50 miljoen stuifmeelkorrels waarvan sommige tot een kilometer verder vliegen. Die verspreiding is onmogelijk tegen te houden", zegt Jonas Hulsens. "We kunnen alleen maar besluiten dat de overheid willens en wetens de besmetting van de Vlaamse landbouwgronden organiseert, ten koste van de boeren. "

“Herhaaldelijk hebben we er op gewezen dat co-existentie tussen ggo-landbouw en biologische productie in het versnipperde Vlaanderen onmogelijk is. Deze proef is nogmaals een bevestiging daarvan”, aldus Esmeralda Borgo van BioForum Vlaanderen. “Ggo-velden zijn een regelrechte nachtmerrie voor de bioboer die kiest voor een ggo-vrije en natuurlijke productie. En voor de bioconsument die geen ggo's op z'n bord wenst”. BioForum hoopt dat de overheid nu eindelijk werk zal maken van een ggo-vrij Vlaanderen, net zoals dat in Wallonië het geval is.

Voor Greenpeace is het voorbeeld van Wetteren een duidelijk bewijs dat co-existentie van ggo- en conventionele en biocultuur onmogelijk is. Greenpeace is niet gekant tegen biotechnologie of gentechnologie op zich, maar voert campagne tegen de verspreiding van ggo's in het milieu.

In het rood, de site van het ILVO met de ligging (bij benadering) van de MON810-percelen en in het blauw de conventionele maïsvelden waar de stalen werden genomen. Op de rode punten: de plaatsen waar de positieve stalen werden genomen.




Noten

(1) Een conferentie over ggo-vrije zones vindt plaats van 16 tot 18 september in Brussel en Gent. Meer info: www.gmo-free-regions.org 

(2) We spreken van genetische besmetting wanneer zaaigoed, een gewas of voedsel voor mens of dier ongewenst genetisch materiaal bevat van een ggo. De besmetting kan ontstaan door vermenging van zaden, door stuifmeeloverdracht in het veld, tijdens de oogst, het transport of de verwerking. Eens ggo's in het open veld staan, is genetische besmetting moeilijk te vermijden.

(3) Meer info over de milieurisico's van MON810 in dit rapport: www.greenpeace.to/publications/Bt-maize-in-Europe-2009.pdf

Onderwerpen