Persbericht - 6 augustus, 2008
Na Vlaams Minister-president Kris Peeters en Vlaams minister van Economie Patricia Ceyssens voelt nu ook Lieve van Ermen (LDD senator) zich geroepen om de genetisch gewijzigde populieren van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) in te zetten in het communautaire debat.
De communautaire bril die onze Vlaamse politici aantrekken
vertroebelt hun blik. Vlaanderen moet zonder twijfel innovatie en
spitstechnologie stimuleren, maar wel op voorwaarde dat ze een
bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling. Met deze genetisch
gewijzigde populieren lijkt dat niet het geval.
Dat de federale ministers Magnette (Milieu) en Onckelinx
(Gezondheid) de toestemming voor deze veldproef weigerden ondanks
een positief advies van de Bioveiligheidsraad, getuigt van het feit
dat zij hun verantwoordelijkheid niet uit de weg gaan. Het debat is
immers complexer dan een afweging van risico's versus innovatie. In
de besluitvorming rond ggo's zouden maatschappelijke criteria,
zoals vragen over het nut van een ggo-toepassing, hun plaats moeten
krijgen. Voor het onderzoek van het VIB geldt dat des te meer daar
het VIB grotendeels gefinancierd wordt met publieke middelen. De
federale Bioveiligheidsraad beperkt zich tot een advies over de
milieurisico's van één welbepaalde veldproef. Die blijken in dit
geval beperkt. Een aantal leden van de Raad wezen echter wel op de
aanzienlijke milieurisico's in geval van commercialisering van
transgene bomen. De proef kadert in een commercialiseringslogica.
Van Ermen verwijst zelfs naar een geïnteresseerde Chinese koper.
Het is de taak van de ministers om dergelijke overwegingen op lange
termijn mee in rekening te nemen. Ook de bekommernissen over de
negatieve impact van biobrandstoffen zouden best door de Vlaamse en
federale regering eerst nader bestudeerd worden.
Het VIB heeft de populier genetisch gewijzigd in de hoop de
productie van biobrandstoffen te vergemakkelijken. Biobrandstoffen,
en dus ook deze "klimaatbomen", zijn echter geen oplossing voor het
klimaatprobleem. De huidige generatie biobrandstoffen drijven
voedselprijzen de hoogte in, verergeren -direct of via substitutie-
het probleem van ontbossing en zo het klimaatprobleem. Met de
tweede generatie is dat niet veel anders. Van Ermen verwijst de
hongerproblematiek die gelinkt is aan biobrandstoffen naar de
prullenmand met de stelling dat "bomen niet gegeten worden". Die
redenering gaat te kort door de bocht. Plantages leggen immers
beslag op vruchtbare grond, die ook voor landbouw en dus
voedselvoorziening zou kunnen dienen. De concurrentie met voedsel
blijft dus bestaan. Energie efficiëntie is een meer duurzame
oplossing voor de klimaat- en energiecrisis. Lichtere en meer
efficiënte wagens zijn een snellere en goedkopere manier om de
uitstoot van broeikasgassen in de tranpsortsector terug te dringen.
Bovendien is de ontwikkeling daarvan ook innovatieve
spitstechnologie.
De uitdagingen waar we voor staan (klimaatverandering,
ontwikkeling van een meer duurzame landbouw) zijn complex. Recht
doen aan die complexiteit betekent de uitdaging aangaan om met alle
betrokken partijen een echt debat aan te gaan over hoe technologie
en innovatie een rol kunnen spelen in duurzame ontwikkeling. Al
sinds de jaren '90 ijveren maatschappelijke organisaties voor het
verbreden van de evaluatie van ggo's. De noodzaak, het
(landbouwkundige)nut en de socio-economische impact van ggo's
zouden mee in overweging genomen moeten worden tijdens de
evaluatieprocedure. Vandaag bestaat er in België nog steeds geen
wetenschappelijk orgaan dat belast is met dergelijke bredere
evaluatie. Frankrijk zal tijdens haar voorzitterschap de discussie
rond de uitbreiding van de evaluatieprocedure van ggo's op de
Europese onderhandelingstafel leggen. Hopelijk zal de Belgische
regering dan met één stem haar steun uitspreken voor het verbreden
van de te beperkte, louter op risico's gerichte
toelatingsprocedures. Dat zou het begin zijn van degelijk
democratisch bestuur dat recht doet aan de complexiteit van de
relatie tussen maatschappij en technologische innovatie.