Vandaag lanceert Greenpeace het
nieuwe rapport 'How Unilever palm oil suppliers are burning up
Borneo'. Unilever behoort tot de grootste verbruikers van
palmolie in de wereld. Jaarlijks consumeert het bedrijf ongeveer
1,3 megaton palmolie (dit is ongeveer 3 % van de wereldproductie
van palmolie). Ongeveer de helft daarvan haalt het bedrijf uit
Indonesië. Het nieuwe Greenpeace rapport geeft nieuw
bewijsmateriaal hoe palmolieleveranciers van Unilever zoals Sinar
Mas en Wilmar, betrokken zijn in de vernietiging van
veenmoerasbossen en leefgebieden van de orang-oetang in Centraal
Kalimantan (1). Greenpeace roept op zijn website iedereen op om een
mail te sturen aan Unilever met de vraag dat Dove het oerbos niet
om zeep helpt. Dove is een van de meeste gekende producten van de
multinational.
Greenpeace lanceerde in november 2007 al het
rapport 'Cooking the climate' (er bestaat een
Nederlandse samenvatting van het rapport) waarin wordt
aangetoond hoe bedrijven de vernietiging van veenmoerasbossen (2)
in Sumatra in de hand werken om tegemoet te komen aan de vraag voor
palmolie (3).
"Een handvol internationale bedrijven, waaronder leveranciers
van Unilever, zijn verantwoordelijk voor het vernietigen en
afbranden van de bossen van Indonesië voor palmolie." zegt Veerle
Dossche van Greenpeace België. "Maar de bedrijven die palmolie van
deze plantagehouders afnemen, kunnen hun verantwoordelijkheid in
deze massale bosvernietiging niet blijven ontlopen. Ondanks het
feit dat er eerder reeds materiaal gepubliceerd is over de
vernietigende praktijken van plantagehouders, faalt Unilever om
zijn leveranciers ertoe aan te zetten deze agressieve expansie een
halt toe te roepen."
Het bedrijf verschuilt zich achter zijn lidmaatschap van de
RSPO, de Roundtable on Sustainable Palm Oil (4), een initiatief dat
duurzame palmolie wil promoten, maar geen antwoord biedt op de
voortschrijdende ontbossing, mede veroorzaakt door de leden van
RSPO. Unilever moet de afname van palmolie van bedrijven betrokken
in bosvernietiging stopzetten en een moratorium op verdere
ontbossing in Indonesië steunen.
Greenpeace is ook bezorgd over de impact van andere toepassingen
van palmolie op de Indonesische bossen.De organisatie verzet zich
tegen de bouw van nieuwe electriciteitscentrales op basis van
palmolie in Belgïe en eist van de Europese commissie dat ze de
doelstelling van 10 % biobrandstoffen tegen 2020 laat vallen. Er
moet eerst werk gemaakt worden van duidelijke en geloofwaardige
duurzaamheidscriteria.
Bosvernietiging is verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van
de wereldwijde uitstoot aan broeikas-gassen. Indonesië is - na de
Verenigde Staten en China - de derde grootste uitstoter van
broeikasgassen ter wereld en dit voornamelijk door ontbossing.
Veertig procent van de bossen in Indonesie zijn al vernietigd en
daarnaast zijn heel wat intacte bosgebieden gedegradeerd. Tussen
2000 en 2005 werd in Indonesie jaarlijks 1,9 miljoen hectare bos
vernietigd, dit is ongeveer 2/3 de oppervlakte van Belgie. Naast
houtkap voor de hout- en papierindustrie, vormt palmolie nu één van
de grootste bedreigingen voor bossen in Indonesië. Ongeveer 90 %
van de globale palmolieproductie is afkomstig uit Indonesië en
Maleisië. Er zijn reeds 6 miljoen hectare palmolieplantages in
Indonesië, maar de overheid heeft plannen voor miljoenen hectare
nieuwe aanplantingen. De totale vraag naar palmolie zou op
wereldniveau tegen 2030 meer dan verdubbelen in vergelijking met
2000 en tegen 2050 verdrievoudigen.
Greenpeace voert vandaag actie bij kantoren van Unilever in
Rotterdam, Rome, Londen en Liverpool.
Meer info: www.greenpeace.org/belgium/nl/campaigns/bossen/palmolie
Notes: 1) Kalimantan is het Indonesische deel van het eiland Borneo2) Veenmoerasbossen komen voor op gronden waar door wateraccumulatie, zuurstofarme condities optreden die verhinderen dat plantenmateriaal volledig wordt afgebroken maar zich in tegendeel opstapelt en zo dikke veenpakketten vormt. Van de 22,5 miljoen hectare veenmoerasbos in Indonesië, is al 10 miljoen hectare ontbost en gedraineerd. Veenmoerasbossen behoren tot de grootste koolstofopslagplaatsen ter wereld en de vernietiging ervan draagt in Indonesië jaarlijks bij tot 4 % van de totale globale uitstoot van broeikasgassen. Een groot deel van de huidige en voorspelde expansie van de oliepalmplantages gebeurt in deze veengebieden.3) De Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) werd in het leven geroepen in 2001 als een markt-initiatief om verandering te brengen in de manier waarop palmolie wordt geproduceerd, verwerkt en gebruikt met een standaard voor de productie van duurzame palmolie. Maar de bestaande normen die de RSPO heeft ontwikkeld, zullen de vernietiging van bossen en veenmoerasgebieden niet verhinderen en een aantal leden van de RSPO zet geen stappen om de meest kwalijke praktijken van de palmolie-industrie te vermijden. Sommige RSPO-leden zijn zelfs rechtstreeks bij de ontbossing betrokken. De RSPO-leden hebben 40 % van de wereldproductie van palmolie in handen.