Persbericht - 2 september, 2008
Als Europa de strijd wil aangaan tegen de klimaatverandering en kiezen voor een groene toekomst, moeten we dringend investeren in een onderling verbonden stroomnet in de Noordzee. Dat blijkt uit de studie “[R]evolutie in het elektriciteitsnet van de Noordzeelanden” die Greenpeace vandaag aan de pers voorstelt.
Windenergie is een variabele energiebron. Maar de
Greenpeacestudie toont aan dat die schommelingen gedeeltelijk
kunnen worden weggewerkt door verschillende windmolenparken in de
Noordzee met elkaar te verbinden. Bovendien kan een offshore
elektriciteitsnet de stroom uit verschillende hernieuwbare bronnen
combineren, zoals windenergie met waterkracht. In België zijn de
eerste gesprekken over de aansluiting van ons land op een
stroomnetwerk in de Noordzee al gestart.
Greenpeace legt de nadruk op het belang van een geïntegreerd
Europees beleid op vlak van hernieuwbare energie. Er zijn
fundamentele veranderingen nodig in de productie van energie als we
de schadelijke gevolgen van de klimaatverandering willen afwenden.
De Greenpeacestudie bewijst dat windenergie een belangrijk deel van
de oplossing kan bieden. Greenpeace wil politici dan ook
aanmoedigen om een gecoördineerde Europese aanpak uit te werken
voor de ontwikkeling van offshore windenergie in de Noordzee.
De technische studie werd uitgevoerd door het Brusselse bureau
3E en is gebaseerd op metingen van de windsnelheid over de hele
Noordzee. De 3E-studie gaat uit van een netwerk van 118
windmolenparken met een totale capaciteit van 68,4 GW. Hiervoor is
slechts 1,2 % van de totale oppervlakte van de Noordzee nodig. Het
rapport meet de stroom die offshore windenergie kan opleveren
tussen 2020 en 2030.
Een stroomnet van 6200 kilometer onderzeese kabels kan de
verbinding maken tussen de zeven Noordzeelanden: België, het
Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Denemarken
en Noorwegen. De locatie van de windmolenparken werd vastgelegd op
basis van al bestaande of reeds geplande windenergieprojecten (1).
De studie bevat ook een kaart met de voorstelling van het offshore
netwerk in de Noordzee.
"[R]evolutie in het elektriciteitsnet van de Noordzeelanden"
toont aan dat een groene energietoekomst haalbaar is. Dankzij een
onderling verbonden stroomnet kan een variabele stroomproductie in
een Belgisch windmolenpark gecompenseerd worden door de
gelijktijdige grotere stroomproductie in een Schots, Duits of Deens
park. Hierdoor kan de stroomproductie ook beter voorspeld worden.
Een onderling verbonden elektriciteitsnet offshore biedt bovendien
de kans om offshore windenergie te integreren met andere
hernieuwbare technologieën op zee of op het vasteland. De 3E-studie
voorziet bijvoorbeeld een verbinding tussen windenergie op zee en
de grote capaciteit aan waterkracht in Noorwegen.
Er is nood aan een gecoördineerde planning zodat de
energierevolutie in Europa echt van start kan gaan. 118
Windmolenparken in de Noordzee kunnen evenveel elektriciteit
opwekken als een veertigtal grote steenkool- of kerncentrales. "De
technologieën van de toekomst liggen klaar", legt Jan Van de Putte
van Greenpeace uit. "Het is nu aan ons om de juiste keuzes te
maken en snel en passend te reageren op de klimaatverandering en
massaal te investeren in hernieuwbare energie."
"Een onderling verbonden stroomnet in de Noordzee is een
betrouwbaar alternatief voor vervuilende steenkool- en kernenergie.
Als België haar windmolenparken verbindt met de parken in Engeland,
Frankrijk en Nederland, kunnen we rekenen op een betrouwbare en
groene stroomvoorziening. Tijdens de Lente van het Leefmilieu is
besloten dat de aansluiting van België op het offshore
energienetwerk prioritair is. Het is nu noodzakelijk dat de
politici in actie schieten en die beloftes vertalen in concrete
plannen voor de grootschalige integratie van windenergie in de hele
Noordzee."
Notes: In een beslissing van het Europese Parlement en de Raad (2006) over de trans-Europese energienetwerken zijn al enkele prioritaire projecten geïdentificeerd, zoals een onderzeese kabel tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Er bestaan ook al andere projecten voor onderlinge offshore verbindingen tussen België en het Verenigd Koninkrijk en tussen het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.