Elf gevaarlijke chemicaliën die gebannen zouden moeten worden

Schrijf een reactie
Pagina - 12 november, 2012
Greenpeace voert campagne om de industrie aan te zetten geen gevaarlijke, persistente en hormoonontregelende chemicaliën in ons water te dumpen. De Detox-campagne daagt topmerken uit om samen te werken met hun leveranciers en alle gevaarlijke chemicaliën uit de hele toeleveringsketen, en uit de volledige levenscyclus van hun producten, te bannen. Deze prioritaire lijst bevat gevaarlijke chemicaliën die alle would-be kampioenen voor een gifvrije toekomst zouden moeten helpen bannen.


Alkylfenolen

Vaak gebruikte alkylfenolverbindingen omvatten nonylfenolen (NP’s) en octylfenolen en hun ethoxylaten, met name nonylfenolethoxylaten. NP’s worden vaak gebruikt in reinigings- en kleuringsprocessen in de textielindustrie. Ze zijn giftig voor in water levende organismen, persistent in het milieu en kunnen accumuleren in lichaamsweefsel en biomagnificeren (concentratietoename via voedselketen). (12) Doordat ze gelijkenissen vertonen met natuurlijk oestrogeen kunnen ze de seksuele ontwikkeling van sommige organismen verstoren, en bijvoorbeeld leiden tot de vervrouwelijking van vissen. (13, 14)

NP’s worden in Europa streng gereglementeerd en zijn sinds 2005 in de hele EU verboden. (15)

Weekmakers

Weekmakers zijn een groep chemicaliën die meestal worden gebruikt om pvc (polyvinylchloride) zachter te maken. In de textielindustrie worden ze gebruikt in kunstleer, rubber en pvc en in sommige kleurstoffen. Er bestaat grote bezorgdheid over de toxiciteit van weekmakers zoals DEHP (Bis-2-ethylhexyl)ftalaat), dat reproductietoxicologische effecten heeft in zoogdieren, doordat het de al op jonge leeftijd de ontwikkeling van de teelballen kan verstoren. (16)

De weekmakers DEHP en DBP (dibutylftalaat) zijn geklasseerd als ‘giftig voor de voortplanting’ in Europa (17) en het gebruik ervan is beperkt. Zoals de EU REACH-wetgeving oplegt, zullen de weekmakers DEHP, BBP (benzylbutylftalaat) en DBP vanaf 2015 verboden zijn. (18)

Gebromineerde en gechloreerde vlamvertragers

Heel wat gebromineerde vlamvertragers (BFR’s) zijn persistente en bioaccumulatieve chemicaliën die nu in het hele milieu aanwezig zijn. Polygebromineerde difenylethers (PBDE’s) zijn een van de vaakst voorkomende groepen van BFR’s en werden gebruikt om een heleboel materialen waaronder textiel, vuurvast te maken.

Sommige PBDE’s kunnen het hormoonsysteem verstoren, dat verantwoordelijk is voor de groei en de seksuele ontwikkeling. (19) Volgens de EU-wetgeving is het gebruik van sommige types PBDE streng beperkt (20) en een PBDE staat op de lijst van ‘prioritaire gevaarlijke stoffen’ onder de Europese waterwetgeving die vereist dat er maatregelen worden getroffen om de vervuiling  van oppervlaktewaters met deze stof te elimineren. (21, 22)

Azoverven

Azoverven zijn een van de belangrijkste verftypes die worden gebruikt in de textielindustrie. Sommige azoverven worden tijdens het gebruik echter afgebroken waarbij chemicaliën vrijkomen die bekend staan als aromatische amines, waarvan sommige kankerverwekkend zijn. (23) De EU heeft het gebruik van deze azoverven die kankerverwekkende amines vrijgeven verboden in textiel dat in contact komt met de huid. (24)

Organotinverbindingen

Organotinverbindingen worden gebruikt in biocides en als schimmelwerende middelen in een hele reeks consumentenproducten. Binnen de textielindustrie werden ze gebruikt in producten zoals sokken, schoenen en sportkleding om geurtjes als gevolg van de afbraak van zweet tegen te gaan.

Een van de bekendste organotinverbindingen is tributyltin (TBT). TBT werd vaak gebruikt in aangroeiwerende verf voor schepen, tot na onderzoek kon worden aangetoond dat het persistent is in het milieu, accumuleert in het lichaam en het immuun- en voortplantingssysteem kan beïnvloeden. (25) Het gebruik ervan als een aangroeiwerende verf is nu grotendeels verboden. TBT werd ook gebruikt in textiel.

TBT behoort tot de ‘prioritair gevaarlijke stoffen’ onder de EU-wetgeving die vereist dat er maatregelen worden getroffen om de vervuiling ermee van oppervlaktewaters in Europa te elimineren. (26) Van juli 2010 en januari 2012 zijn producten (waaronder consumentenproducten) met meer dan 0,1% van bepaalde types organotinverbindingen in de EU verboden. (27)

Perfluorverbindingen

Perfluorkoolwaterstoffen (PFK’s) zijn kunstmatige chemicaliën die vaak worden gebruikt in de industrie voor hun antikleef- en waterafstotende eigenschappen. In de textielindustrie worden ze gebruikt om textiel en leren producten te maken die zowel water- als vuilbestendig zijn.

Uit onderzoek is gebleken dat veel PFK’s persistent in het milieu zijn en in lichamelijk weefsel kunnen accumuleren en biomagnificeren (toenemen van gehalte) via de voedselketen. (28, 29) Zodra ze in het lichaam zijn tasten sommige de lever aan of werken ze als hormoonontregelaars, en wijzigen ze het gehalte van groei- en voortplantingshormonen. (30, 31)

De bekendste PFK is perfluorooctaansulfonaat (PFOS), een verbinding die uiterst bestendig is tegen degradatie; het wordt geacht lange tijd persistent in het milieu te blijven.32 PFOS is een van de ‘persistente organische verontreinigende stoffen’ zoals bepaald in het Verdrag van Stockholm, een globaal verdrag ter bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu, en PFOS is in bepaalde toepassingen ook verboden in Europa (33) en Canada (34).

Chloorbenzenen

Chloorbenzenen zijn persistente en bioaccumulatieve chemicaliën die werden gebruikt als solventen en biociden, bij de productie van kleurstoffen en als chemische tussenstoffen. De gevolgen van blootstelling zijn afhankelijk van het type chloorbenzeen; maar gewoonlijk beïnvloeden ze de lever, de schildklier en het centrale zenuwsysteem. Hexachloorbenzeen (HCB), de giftigste en meest persistente chemische stof binnen deze groep, is ook een hormoonontregelaar. (35)

Binnen de EU zijn pentachloorbenzeen en HCB geklassificeerd als ‘prioritair gevaarlijke stoffen’ onder de regelgeving die vereist dat er maatregelen worden getroffen om de vervuiling van oppervlaktewaters in Europa te elimineren. (36) Ze staan ook in de lijst van ‘persistente organische verontreinigende stoffen’ voor een globaal verbod onder het Verdrag van Stockholm en in lijn hiermee zijn ze verboden of gepland voor reductie en eventuele eliminatie in Europa. (37)

Gechloreerde solventen

Gechloreerde solventen zoals trichloroethaan (TCE) worden gebruikt door textielproducenten voor het oplossen van andere stoffen tijdens productie en voor het reinigen van stoffen.
TCE is een ozonafbrekende stof die in het milieu persistent kan zijn. Ook is bekend dat het het centraal zenuwstelsel, de lever en de nieren aantast. (38) Sinds 2008 heeft de EU het gebruik van TCE in zowel producten als textielreiniging strikt beperkt. (39)

Chloorfenolen

Chloorfenolen zijn een groep chemicaliën die worden gebruikt als biociden in een hele reeks toepassingen, van pesticiden over houtbeschermingsmiddelen tot textiel.

Pentachloorfenol (PCP) en zijn derivaten worden gebruikt als biociden in de textielindustrie. PCP is zeer giftig voor de mens en kan veel organen in het lichaam aantasten. Het is ook zeer giftig voor in het water levende organismen. (40) In 1991 vaardigde de EU een verbod uit op de productie van producten die PCP bevatten en legt nu de verkoop en het gebruik van alle goederen die de chemische stof bevatten een zware beperking op. (41)

Kortketenige gechloreerde paraffines

Kortketenige gechloreerde paraffines (SCCP’s) worden gebruikt in de textielindustrie als vlamvertragers en appreteermiddelen voor leer en textiel. Ze zijn zeer giftig voor in het water levende organismen, worden niet makkelijk afgebroken in het milieu en hebben een groot potentieel tot accumuleren in levende organismen. (42) Het gebruik ervan werd sinds 2004 beperkt in sommige toepassingen in de EU. (43)

Zware metalen: cadmium, lood, kwik en chroom (VI)

Zware metalen zoals cadmium, lood en kwik werden gebruikt in bepaalde kleurstoffen en pigmenten voor textiel. Deze metalen kunnen met de tijd in het lichaam accumuleren en zijn zeer giftig, met onherstelbare effecten waaronder schade aan het zenuwstelsel (lood en kwik) of de nieren (cadmium). Van cadmium is ook bekend dat het kankerverwekkend is. (44, 45)

Chroom (VI) wordt gebruikt in bepaalde textielprocessen en bij leerlooierij (46): het is, zelfs in lage concentraties, zeer giftig, ook voor veel in het water levende organismen. (47)

Binnen de EU werden cadmium, kwik en lood geclassificeerd als ‘prioritair gevaarlijke stoffen’ onder de regelgeving die vereist dat er maatregelen worden getroffen om de vervuiling hiermee van oppervlaktewaters in Europa te elimineren. (48) Het gebruik van cadmium, kwik en lood werd lange tijd geleden stikt beperkt in Europa, inclusief bepaalde toepassingen van kwik en cadmium in textiel. (49)

 

NOTA'S

(12) Jensen A & Leffers H (2008). “Emerging endocrine disrupters: perfluoroalkyated substances”, International Journal of Andrology, vol 31, pp161-169

(13) Baughman GL & Weber EJ (1994). Transformation of dyes and related compounds in anoxic sediment: Kinetics and products. Environmental Science & Technology 28: 267-276

(14) Novotný C, Dias N, Kapanen A, Malachová K, Vándrovcová M, Itävaara M & Lima N (2006). Comparative use of bacterial, algal and protozoan tests to study toxicity of azo- and anthraquinone dyes. Chemosphere 63: 1436–1442

(15) Novotný et al (2006) op cit.

(16) Sendelbach LE (1989). A review of the toxicity and carcinogenicity of anthraquinone derivatives. Toxicology 57: 227-240

(17) Wei Y, Han I-K, Hu M, Shao M, Zhang J & Tang X (2010). Personal exposure to particulate PAHs and anthraquinone and oxidative DNA damages in humans. Chemosphere 81: 1280-1285

(18) Brigden K et al (2011) op cit.

(19) Gregory P (2007). “Toxicology of textile dyes”, Chapter 3 in Christie, R. (ed.) Environmental aspects of textile dyeing, Woodhead Publishing

(20) Commission Regulation (EC) No 552/2009 of 22 June 2009, op cit (REACH). Existing restrictions set out in the Marketing and Use Directive (76/769/EEC) were carried over to REACH. Directive 76/769/EEC was repealed on 1 June 2009. Azocolourants were previously restricted under the EU (2002) Directive 2002/61/EC of the European Parliament and of the Council of 19 July 2002 amending for the nineteenth time Council Directive 76/769/EEC relating to restrictions on the marketing and use of certain dangerous substances and preparations (azocolourants), Official Journal L 243, 11.09.2002, pp15-18

(21) Pinheiro HM, Touraud E & Thomas O (2004). Aromatic amines from azo dye reduction: status review with emphasis on direct UV spectrophotometric detection in textile industry wastewaters. Dyes and Pigments 61(): 121-139

(22) Carvalho G, Marques R, Lopes AR, Faria C, Noronha JP, Oehmen A, Nunes OC & Reis MAM (2010). Biological treatment of propanil and 3,4-dichloroaniline: Kinetic and microbiological characterization. Water Research 44(17): 4980-4991

(23) Dom N, Knapen D, Benoot D, Nobels I & Blust R (2010). Aquatic multi-species acute toxicity of (chlorinated) anilines: Experimental versus predicted data. Chemosphere 81(2): 177-186

(24) Since 1991, all PCP-containing products sold and used in the EU have been imported (EU production was banned under Directive 76/769/EEC). Now entry number 22 of Annex 17 of the EU chemical law REACH prohibits the marketing and use in the EU of PCP and its salts and esters in products in a concentration equal to or greater than 0.1 per cent. Commission Regulation (EC) No 552/2009 of 22 June 2009, op cit. (REACH)

(25) OSPAR (2004). Pentachlorophenol, OSPAR Priority Substances Series 2001, updated 2004, OSPAR Convention for the Protection of the Marine Environment of the North-East Atlantic, OSPAR Commission, London, ISBN 0-946956-74: 31 pp. http://www.ospar.org/documents/dbase/publications/p00138_BD%20on%20pentachlorophenol.pdf

(26) Use of TCE is restricted via Entry 34 of Annex 17 of the EU chemical law (Regulation (EC) No 1907/2006 concerning the Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals (REACH)) to concentrations equal to or greater than 0.1 per cent by weight of product for sale to the general public and in diffusive applications such as surface cleaning and cleaning of fabrics. Commission Regulation (EC) No 552/2009 of 22 June 2009 (REACH) op.cit.

(27) Agency for Toxic Substances and Disease Registry (1989) Toxicological profiles for 1,1,2-trichloroethane, United States Public Health Service, Agency for Toxic Substances and Disease Registry, December 1989.

(28) Agency for Toxic Substances and Disease Registry (2006) Toxicological profiles for 1,1,1-trichloroethane, United States Public Health Service, Agency for Toxic Substances and Disease Registry, July 2006

(29) ATSDR (2004) Toxicological profile for copper, United States Public Health Service, Agency for Toxic Substances and Disease Registry, September 2004

(30) ATSDR (2005) Toxicological profile for nickel. Agency for Toxic Substances and Disease Registry, US Public Health Service, August 2005

(31) ATSDR (2008b) Toxicological profile for chromium, United States Public Health Service, Agency for Toxic Substances and Disease Registry, September 2008

(32) Comber SDW, Merrington G, Sturdy L, Delbeke K, van Assche F (2008). Copper and zinc water quality standards under the EU Water Framework Directive: The use of a tiered approach to estimate the levels of failure. Science of the Total Environment 403(1-3): 12-22

(33) Guangdong Province (2001). Guangdong Provincial Water Pollutant Emission Limit, DB4426-2001. http://www.gdepb.gov.cn/hjbz/dfbz/200511/P020060728344805222501.pdf

(34) MEP (1992). GB 4287-92, the Discharge Standard of Water Pollutants for Dyeing and Finishing of Textile Industry, Ministry of Environmental Protection (MEP), The People’s Republic of China. http://english.mep.gov.cn/standards_reports/standards/water_environment/Discharge_standard/200710/t20071024_111797.htm

(35) ATSDR (2008b). Toxicological profile for chromium, United States Public Health Service, Agency for Toxic Substances and Disease Registry, September 2008

(36) IPPC (2003). Reference document on best available techniques for the textiles industry, Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC), European Commission

(37) ATSDR (2008b) op cit.

(38) IPPC (2003) op cit.

(39) ATSDR (2008b) op cit.

(40) DeLaune RD, Patrick WH & Guo T (1998). The redox-pH chemistry of chromium in water and sediment. In Allen HE, Garrison AW, Luther GW, eds, Metals in Surface Waters. Ann Arbor, USA. ISBN:1575040875: 262 pp.

(41) Lin C-J (2002). The chemical transformations of chromium in natural waters - A model study. Water air and soil pollution 139 (1-4): 137-158

(42) ATSDR (2008b) op cit.

(43) Salomons W & Forstner U (1984). Metals in the hydrocycle. Springer-Verlag, Berlin, Heidelberg, New York, Tokyo, ISBN 3540127550

(44) Baral A, Engelken R, Stephens W, Farris J & Hannigan R (2006). Evaluation of aquatic toxicities of chromium and chromium-containing effluents in reference to chromium electroplating industries. Archives of Environmental Contamination and Toxicology 50(4): 496-502

(45) ATSDR (2008b) op cit.

(46) IARC (1990a). Chromium and chromium compounds. In: International Agency for Research on Cancer (IARC) monographs on the evaluation of the carcinogenic risk of chemicals to humans. Volume 49; Chromium, Nickel and Welding. ISBN 9283212495

(47) Guangdong Province (2001). Guangdong Provincial Water Pollutant Emission Limit, DB4426-2001. http://www.gdepb.gov.cn/hjbz/dfbz/200511/P020060728344805222501.pdf

(48) MEP (1998). Integrated Wastewater Discharge Standard (GB8978-1996). Ministry of Environmental Protection (MEP), The People’s Republic of China. http://www.es.org.cn/download/18-1.pdf (Chinese). http://english.mep.gov.cn/standards_reports/standards/water_
environment/Discharge_standard/200710/t20071024_111803.htm (English introduction)

(49) IPPC (2003) op cit.

 

Geen reacties Reageren

Schrijf een reactie 

Je moet aangemeld zijn om een reactie te publiceren.