Wat is er nodig om het klimaat te redden?

Pagina - 21 april, 2010
Tegen het einde van de eeuw zou de gemiddelde temperatuur kunnen stijgen met 4 tot 7°C ten opzichte van het begin van het industriële tijdperk. De aarde zal een dergelijke stijging niet aankunnen. De gevolgen van zo'n klimaatverandering zullen dramatisch zijn.

De gevolgen van klimaatverandering zijn nu reeds merkbaar, maar zullen rampzalig worden als temperatuur op aarde nog met enkele graden stijgt.

De stijging mag daarom niet meer dan 2°C bedragen. Om hiertoe te komen moet de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd beginnen dalen vanaf 2015. Deze datum stond centraal in de discussies in Kopenhagen want de onderhandelingen zouden gaan over de vermindering van de uitstoot na 2013. De top draaide uit op een mislukking, maar de eisen voor het klimaat blijven onveranderd:

Daling met 40 % van de uitstoot van broeikasgassen in de geïndustrialiseerde landen

Tegen 2020 moeten de geïndustrialiseerde landen hun uitstoot van broeikasgassen met minstens 40 % verminderen ten opzichte van 1990. Deze reductie is de enige manier om de stijging van de gemiddelde temperatuur wereldwijd zeker en vast onder 2°C te houden. Mocht de uitstoot van broeikasgassen in de geïndustrialiseerde landen slechts met 20 % of 30 % dalen, dan zou de temperatuur meer dan 2°C kunnen stijgen, met alle gevolgen van dien.

De geïndustrialiseerde landen moeten zich ertoe verbinden om deze inspanning te leveren op hun eigen grondgebied. We mogen niet toelaten dat ze systematisch aan hun verplichtingen kunnen verzaken door te verwijzen naar de compensatieprogramma’s in ontwikkelingslanden om hun overschotten weg te cijferen.

Steun aan ontwikkelingslanden

Twee doelstellingen :

  • deze landen helpen om de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden

    We kampen met een situatie van “klimaatonrechtvaardigheid” in de wereld. Historisch gezien zijn de landen uit het Noorden verantwoordelijk voor de huidige klimaatproblemen. De landen uit het Zuiden betalen nochtans de hoogste tol. Bovendien hebben deze landen niet de nodige financiële en technische middelen om deze problemen op te vangen. Het is dus de taak van de geïndustrialiseerde landen om hen hierbij te helpen door te zorgen voor de nodige fondsen en hun kennis te delen.

  • een ander samenlevingsmodel voorstellen aan deze landen

    Als de geïndustrialiseerde landen hun uitstoot van broeikasgassen verminderen, dan is dit niet opdat de landen uit het Zuiden hun uitstoot zouden kunnen verhogen. We moeten ervoor zorgen dat deze ontwikkelende landen niet dezelfde fouten maken. Ze moeten op zoek gaan naar propere oplossingen voor hun energievoorziening. We moeten ze dan ook helpen om programma’s op te zetten rond energie-efficiëntie en hernieuwbare energie (kernenergie is hierbij geen optie). Deze landen, met name China, India en Brazilië, moeten bijdragen tot de wereldwijde vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

Strijd tegen de ontbossing

Ontbossing is goed voor 20% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Het ideale akkoord houdt rekening met deze realiteit. Greenpeace verdedigt de doelstelling “nulontbossing” tegen 2020 en stelt de oprichting voor van het fonds “Forests for Climate” (Bossen voor het klimaat”).

Dit fonds zou de daling van de uitstoot van broeikasgassen financieren die samenhangt met de ontbossing en de vernietiging van de bossen in het Zuiden (daar waar de ontbossing het meest dramatisch is, meer bepaald in het Amazonewoud, het Congobekken en Zuidoost-Azië).

110 miljard euro per jaar

De geïndustrialiseerde landen moeten zich verbinden tot een jaarlijkse investering van 110 miljard euro.

Dit bedrag zou als volgt opgedeeld worden:

  • 40 miljard euro om de ontwikkelingslanden te helpen bij de ontwikkeling van een energiesysteem gebaseerd op hernieuwbare energie en energie-efficiëntie
  • 40 miljard euro om deze landen te helpen wapenen tegen de gevolgen van de klimaatverandering

Onderwerpen