Vraag & antwoord

Wat is klimaatverandering en wat kunnen we eraan doen? Is het perse een slechte zaak dat de aarde opwarmt? En wat doen landen eigenlijk om hun uitstoot van broeikasgassen in te perken?

Een overzicht van veelgestelde vragen en antwoorden.

Enkele veelgestelde vragen over klimaat  
  • Wat is klimaatverandering?

    Het klimaat op aarde verandert altijd. Wanneer het gaat over klimaatverandering worden vaak de klimaatwijzigingen door menselijk handelen bedoeld. Meer bepaald door de uitstoot van broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO2) of methaan, die zich opstapelen in de atmosfeer en zo de warmte “vasthouden” in de dampkring.

  • Kan dit fenomeen natuurlijke oorzaken hebben?

    Metingen wijzen uit dat de gemiddelde temperatuur op het aardoppervlak gestegen is met 0,4 graden sinds de jaren 1970 en met 0,6 graden sinds het begin van de industriële revolutie. De wetenschappers zijn ervan overtuigd dat zo'n grote wijziging op zo'n korte tijd slechts aan de uitstoot van de mens kan worden toegeschreven.

    Anders gesteld, als natuurlijke factoren zoals veranderingen in de zonne-activiteit en vulkaanuitbarstingen al aanzienlijke temperatuursveranderingen hebben veroorzaakt in het verleden, dan volstaan ze niet op zich om de snelle opwarming te verklaren die we recent vaststellen.

  • Wat is het belangrijkste broeikasgas?

    Waterdamp in de atmosfeer zorgt in ruime mate voor het broeikaseffect. Procentueel gezien nemen de hoeveelheden gas die door menselijk handelen worden uitgestoten (zoals CO2 en methaan) slechts een klein deel in. Maar als we spreken over het evenwicht, kan een klein aandeel voldoende zijn om diepgaande veranderingen op gang te brengen. Op die manier veroorzaken deze uitstoten een belangrijke verandering in het volledige systeem.

    Koolstofdioxide is het belangrijkste broeikasgas ten gevolge van menselijke activiteiten. Het komt voornamelijk vrij bij het verbranden van fossiele energiebronnen zoals olie, gas en steenkool. De hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer wordt uitgedrukt in delen per miljoen (ppm).

    Voor de industriële revolutie bedroeg het CO2-niveau ongeveer 280 ppm. Nu is dat 386 ppm met een jaarlijkse stijging van 2-3 ppm. Als we bij CO2 andere gassen tellen zoals methaan, dat hoewel er minder van wordt uitgestoten wel veel sterker bijdragen tot de opwarming van de aarde, krijgen we uitgedrukt in hetzelfde equivalent een hoeveelheid van 440 ppm.

  • Welke temperatuurstijging mogen we verwachten?

    De wetenschappers zeggen dat de planeet zal blijven opwarmen, zelfs als we vandaag drastisch onze uitstoot van broeikasgassen terugdringen. Dat komt door de entropie van het systeem, je kan het vergelijken met een vrachtwagen die aan hoge snelheid rijdt: als de chauffeur der rem volledig induwt, zal het voertuig niet meteen stilstaan. Om te weten met hoeveel graden de aarde zal opwarmen, gebruiken wetenschappers computermodellen, gelijkaardig aan de modellen die worden gebruikt om het weer te voorspellen.

    Die modellen zijn niet perfect door het aantal variabelen in het klimaatsysteem. Toch leiden de computermodellen tot één conclusie. Als de uitstoot blijft toenemen in het huidige tempo, zal de gemiddelde temperatuur hoogstwaarschijnlijk met 4 graden stijgen tegen 2100. En dat is een optimistische schatting.

    Bepaalde zaken blijven onzeker. De opwarming kan er bijvoorbeeld op haar beurt voor zorgen dat er sneller koolstofvoorraden vrijkomen uit de oceanen, bossen en bodems op aarde, wat dan weer leidt tot veel grotere temperatuurstijgingen dan diegene door de uitstoot van menselijk handelen alleen.

  • Zijn hogere temperaturen perse een slechte zaak?

    Op lokaal niveau kunnen bepaalde gevolgen positief zijn voor bepaalde sectoren. In België bijvoorbeeld toonde een studie van Greenpeace aan dat een beperkte temperatuurstijging een hoger landbouwrendement oplevert.

    Het merendeel van planten en dieren zijn geëvolueerd om in een relatief kleine ecologische niche te leven. Bepaalde soorten kunnen zich verplaatsen om de gewenste omstandigheden te vinden, andere hebben aanzienlijke capaciteiten om zich aan te passen. Maar wie dat niet kan, sterft uit. Bepaalde diersoorten als de ijsbeer staan symbool voor deze onmogelijkheid om zich aan te passen. In onze contreien is bijvoorbeeld de beuk in het Zoniënwoud bedreigd door te hoge temperaturen.

    Een warmer klimaat heeft ook een invloed op de landbouwproductie. De stijging van de temperaturen beïnvloedt de neerslag. In sommige gebieden zal er meer neerslag vallen, in andere minder. In dichtbevolkte regio's die al met een watertekort kampen, zoals de Sahel, zullen de gevolgen ronduit rampzalig zijn.

    Het peil van de zeeën en oceanen zal stijgen, in een eerste fase geleidelijk aan door de uitzetting van het water (warm water neemt meer plaats in dan koud water), erna sneller door het smelten van de gletsjers en het poolijs.

  • Hoe kunnen we tegen de klimaatverandering strijden?

    De wetenschappers zeggen dat er momenteel slechts een realistische manier is om de opwarming aan banden te leggen, en dat is onze uitstoot van broeikasgassen verminderen. Hoe? Dat is de vraag waar politici zich het hoofd over breken.

    Het duurt immers even voor de warmte zich in de atmosfeer opstapelt (de entropie van het klimaatsysteem) en omdat de cyclus van koolstofdioxide in de atmosfeer uitbreidt over een langere periode, is er geen onmiddellijk verband tussen de gedragsverandering en het afremmen van de opwarming, die zal pas decennia later waargenomen worden. Eenvoudig gesteld: we stevenen af op een stijging van minstens 0,5 graden, ongeacht wat we nu doen.

  • Wat is het Kyotoprotocol?

    Het enige mondiale verdrag om de uitstoot van broeikasgassen in te perken, is het Kyotoprotocol. Het kent helaas een beperkt succes, is weinig doeltreffend en loopt af in 2012. De politieke leiders werken dus aan een opvolger die ook een reductiedoelstelling oplegt aan landen die geen verplichtingen hadden onder het Kyotoprotocol, zoals China, en die het verdrag weigerden te ondertekenen, zoals de VS.

    De experts komen meermaals per jaar samen in het kader van de VN-conferentie over klimaatverandering (Unfccc). In november 2011 heeft er een ministervergadering plaats om de geboekte vooruitgang te bestendigen. De vorige werd in Cancun gehouden en had als belangrijkste verdienste dat de zaken waarover in Kopenhagen (2009) overeenstemming werd bereikt, nu eindelijk echt in gang worden gezet. De volgende ministeriële vergadering is gepland eind november in het Zuid-Afrikaanse Durban.

  • Wat is koolstofhandel?

    Juister is om te spreken van koolstofmarkten (meervoud), want er zijn er meerdere bijvoorbeeld in Europa, Californië, etc. De koolstofmarkt is een marktmechanisme bedoeld om minder uitstoot te bekomen. Landen of groepen van landen (zoals de EU) leggen eerst een bovengrens vast voor de hoeveelheid uitstoot in een bepaalde tijd. Daarna krijgen de economische spelers het equivalent hiervan in koolstofkredieten. De bedrijven mogen niet boven deze opgelegde waarden gaan. Als ze dat wel doen, moeten ze koolstofkredieten overkopen van bedrijven die de kredieten niet meer nodig hebben omdat ze minder uitstoten dan gepland. Als de aankoopprijs van deze koolstofkredieten hoog genoeg is, worden bedrijven aangemoedigd om te investeren in maatregelen die hun emissies aan banden leggen.

    Op heden kreeg het Europese systeem van koolstofhandel forse kritiek omdat het er niet in slaagt de uitstoot terug te dringen. In de eerste fase is de hoeveelheid uitgedeelde kredieten veel te hoog, waardoor de prijs te laag ligt en de bedrijven niet gestimuleerd worden om te investeren in emissiereductie. Slechter nog, bepaalde bedrijven als Arcelor Mittal konden zelfs meer kredieten uit de brand slepen dan hun ware uitstoot, die ze in de toekomst kunnen doorverkopen. Een winstgevende praktijk.

  • Wat zijn de EU-doelstellingen voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen?

    De EU heeft een bindende doelstelling aangenomen om 20 % minder uit te stoten tegen 2020, in vergelijking met 1990. Een deel van die reductie mag in het buitenland gebeuren door projecten te financieren die leiden tot minder uitstoot van broeikasgassen. Tegelijk heeft de EU oren naar een doelstelling van minstens 30 %, op voorwaarde dat de andere geïndustrialiseerde landen “gelijkaardige” inspanningen doen. Op langere termijn beloven de Europese leiders om hun uitstoot met 80 tot 95 % terug te dringen tegen 2050.

  • Waarom moet de Europese Unie inspanningen leveren terwijl de grootste uitstoters, de VS en China, niets doen?

    De EU is heus niet de enige om zich in te zetten voor het klimaaat. Sinds 2009 hebben 80 landen doelstellingen bepaald om hun uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. China bijvoorbeeld heeft bindende klimaatdoelstellingen aangenomen en door zijn klimaatbeleid is het land vandaag de grootste producent van windenergie. In de VS voeren deelstaten als Californië ook een zeer ambitieus klimaatbeleid.

    Wel is het zo dat 20 jaar van internationale klimaatonderhandelingen hebben duidelijk gemaakt dat we de crisis niet zullen oplossen als alle betrokkenen de bal in de anderen blijven leggen. Waarom moet de EU dan het voortouw nemen? Als we de uitstoot van broeikasgassen bekijken in de voorbije 50 jaar (1960-2007), leidt het geen twijfel. Meer dan 20 % van de emissie in die periode valt te wijten aan de 27 lidstaten van de EU (enkel de VS doet slechter met 25 %). China komt slechts op de derde plaats met 11 %. Het zijn deze broeikasgassen die vandaag de klimaatverandering veroorzaken.

  • Is het wel verstandig dat de EU haar huidige doelstelling van 20 procent zou verhogen als er nog geen wereldwijd klimaatakkoord is?

    Als het klimaatdoel van 30 procent minder uitstoot wordt ingevoerd met de nodige beleidsmaatregelen, levert dat onder andere meer investeringen, minder invoer van energie en nieuwe banen op (volgens studies tot zes miljoen extra banen in 2020) in groene sectoren zoals die van de hernieuwbare energie.

    Ongeacht wat andere geïndustrialiseerde landen doen. Het beeld dat de EU geïsoleerd handelt, is niet juist. De zestien grootste economieën ter wereld werken op dit moment aan plannen om klimaatverandering tegen te gaan. China bijvoorbeeld geeft hernieuwbare energie een sleutelrol in zijn ontwikkelingsplan voor de komende vijf jaar.

  • Moeten we niet eerst werk maken van het herstel van de economie, en dan pas kijken naar het klimaat- en energiebeleid?

    Om de economie weer op de rails te krijgen, is een ambitieuzer klimaatbeleid net één van de hefbomen. Onze huidige economie is kwetsbaar door de afhankelijkheid van de klassieke energiebronnen en de sterke prijsschommelingen van fossiele brandstoffen. Als Europa zijn leiderspositie op het vlak van technologie wil vrijwaren en uitbouwen, dan moet het dringend ambitieuzere richtlijnen uitvaardigen en een coherent investeringsbeleid uitstippelen.

  • Is een doelstelling van 30 procent minder uitstoot tegen 2020 wel haalbaar zonder aanzienlijk banenverlies?

    Als het terugdringen van de uitstoot gepaard gaat met een ondersteunend politiek beleid, zal ze de Europese concurrentiekracht verhogen. De Europese Commissie stelt het zo: “Europa moet ook zijn internationale concurrentiekracht verbeteren door snel de transitie te maken naar een koolstofarme en grondstofefficiënte economie in energie-intensieve sectoren als staal, non-ferro metalen, papier en chemie. (…) Investeringen om hun CO2-uitstoot te verkleinen, maken deze industrieën minder afhankelijk van toekomstige brandstofprijzen.”

    De industrie stelt vaak dat de CO2 zal worden uitgestoten in landen waar de desbetreffende wetgeving minder streng is. Volgens verschillende rapporten is deze vrees overdreven en slechts van toepassing op een gering aantal sectoren.

    De echte bedreiging voor jobs in de zware industrie wordt in de eerste plaats in verband gebracht met de vraag naar afgewerkte producten op de Europese bouw- en infrastructuurmarkt. Het zijn net de hernieuwbare energiesector en het openbaar vervoer (o.a. sporen voor hogesnelheidstreinen) van waaruit een toenemende vraag naar staal mag verwacht worden.

  • Als de EU kiest voor 30% minder uitstoot tegen 2020, gaat ze dan niet overhaast te werk?

    Het debat over de ambitieuzere doelstelling van 30 procent loopt al sinds 2004. In 2007 liet het VN-klimaatpanel IPCC weten dat geïndustrialiseerde landen tegen 2020 hun uitstoot met 25 tot 40 procent moeten terugdringen (in vergelijking met referentiejaar 1990) en met 80 tot 95 procent tegen 2050 om 50% kans te maken dat de klimaatopwarming onder de gevaarlijke grens van 2°C blijft. Het wordt dus hoog tijd dat de EU ambitieuzere doelstellingen oplegt voor 2020. Vooral omdat de economische crisis ervoor gezorgd heeft dat de huidige 20 procent doelstelling een business as usual-scenario is. Nog langer treuzelen zal investeerders afschrikken en de ontwikkeling naar een groenere Europese economie in de weg staan.

  • Zou het niet dom zijn van de EU om na de flop van de klimaattop in Kopenhagen opnieuw unilateraal zijn reductiedoelstelling te verhogen tot -30%?

    Een studie van enkele gerenommeerde Europese universiteiten toont aan dat een doelstelling van 30 procent de Europese economie en investeringen een aanzienlijke boost kunnen geven. Bovendien is de huidige EU-positie van 20 procent vastgelegd in 2008, nog voor de economische crisis. Die doelstelling is nu achterhaald. Ze kan gehaald worden zonder dat de lidstaten maatregelen moeten treffen om de uitstoot terug te dringen tegen 2020, stelt het Internationaal Energieagentschap.

    De strijd tegen klimaatverandering kan niet gewonnen worden met enkel regels en doelstellingen. Er moet meer nadruk op technologie komen. Technologische ontwikkeling is cruciaal, maar moet gepaard gaan met bindende doelstellingen en wetgeving. Bindende doelstellingen bevorderen innovatie en plaatsen alle economische spelers op dezelfde lijn. Bijvoorbeeld: de bindende doelstelling voor hernieuwbare energie wordt allicht gehaald en zelfs overschreden – ondanks het feit dat de industriële lobby indertijd stelde dat dit onhaalbaar was. De niet-bindende doelstelling voor energie-efficiëntie daarentegen is nog lang niet in zicht.