De elektrische auto

Pagina - 16 april, 2010
Elektrische auto's lijken wel het ultieme reddingsmiddel om de impact van het autoverkeer op het klimaat te reduceren. Is dat realistisch? Elektrische auto's zijn inderdaad energie-efficiënter, minder vervuilend en maken het gebruik van verschillende energiebronnen – inclusief hernieuwbare – mogelijk. Zo kunnen (en moeten) zij dus op lange termijn wel degelijk een aanzienlijke bijdrage leveren aan duurzaam transport. Maar er resten nog veel vraagtekens.

Aan de ene kant is het dringend nodig om de klimaatverandering aan te pakken (volgens het VN-Klimaatpanel moeten we uiterlijk tegen 2015 de piek in de wereldwijde uitstoot ombuigen), maar aan de andere kant voorzien de scenario's voor de intrede van elektrische auto's in het wagenpark een vrij lange tijd. De meeste prognoses over de invoering van plug-in hybrides en elektrische auto's wijzen op een bescheiden intrede tegen 2020 en daardoor ook een beperkte impact op de vermindering van de uitstoot tegen 2030.

Naar verwachting zullen de elektrische auto's minstens nog tot 2015 een nicheproduct zullen blijven, omwille van de hogere kosten en de geringere prestaties. Op korte en zelfs middellange termijn zal de elektrische auto dus geen belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de strijd tegen de klimaatverandering.

Toch stellen deskundigen dat de elektrificatie van het transport noodzakelijk is om op lange termijn te komen tot de grote reducties die nodig zijn in de transportsector. Want het zuiniger maken van auto's met ontploffingsmotor heeft zijn grenzen. Niettemin zijn er belangrijke kanttekeningen te maken bij de impact van de elektrische auto op de emissies van het autoverkeer, die de milieuwinst zwaar zouden kunnen hypothekeren.

Eerst en vooral is het nog maar de vraag in welk soort mobiliteit de elektrische auto zijn intrede doet. Door de waarschijnlijke kostenstructuur van de elektrische auto (hogere aankoopkosten maar lagere kosten per km) bestaat het risico dat het aantal gereden kilometers en daardoor ook het volume van het verkeer zal toenemen. Verder riskeren we bij ongewijzigd beleid elektrische auto’s veeleer bovenop en niet in de plaats van conventionele auto's te zien komen (bijvoorbeeld door hun beperkt bereik).

Omdat de elektrische auto zeker op korte en middellange termijn vooral interessant zal zijn voor kleinere afstanden in (voor)steden, is het bovendien niet ondenkbaar dat elektrische auto's duurzamer vormen van verplaatsing, met bijvoorbeeld de fiets of het openbaar vervoer zullen vervangen. En door de relatief lage kosten om een elektrische auto op te laden, zou het streven naar efficiëntere auto's kunnen worden verwaarloosd en zou het aandeel zware, overgemotoriseerde auto’s dus groot blijven of zelfs toenemen (zie ook energiezuinige auto).

Ook de energie die de elektrische auto zal gebruiken is natuurlijk van groot belang. Een ongecontroleerde intrede van elektrische auto's houdt ook het risico in dat de huidige, niet-duurzame energiemix de komende decennia bestendigd of zelfs versterkt wordt. De druk om nieuwe kern- en steenkoolcentrales te bouwen, zou sterk kunnen toenemen. Dit strookt absoluut niet met een duurzaam en klimaatvriendelijk energiebeleid en zou ook de milieuwinst van elektrische auto's sterk beperken. De intrede van de elektrische auto moet met andere woorden gepaard gaan met de vergroening van de energiesector.

Het succes van elektrische auto's staat of valt ook met de batterij: de productie, de kosten en vooral ook de milieu-impact ervan. Hierover bestaat nog heel wat onduidelijkheid die moet worden uitgeklaard vooraleer we volop inzetten op de massale verkoop van elektrische auto's.

Het streefdoel: efficiënte elektrische auto's – zoveel mogelijk aangedreven door bijkomende hernieuwbare productiecapaciteit – die in de plaats komen van conventionele benzine- en dieselauto's. Tegelijk zijn bijkomende maatregelen nodig om te verzekeren dat het aantal voertuigen en de kilometers die ze afleggen niet zullen toenemen. Het vermijden van transport en het promoten van het openbaar vervoer en andere duurzame transportmiddelen moet topprioriteit blijven. Bovendien moeten we streven naar een milieuvriendelijker en hernieuwbaar gebruik van energie. Met het huidige Belgische en Europese beleid zullen we dit gewenste scenario niet realiseren.

Hybride auto's rijden met een elektrische motor en een ontploffingsmotor die allebei worden gebruikt voor de wielaandrijving. De batterij wordt opgeladen door de ontploffingsmotor en door energie die onder andere afkomstig is van het remmen. Afhankelijk van de aandrijvingscyclus werkt de ontploffingsmotor of de elektrische motor of beide. In de stad of in langzaam verkeer rijden hybride wagens op hun elektrische motor en dat zorgt voor een lager brandstofverbruik. Een hybridemotor zorgt voor een besparing van brandstof, maar de auto wordt ook zwaarder door de batterij en de 2 motoren. Dat vermindert de globale efficiëntie van de auto. De hybride technologie heeft dus zeker bepaalde voordelen, maar moet nog verbeterd worden en is sowieso een overgangstechnologie.

Onderwerpen