Wat doet Greenpeace?

Pagina - 12 december, 2011
Na de ramp met de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico ging Greenpeace ter plaatse om de impact van de olieramp in kaart te brengen. Met onze schepen gaan we ook de confrontatie aan met oliemaatschappijen die riskante boringen uitvoeren, bijvoorbeeld in het noordpoolgebied. We hekelen ook het verzet van de auto-industrie om wagens versneld zuiniger en groener te maken.

Hulp bij olieramp

Hoe verder en dieper bedrijven gaan om naar olie te boren, hoe groter het risico op een olieramp. Op 20 april vond er een zware explosie plaats op Deepwater Horizon, een boorplatform dat de Britse oliemaatschappij BP exploiteerde in de Golf van Mexico. Drie maanden lang stroomde naar schatting 780 miljoen liter ruwe aardolie in zee. We lieten ons niet onbetuigd. Van bij het begin waren teams van Greenpeace USA ter plaatse. Ze hielpen bij de opkuis, brachten de omvang van de ramp in kaart en volgden de situatie op de voet. Enkele maanden later vertrok ons schip de Arctic Sunrise voor drie maanden naar de Golf om er onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de impact op het ecosysteem.

In actie aan de Noordpool

Vooral de Noordpool staat hoog op het verlanglijstje van de oliemaatschappijen. Het Britse Cairn Energy bijvoorbeeld heeft al meerdere prospecties uitgevoerd in de Baffinbaai bij Groenland. De kwetsbare regio valt al ten prooi aan de klimaatverandering en daar kan binnenkort de aanwezigheid van oliebedrijven bijkomen. Ironisch genoeg zorgt de opwarming van de aarde er zelf voor dat er langere ijsvrije periodes zijn en dat er nieuwe vaarroutes ontstaan, waardoor het gebied steeds toegankelijker wordt. De temperaturen onder het vriespunt, extreme klimatologische omstandigheden en het feit dat het gebied afgelegen ligt, zijn ernstige belemmeringen om de vervuiling van een mogelijk olielek op te kuisen. De oliemaatschappijen zijn hier niet op voorbereid.

Greenpeace probeert op alle mogelijke manieren verhinderden dat hier in de toekomst naar olie wordt opgepompt. In 2011 gingen actievoerders meermaals aan boord van het boorplatform Leiv Eriksson van Cairn Energy. Ze zijn erin geslaagd de operaties van de Britse maatschappij te vertragen. Ook onze internationale directeur Kumi Naidoo beklom zelf het booreiland om inzage te eisen in het zogenaamde noodplan van Cairn, om te weten hoe het bedrijf een met een eventuele olieramp zou omgaan. Dat plan hield de Britse oliemaatschappij angstvallig achter, maar werd uiteindelijk door de Groenlandse autoriteiten openbaar gemaakt. Zoals gevreesd schiet het plan ruimschoots tekort. We zullen blijven actievoeren tegen alle bedrijven die roekeloos naar olie willen boren in het noordpoolgebied.

Ambitieuzere normen voor auto's

Greenpeace vormt ook een tegengewicht voor de sterke lobbymachine van de auto-industrie. Vandaag consumeert de transportsector 60 procent van alle olie in Europa. Strenge normen voor voertuigen op het vlak van CO2-uitstoot kan het olieverbruik in Europa met 8 procent doen dalen in 2030. Daardoor wordt het onnodig om de olie in het noordpoolgebied boven te halen. Een goed voorbeeld is onze internationale campagne tegen Volkswagen, dat zich als grootste autoconstructeur van het continent heftig verzet tegen strengere Europese normen.

Energy[R]evolution

We kunnen zelfs nog verder gaan en afstappen van petroleum en andere fossiele brandstoffen tegen 2050, zonder daarvoor terug te vallen op kernenergie. Daarvoor moeten we wel zwaar investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, en dat vereist een goede dosis politieke wil en steun van de industrie. Meer weten? Lees het rapport over de Energy[R]evolution.

Onderwerpen