In de Democratische Republiek Congo

Pagina - 9 april, 2010
De bossen van het Congobekken vormen het tweede grootste tropische bosgebied op aarde, na het Amazonewoud. Zij hebben een uitzonderlijke ecologische waarde. Alleen al in Congo zijn in het woud 415 soorten zoogdieren, 11.000 plantensoorten, 1.117 soorten vogels en bijna 1.000 soorten vissen geteld. Symbolische soorten als bosolifanten, gorilla’s, bonobo’s en okapi’s vormen het bewijs van de uitzonderlijke biodiversiteit van dit woud.

De winsten van de houtkap komen niet ten goede aan de bevolking en evenmin aan de arbeiders in de houtindustrie.

In deze streken zijn hele culturen gebaseerd op de relatie van de mens met het bos. Tientallen miljoenen mensen zijn voor hun voeding, medicijnen of energievoorziening afhankelijk van het bos.

Industriële houtkap

De houtindustrie brengt dit evenwicht ernstig in gevaar. Tussen 2002 en 2008 is volgens de VN-voedselorganisatie (FAO) in Congo 15 miljoen hectare bos (dat is iets meer dan vier keer de oppervlakte van België) op volledig illegale wijze toegewezen voor de houtontginning. Dat heeft dramatische ecologische en sociale gevolgen: de bossen worden leeggeplunderd, de fauna wordt gedecimeerd en plaatselijke gemeenschappen raken ontwricht. De winsten van de houtkap komen niet ten goede aan de bevolking en evenmin aan de arbeiders in de houtindustrie, die trouwens moeten werken in erbarmelijke omstandigheden.

Het geld komt gewoon terecht bij enkele corrupte individuen en bij bedrijfsleiders die niet terugschrikken voor intimidatie, geknoei met de boekhouding en belastingontduiking om hun omzet aan te dikken. In 2008 tikte Greenpeace het Duits-Zwitserse bedrijf Danzer op de vingers, zie het rapport "Conning the Congo". Het vergat zomaar eventjes bijna acht miljoen euro belastingen te betalen. Daar kun je vaccins voor 700.000 kinderen mee kopen!

Moratorium

De Congolese regering is de voorbije jaren daadkrachtig opgetreden om de houtkapsector beter in te tomen: sinds 2002 heeft het land een nieuw boswetboek, in 2002 werd een moratorium ingesteld op de toekenning van nieuwe kapvergunningen dat in 2005 is bevestigd en ook de bestaande vergunningen zijn allemaal herzien. Dat onderzoek is in januari 2009 afgerond met de nietigverklaring van vergunningen voor 12 miljoen hectare. Het hele proces is niet vlekkeloos verlopen (er was te weinig transparantie, de plaatselijke bevolking was onvoldoende betrokken en er was sprake van lobbying door de grote houtkapbedrijven). Maar toch is deze eerste herziening een eerste, voorzichtige stap in de goede richting, al worden de resultaten van de nietigverklaring intussen wel al weer aangevochten.

Er is nog heel wat werk aan de winkel. Met de opening van een kantoor in Kinshasa in november 2008 wil Greenpeace druk blijven uitoefenen om een eind te maken aan de plundering van de Congolese bossen. Het moratorium kan pas worden opgeheven wanneer er een nationaal bestemmingsplan is dat de verschillende vormen van grondgebruik bepaalt, wanneer een doeltreffend bosbeheer gegarandeerd is, het wettelijk kader helemaal is voltooid en nieuwe ongerepte bossen op bescherming kunnen rekenen.

Internationale gemeenschap

De donoren (zoals de Wereldbank en de Belgische ontwikkelingssamenwerking) moeten het boserfgoed mee helpen beschermen in plaats van zich mee schuldig te maken aan de plundering ervan door de ogen te sluiten voor wat er in Congo gebeurt. De donoren meenden altijd dat bosontginning een factor van ontwikkeling kon zijn, maar nu blijkt precies het omgekeerde.

Ten slotte moeten de belangrijkste kopers van Afrikaans hout, de Europese Unie en China, de invoer van illegaal of geplunderd hout verbieden. Alleen zo zullen we het woud in het Congobekken kunnen beschermen tegen verwoesting door houtkapbedrijven die enkel oog hebben voor kortetermijnwinst.

Bezoek ook onze website van Greenpeace Africa

Onderwerpen