REDD of hoe bossen het klimaat kunnen redden

Pagina - 7 april, 2011
De tropische bossen zijn niet alleen essentieel voor de biodiversiteit, ze houden ook enorme hoeveelheden CO2 vast. Wanneer ze vernietigd worden, komen die broeikasgassen in de atmosfeer terecht. De schade die aan de “groene longen” van onze planeet wordt toegebracht, is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat is meer dan de globale transportsector voor zijn rekening neemt.

Veenbossen in Kerumutan, op Sumatra.

De link tussen ontbossing en klimaat blijkt duidelijk uit de plaats die landen als Indonesië en Brazilië bekleden op de lijst van 's werelds grootste uitstoters van broeikasgassen. Ze bezitten een groot deel van de drie belangrijkste regenwouden op aarde, maar door ontbossing behoren ze ook tot de meest klimaatvervuilende landen. Om diezelfde reden eindigt een bosrijk maar arm en weinig ontwikkeld land als Congo hoger op deze lijst dan een geïndustrialiseerd land als België.

Een concreet voorbeeld van de schadelijke impact van ontbossing op het klimaat, vinden we terug op Indonesië. In de provincie Riau komt er bij de verwoesting van veenbossen evenveel CO2 vrij als wat alle elektriciteitscentrales op fossiele brandstoffen uitstoten gedurende vijf jaar.

REDD: strijden voor het klimaat en tegen de ontbossing

Daarom wil Greenpeace komaf maken met tropische ontbossing tegen 2020. Dat is cruciaal voor het klimaat, de biodiversiteit en natuurlijk ook voor de mensen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van het woud. Die ambitieuze doelstelling kan niet gehaald worden zonder een afgestemd beleid op nationaal en internationaal niveau.

De internationale gemeenschap beseft dat er nood is aan een mechanisme om de uitstoot van broeikasgassen uit ontbossing aan banden te leggen in ontwikkelingslanden. Daar bevinden zich immers de grootste stukken tropisch oerwoud. Het programma van de Verenigde Naties dat zich hiermee bezig houdt, kreeg de afkorting REDD (Reduced Emissions from Degradation and Deforestation) mee.

Drie terreinen: klimaat, biodiversiteit en lokale bevolking

Volgens Greenpeace kan dit programma echt helpen in de strijd tegen de klimaatverandering, maar men mag niet vergeten dat een goed REDD-akkoord ook moet bijdragen aan de bescherming van de biodiversiteit en voordeel moet opleveren voor de lokale bevolking en inheemse volkeren.

Een slecht REDD-akkoord daarentegen kan industriële groepen aansporen om het woud te kappen onder het mom van bosbescherming. Bovendien kan de industrie dan eenvoudiger gemeenschappen die in de bossen leven uitsluiten van de onderhandelingen die hen rechtstreeks aanbelangen. Wat zeker niet mag gebeuren, is dat bijvoorbeeld boszones met een rijke biodiversiteit die van cultureel belang zijn voor de lokale bevolking veranderen in een monocultuur van plantages onder het voorwendsel dat het klimaat er wel bij vaart.

Greenpeace ziet voor zichzelf een taak weggelegd bij de opvolging van dit dossier: vermijden dat een “verbetering” op termijn niet contraproductief uitdraait. Verschillende van onze recente rapporten proberen de aandacht van de betrokkenen te trekken op dit soort van addertjes onder het gras. Het rapport REDD in Congo: bedreiging of oplossing? wijst op de rol die geldschieters als de Wereldbank moeten spelen.

Geld voor klimaat en bossen

Bij zijn opvolging van het REDD-programma voert Greenpeace campagne voor een consequente internationale financiering, zodat ontwikkelingslanden zelf de bescherming van hun bossen kunnen organiseren. Het klimaat is een zaak waar de hele wereld en de ganse bevolking belang bij heeft. We moeten deze landen helpen om hun bossen te beheren en controleren, want vaak hebben industriële groepen hun begerig oog laten vallen op deze natuurlijke rijkdom. Daarom is het noodzakelijk om economische alternatieven voor de houtkap op touw te zetten. Het financieringsmechanisme dat Greenpeace voorstelt, heet Bossen voor klimaat en steunt op het principe dat de vervuiler betaalt.

De geïndustrialiseerde landen hebben een historische verantwoordelijkheid voor de opwarming van de aarde en moeten financieel tussenbeide komen. Het kan niet zijn dat de bosrijke landen uitgenodigd worden “om hun bossen te beschermen en het klimaat te redden” ten koste van hun eigen ontwikkeling. Er mag ook geen sprake zijn van geïndustrialiseerde landen die geld storten in zo'n fonds zonder in eigen land hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Bij de strijd tegen de klimaatverandering is het niet "en/of" maar "en/en".

Onderwerpen