Risico's voor het milieu

Pagina - 19 april, 2010
Ggo's komen als dusdanig niet in de natuur voor. De interactie van deze nieuwe organismen met bestaande ecosystemen is dan ook uitermate onvoorspelbaar. De verspreiding van ggo's in het leefmilieu vormt een bedreiging voor de biodiversiteit. De teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen gaat gepaard met een toenemend gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ggo's leggen ook een hypotheek op de biologische en conventionele landbouw.

De gevolgen van de verspreiding van ggo's in het leefmilieu zijn moeilijk te voorspellen.

Zolang genetische experimenten in het laboratorium plaatsvinden, zijn daar relatief weinig risico's aan verbonden. Maar wanneer ggo's verspreid worden in het leefmilieu, zijn de gevolgen moeilijk te voorspellen. Ggo's komen in de natuur niet voor. We weten dan ook maar weinig over de manier waarop ze zich zullen gedragen. Het is goed mogelijk dat schadelijke effecten pas zichtbaar worden als het al te laat is. Ggo’s zijn bovendien levende wezens, die zich kunnen verspreiden en voortplanten. Indien ze schade veroorzaken, kunnen ze niet zomaar worden teruggeroepen uit het leefmilieu.

Toch worden genetisch gemanipuleerde planten in een beperkt aantal landen al op grote schaal verbouwd. Daarbij gaat het haast uitsluitend over vier gewassen: soja, maïs, koolzaad en katoen. In bijna alle gevallen kregen ze een van de volgende twee eigenschappen ingebouwd: tolerantie voor herbiciden (68 %) en resistentie tegen insecten (19 %). Ook een combinatie van beide eigenschappen komt geregeld voor (13 %).

Greenpeace voert al vele jaren campagne tegen de verspreiding van ggo's in het leefmilieu omwille van volgende redenen:

Verlies van biodiversiteit

De natuurlijke evolutie en klassieke veredelingstechnieken hebben een indrukwekkende diversiteit aan gewassen tot stand gebracht. De teelt van ggo's brengt die diversiteit in gevaar. De huidige ggo’s zijn gemaakt op maat van de industriële landbouw, die streeft naar gestandaardiseerde teelten en sterk afhankelijk is van kunstmeststoffen en chemische bestrijdingsmiddelen. Het industriële landbouwmodel gaat gepaard met toenemende genetische uniformiteit van het zaaigoed en leidt tot een afname van de biodiversiteit op het platteland. Bovendien kunnen genetisch gemanipuleerde planten door kruising natuurlijke soortgenoten besmetten.

Mexico, de bakermat van de maïs, telt zestig inheemse maïssoorten en meer dan tweeduizend veredelde rassen. Genetische besmetting van deze variëteiten door ggo's vormt een ernstig gevaar, niet alleen voor Mexico, maar ook voor de hele mensheid. Indien de moederplanten verdwijnen, kunnen de boeren niet langer traditionele variëteiten veredelen om het hoofd te bieden tegen droogte, plagen of landbouwkundige veranderingen.

Jammer genoeg zijn er al veel gevallen van genetische besmetting te melden in de wereld. Download het rapport GM Contamination Register 2007.

Toenemend gebruik van pesticiden

De bedrijven die ggo’s op de markt brengen, beweren dat deze ggo's het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen terugdringen. De praktijk leert evenwel het tegendeel. Voor meer informatie, raadpleeg het rapport van Friends of the Earth.

Ggo's zijn vooral geschikt voor grootschalige monoculturen, die leiden tot een grotere afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen.

De meeste genetisch gemanipuleerde planten kregen een tolerantie voor een onkruidverdelger ingebouwd. Ze zijn bestand tegen een 'totaalherbicide': een onkruidverdelger die alle andere planten doodt. Door het intensieve gebruik van totaalherbiciden past onkruid zich geleidelijk aan en wordt het er resistent tegen. Landbouwers reageren veelal door nog meer en nog giftiger chemische bestrijdingsmiddelen over hun akkers te sproeien. Op middellange en lange termijn leidt het gebruik van grotere hoeveelheden bestrijdingsmiddelen tot een verdere vervuiling van de bodem en het grondwater.

Sommige ggo’s, zoals koolzaad, kunnen bovendien door kruising (bestuiving van verwante soorten) hun natuurlijke soortgenoten besmetten. Zo kan zogenaamd 'superonkruid' ontstaan dat eveneens resistent is tegen onkruidverdelgers. Daardoor maken ggo's de problemen van de intensieve industriële landbouw alleen maar groter.

Rechtstreekse bedreiging voor de biologische en conventionele landbouw

Genetisch gemanipuleerde en conventionele of biologische gewassen kunnen onmogelijk naast elkaar bestaan, aangezien genetische besmetting onvermijdelijk is. Er is sprake van genetische besmetting wanneer zaaigoed, een gewas of voedsel (voor mens of dier) ongewenst genetisch materiaal bevat van een ggo. De besmetting kan veroorzaakt zijn door insecten, de wind, het vervoer of de mens. In de biologische landbouw is het gebruik van ggo's wettelijk verboden. Wanneer biologisch geteelde gewassen besmet zijn, kan de certificatie van ggo-vrije teelt niet meer gewaarborgd worden, waardoor bioboeren aanzienlijke verliezen kunnen leiden.

De biologische landbouw maakt trouwens sinds jaren gebruik van een biologisch pesticide (BT of Bacillus Thuringiensis), een bacterie die in natuurlijke omstandigheden in de bodem voorkomt. Sinds kort hebben de biotechnologische bedrijven ingezien hoe belangrijk dit natuurlijke pesticide kan zijn. Zij hebben een gen van de betreffende bacterie afgezonderd en rechtstreeks ingebracht in de plant. Het resultaat is een plant die voortdurend zelf het pesticide aanmaakt. Maar schadelijke insecten passen zich aan wanneer ze ononderbroken worden blootgesteld aan het pesticide. Wanneer de insecten resistent zijn geworden, heeft het wapen van de biolandbouwers geen zin meer. Zij moeten dan op zoek naar een ander natuurlijk product dat dezelfde rol kan vervullen.

Onvoorspelbare gevolgen

De gevolgen van de verspreiding van ggo's in het leefmilieu zijn moeilijk te voorspellen. Onderzoek naar ggo’s die door de overheid als 'veilig' bestempeld zijn en in een aantal landen op de velden staan, heeft verschillende onvoorziene effecten aan het licht gebracht. Maïs die genetisch gemanipuleerd was om een gif tegen schadelijke insecten te produceren, bleek bijvoorbeeld ook schadelijk voor gunstige soorten, zoals de monarchvlinder. Het is niet uitgesloten dat ook andere insecten (bijen, lieveheersbeestjes) en het bodemecosysteem door het ggo worden aangetast. Nochtans zijn de micro-organismen in de bodem bondgenoten die het precies mogelijk maken om het gebruik van chemische producten te beperken.

De overheidsinstanties die de risico's van ggo's moeten beoordelen, waren niet in staat deze mogelijke negatieve gevolgen in te schatten. Ze hebben er dus ook geen rekening mee gehouden.

Greenpeace verzet zich tegen de verspreiding van ggo's in het leefmilieu en vraagt de overheid het voorzorgsprincipe toe te passen.

Ook kleinschalige veldproeven kunnen leiden tot kruisbestuiving en genetische besmetting. Daarom vindt Greenpeace dat ook die experimenten beter worden vermeden. Greenpeace is niet tegen biotechnologisch onderzoek, maar meent dat dit moet gebeuren in een gesloten omgeving.

De theoretische voordelen van genetisch gemanipuleerde gewassen voor de landbouw, de voedingsindustrie, de bosbouw en de visserij wegen niet op tegen de talrijke risico's die ze met zich meebrengen. Terwijl een kleine groep privébedrijven de winsten opstrijken, draait de hele samenleving op voor de gevolgen.

Onderwerpen