‘Windmolens stilgelegd wegens te veel aan stroom’ en ‘Natuurgebied bedreigd door industrie’, bloklettert de krant. Als groene meid word ik er niet bepaald vrolijk van. Er is nog veel werk aan de winkel.

Op de radio hoor ik J'aime la vie van mijn naamgenote. Ik doe mijn ogen dicht en laat me meezuigen terug in de tijd, want ik wil weer 11 jaar oud zijn – voor eventjes toch. Toen was het leven zo simpel.

Een prachtige lentedag in 1986. Mijn mama zet de radio keihard, de kat spint, mijn papa werkt in de tuin. Ja, het leven is mooi, al vind ik de kernramp in Tsjernobyl heel erg. We gingen elk jaar op vakantie in Oostenrijk, maar omdat de gevaarlijke deeltjes zelfs in de weiden van Tirol zijn beland, gaan we dit jaar niet. Kernenergie is toch echt slecht voor de mensen en de natuur. Als ik groot ben, zullen er geen kerncentrales meer zijn…

Ik doe mijn ogen open. We zijn bijna 30 jaar verder. Kerncentrales zijn er nog altijd en in ons land werd zelfs de geplande kernuitstap gewijzigd. We verliezen open ruimte aan de lopende band en kortetermijnwinst primeert op duurzaamheid.

Toch is er veel ten goede veranderd. Milieu is een issue geworden; er wordt over gepraat. De groene jongens en meisjes worden niet meer in het rariteitenkabinet geklasseerd. De kennis is er, de voorbeelden zijn er, enkel de structurele inbedding is het nog wachten.

We moeten dus blijven doorgaan. Telkens kloppen op dezelfde spijker. We zijn het de 11-jarigen van vandaag verplicht.

Sandra Bamps is coördinator Greenpeace Limburg