België heeft enkel baat bij kernuitstap

Nieuwsartikel - 10 maart, 2011
De aankondiging van het Internationale Energieagentschap (IEA) woensdag dat België de geplande kernuitstap moet herzien, doet heel wat wenkbrauwen fronsen. Het is slechts koren op de molen van de voorstanders van nucleaire energie waarbij bepaalde cijfers handig onder de mat werden geveegd. Zulke berichten zetten een rem op investeringen in groene energie.

De Belgische kerncentrales, zoals deze in Tihange, zijn verouderd.

In het rapport dat al dateert van 2009, schrijft het IEA dat het stilleggen van onze reactoren gevaar voor stroompannes inhoudt, zeker tijdens de piekuren. Samen met Greenpeace vinden milieuorganisaties als Bond Beter Leefmilieu en WWF dat het probleem net bij de voorgestelde levensduurverlenging van de centrales in Doel en Tihange ligt. Ze stellen unaniem dat er niet mag worden geraakt aan de wet die bepaalt dat de kerncentrales vanaf 2015 en 2025 dicht moeten.

Genoeg vervangcapaciteit

Beweren dat de kernuitstap zal leiden tot bevoorradingsproblemen houdt geen steek. Op basis van de investeringen die al op stapel staan, kunnen we de oudste kernreactoren sluiten zonder onze bevoorrading in het gedrang te brengen. Die reactoren wekken zo'n 15.000 GWh op. Bestaande plannen in België voor de bouw van windmolens, warmtekracht- of STEG-centrales zijn samen goed voor 25.000 GWh.

Gedecentraliseerde productie

Het probleem is dat alle onduidelijkheid rond de kernuitstap andere investeerders niet bepaald aanmoedigt om resoluut voor hernieuwbare energie te kiezen. Het quasi-monopolie van Electrabel op de Belgische elektriciteitsmarkt wordt op die manier in de hand gewerkt. Doordat Electrabel zo alomtegenwoordig is, kunnen we moeilijk naar een decentralisatie van onze productie-eenheden evolueren. Kernenergie die vandaag in 52 procent van onze stroom voorziet, is namelijk een uiterst gecentraliseerde en weinig duurzame energiebron. Hernieuwbare energiebronnen zorgen voor een meer gedecentraliseerde productie, waardoor het verlies bij transport en de problemen bij een eventuele panne beperkt blijven. Het is een systeem dat in tegenstelling tot kernenergie niet gebaseerd is op megacentrales. Wat het stroomnet betreft, zet de aanwezigheid van kernenergie een rem op de ontwikkeling van hernieuwbare en propere energie.

En het klimaat dan?

De nucleaire sector vertelt graag dat kernenergie CO2-neutraal is. Rechtstreeks stoot de productie van kernenergie inderdaad geen CO2 uit, maar bepaalde stappen in het proces brengen toch flink wat broeikasgassen in de atmosfeer. Het is tekenend dat ons land, een van de meest “genucleairiseerde” landen ter wereld, ook een van de grootste CO2-uitstoters is. België brengt jaarlijks 10 ton CO2 per inwoner voort. Dat bedrag is hetzelfde in Nederland, dat slechts 9 procent van zijn energie uit atomen haalt. Kernenergie helpt dus niet in de strijd tegen de klimaatverandering.

Het foute paard

We mogen ook niet vergeten dat de uraniumvoorraden slinken. Experts schatten dat ze het huidige kernpark nog maar honderd jaar kunnen aandrijven, op voorwaarde dat er geen nieuwe kerncentrales bijkomen. De voorraden bevinden zich doorgaans in instabiele landen zoals Congo. Bovendien verouderen onze kerncentrales, waardoor ook het aantal incidenten toeneemt. De nucleaire risico's worden onvoldoende gedekt en in geval van een ramp zal de staat moeten tussenbeide komen.

Er zijn tal van goede redenen voor de kernuitstap. Met de kernuitstap kunnen we resoluut kiezen voor hernieuwbare energie, talloze groene banen scheppen, de productie van hoogradioactief kernafval vermijden en tegelijk doeltreffend strijden tegen de klimaatverandering. Door België aan te sporen om de kerncentrales langer open te houden, laat het IEA ons op het verkeerde paard wedden. Terwijl de sector van de hernieuwbare energie al staat te trappelen van ongeduld.

Onderwerpen