Van het groene hart van Afrika tot in de Amazone: wat gebeurt er in de grootste wouden op aarde?

Orang-oetan in het Lamandau-reservaat op Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo. Sinds 1997 worden hier jonge, verweesde orang-oetans opgevangen en een beschermd leven geboden.

Gordel van smaragd

Schrijver Multatuli gaf voormalig Nederlands-Indië deze tot de verbeelding sprekende naam. Indonesië, het grootste eilandenrijk ter wereld, ligt middenin de azuurblauwe oceaan en wordt gekenmerkt door weelderig smaragdgroen regenwoud. West-Papoea is zelfs wereldberoemd vanwege zijn Paradise Forests.

De regenwouden van Indonesië zijn echte schatkamers. Hier leven wel 1.700 vogelsoorten en miljoenen zeldzame plantenen diersoorten, zoals de tijgerorchidee, de nevelpanter en het spookdiertje. In de bossen van Sumatra en Borneo brengen orang-oetans zo’n 90 % van hun leven door in boomtoppen. Ze worden er geboren, bouwen er elke dag opnieuw een nest en vinden er hun voedsel.

Indonesië heeft de twijfelachtige eer dat het ’s werelds grootste ontbosser is én de vierde plaats inneemt van alle broeikasgasuitstoters. Al jarenlang worden duizenden hectares regenwoud in de as gelegd en ontwaterd, voor de aanleg van oliepalm- en andere plantages. Op Borneo zijn de mensapen daardoor al 80 % van hun leefgebied kwijt.

In 2010 beloofden grote voedselproducenten als Mars Inc., Nestlé, Unilever, Procter & Gamble, Arla en L’Oreal dat ze uiterlijk per 2020 in geen enkel product meer palmolie zouden gebruiken waarvoor regenwoud is verwoest. Greenpeace toont keer op keer aan dat geen van hen deze belofte waarmaakt.

Indonesië kent ook veel corruptie en de mazen van de wet zijn groot. Lokale gemeenschappen die in en van het bos leven, zoals de Marind en Yeinan in Indonesisch Papoea, zijn door geweld en landroof verdreven. Ook kleine boeren en dorpjes moeten het veld ruimen voor de belangen van grote bedrijven. Tot overmaat van ramp drukte de regering er in coronatijd ook nog een nieuwe wet doorheen die buitenlandse investeerders aan moet trekken. Deze Omnibuswet legaliseert onder andere landroof, verwoesting van de natuur en mensenrechtenschendingen.

De regenwouden van Indonesië staan op veengrond waarin enorm veel CO2 is opgeslagen die bij verbranding vrijkomt. Als er – na bosverbranding – oliepalmen voor worden teruggeplant, lost dat helaas niets op: 1 hectare regenwoud houdt 8.000 ton CO2 vast en 1 hectare palmolieplantage niet meer dan 70 ton.

Door de vele bosbranden groeit er ook een hele generatie kinderen op met een jaarlijks ‘mistseizoen’. Maandenlang leven ze in een dikke laag giftige rook die hun gezondheid aantast. Het Greenpeace-brandweerteam heeft de afgelopen jaren op West-Kalimantan en Sumatra gevaarlijke veenbranden bestreden. Ook onderzocht ons team ter plaatse wie verantwoordelijk is voor de ontwatering, en legde dat vast op foto’s en video.

Met gps-apparatuur, satellietbeelden en luchtfoto’s verzamelen we bewijzen van illegale houtkap, drooglegging van veengronden en oliepalmteelt in beschermde gebieden. We volgen dit verwoestende palmoliespoor naar de importeurs en afnemers van palmolie in Europa en de VS. Gesteund door duizenden en duizenden supporters wereldwijd, confronteren we deze medeverantwoordelijken met de gevolgen.

Intussen zetten we ons in Europa, samen met 160 andere natuur- en mensenrechtenorganisaties in voor een bossenwet, waarvoor al 1,2 miljoen supporters hun handtekening zetten. Deze wet verplicht bedrijven om alleen nog producten te verkopen waarvoor geen bos voor is verdwenen. De Europese Commissie komt dit jaar met het eerste wetsvoorstel.

Het groene hart van Afrika


Vanaf 2016 stond Greenpeace Lokolama bij in het verkrijgen van hun grondrechten in het Congolese regenwoud. Het Greenpeace-team ondersteunde hen bij de juridische procedure en gaf trainingen in conflictpreventie – en oplossing. Met succes.

Rivieren, regenwouden, bergen, savannes, moerassen: het Congobekken is een natuurwonder pur sang. Dit tweede grootste regenwoudgebied ter wereld ligt in het hart van een van de meest instabiele regio’s. Dat biedt ironisch genoeg bescherming, omdat het investeerders huiverig maakt. Maar het betekent ook dat corruptie en fraude er welig tieren en de wetshandhaving weinig voorstelt.

Regelmatig woeden in het Congobekken enorme branden. Uit onderzoek van de universiteit van Maryland blijkt dat de meeste brandhaarden vlakbij wegen ontstaan, die door houtkappers zijn aangelegd. In de Democratische Republiek Congo (DRC) is al sinds 2002 een moratorium op houtkap van kracht. Toch krijgen buitenlandse houtbedrijven uit onder meer CHINA steeds meer bosgebieden in handen die soms wel zo groot zijn als België.

Ook palmoliebedrijven rammelen al jaren aan de poorten. Het Maleisische Atama, dat de grootste palmolieconsessie in de regio heeft, liet onder meer in Kameroen zien hoe het zonder veel scrupules bos kapt en kleine boeren van hun land jaagt. Het regenwoud van het Congobekken zorgt voor voedsel, medicijnen, grondstoffen en water voor ruim 80 miljoen mensen.

Er leven bijna 250 inheemse volken voor wie het bos ook een spirituele betekenis heeft. De Baka bijvoorbeeld, Kameroens grootste inheemse bevolkingsgroep. Al jaren wordt hun levenswijze bedreigd door de industriële boskap van het rubberbedrijf Sudcam uit Singapore. COVID-19 vergroot de risico’s waaraan ze blootstaan: ze zijn niet bang om ziek te worden, maar wel dat organisaties vertrekken die hen bijstaan in hun strijd tegen de structurele landonteigeningen.

In het bos staan honderden jaren oude woudreuzen die in hun lange leven enorm veel CO2 hebben opgeslagen. In dit regenwoud ontdekten wetenschappers enkele jaren geleden een veenmoeras, groter dan Engeland, waarin maar liefst 30 miljard ton koolstof ligt opgeslagen. Dat is net zoveel als de Verenigde Staten in 20 jaar tijd uitstoten.

De immense wouden van het Congobekken herbergen ook tienduizenden planten- en diersoorten. Als een stel landschapsarchitecten vormen dieren zoals de ernstig bedreigde gorilla’s, bosolifanten en Afrikaanse buffels het bos. Ze creëren paden, snoeien bomen en poepen zaden uit.

Greenpeace is al decennialang actief in het Congobekken. Samen met inheemse volken strijden we tegen de illegale houtkap en de oprukkende palmoliesector. We onthullen hoe overheden tot op het hoogste niveau betrokken zijn bij illegale activiteiten. Dat maakt het werk lastig en gevaarlijk.

Toch lukt het ons om successen te boeken. Zo besliste de Kameroense president onder druk van lokale milieuorganisaties, de bevolking en Greenpeace dat de houtkapplannen in het beschermde Ebo-woud voorlopig niet doorgaan. Goed bosbeleid is essentieel om het Congobekken duurzaam te beschermen.

Daarom helpen we inheemse volken om de formele rechten over hun leefgebied te verkrijgen. Onder meer de Lokolama in de DRC kregen zo 11.000 hectare toegewezen. En in 2023 draagt de regering 50 bosgebieden, in totaal bijna 2,5 miljoen hectare, over aan de lokale bevolking.

Jaarlijks gaat in Rusland een gebied van zo’n 40 miljoen hectare in vlammen op – een gebied 10 keer zo groot als Nederland. De brandweerteams van Greenpeace trainen vrijwilligers, geven voorlichting en blussen natuurlijk waar ze kunnen.

De groene kroon van de aarde

In Rusland ligt tweederde van de taiga; het grootste ecosysteem van onze planeet dat zich uitstrekt over Alaska, Rusland, Canada en Scandinavië. Zowat alles aan dit boreale woud is enorm. Het beslaat 16 miljoen km² – meer dan een kwart van alle bossen op aarde – en telt 750 miljard bomen. De dennen en sparren die er groeien zijn aangepast aan de lange wintermaanden: hun naalden bevatten heel weinig sap, waardoor ze niet bevriezen als de temperatuur zakt tot -35 °C. Hun donkere kleur en driehoekige vorm helpen juist om zo veel mogelijk zon op te slorpen.

Meer dan 20.000 planten- en diersoorten leven in deze barre omstandigheden. Wolven, elanden en beren, tijgers, maar ook de Siberische salamander die een soort antivries produceert waardoor hij kan overleven in extreem lage temperaturen. Ook dit uitgestrekte noordelijke bossengebied slaat een enorme hoeveelheid CO2 op in de bodem en veengronden: meer dan alle tropische wouden samen.

Elk jaar gaat ongeveer 2,5 miljoen hectare van dit woud verloren. Eeuwenoude bomen verdwijnen onder andere in Tempo-zakdoekjes, wc-papier van Edet en maandverband van Libresse. In heel Rusland gaat elk jaar zo’n 40 miljoen hectare natuur in vlammen op. Dat is 10 keer Nederland. De gigantische natuurbranden worden verergerd door klimaatverandering en zorgen zelf voor verdere opwarming van de aarde.

Elke lente en zomer trekt een dikke rooklaag over de graslanden en bossen van Rusland. Ontelbare roet- en stofdeeltjes veroorzaken veel gezondheidsklachten en leiden (in)direct tot duizenden sterfgevallen per jaar. Wetenschappers ontdekten dat zelfs de Noordpool sneller smelt door roetdeeltjes die op het ijs neerdwarrelen waardoor deze poolkap ook zijn reflecterende vermogen verliest.

Ruim de helft van de Russen gelooft dat natuurbranden vanzelf ontstaan. Dat is een grote misvatting: 90 % van deze branden ontstaat door menselijk toedoen. Vooral de gewoonte van boeren om graslanden aan te steken zodat ze snel van hun onkruid afkomen, loopt regelmatig gigantisch uit de hand.

Omdat de overheid de branden laat voortrazen, komt Greenpeace in actie. Op gewone schoenen en met slechts 20 liter water op de rug startte het eerste blusteam zo’n 10 jaar geleden. Met steun van de Nationale Postcode Loterij en van onze Nederlandse supporters, zijn inmiddels in de kwetsbaarste regio’s honderden mensen klaargestoomd om branden te blussen én te voorkomen. Het aantal catastrofale veenbranden daalde daardoor in 2019 met maar liefst 90 %. Daarmee voorkwamen de brandweerlieden de uitstoot van minstens 1,28 gigaton CO2.

De vrijwillige brandweerteams kunnen op Greenpeace rekenen voor onder meer transportmiddelen, uitrusting, beschermende kleding, gereedschap voor het meten van veentemperatuur en drones voor het lokaliseren van branden. Vanuit coördinatiecentra organiseren de sterkste vrijwilligersgroepen inmiddels hun eigen trainingskampen en lichten ze bewoners voor over de oorzaken van de branden.

Voorlichting is een van de belangrijkste methodes om de branden te bestrijden. Al jaren geven we op Russische scholen les over het belang van de bossen en planten we bomen met tienduizenden schoolkinderen. Ook werken we samen met producenten van tekenfilmseries. Miljoenen kinderen leren nu: het aansteken van een klein stukje gras kan het begin zijn van een milieuramp.

Het Amazonewoud, thuis van deze blauwkeel-ara, verandert drastisch. Grote delen van het woud verdwijnen ondere andere voor de sojateelt.

Adembenemend Amazonia

Alles is met elkaar verbonden. Wie het Amazoneregenwoud een beetje bestudeert, ziet al snel hoe deze natuurwet in de praktijk werkt. Dit woud, het grootste op aarde, is een van de meest biodiverse gebieden. De planten, dieren, micro-organismen en schimmels vormen samen een enorm ecosysteem dat invloed heeft op de hele wereld.

Ondanks de enorme omvang van het Amazonewoud, ruim 5,5 miljoen km2, is het evenwicht er delicaat. Als mensen tussen de 20 en 25 % van het woud verwoesten, kan het de balans niet meer zelf herstellen en veranderen dit prachtig gebied in een savanne. Met miljarden tonnen CO2-uitstoot als gevolg. Volgens INPE, het Braziliaanse instituut voor ruimteonderzoek, is er al 18 % verwoest. Wetenschappers stellen dat over 10 tot 15 jaar dit kantelpunt is bereikt, als de ontbossing niet stopt.

Meer dan de helft van het Amazonewoud ligt in Brazilië, waar president Jair Bolsonaro de scepter zwaait. Zijn regering heeft weinig op met het milieu en de inheemse volken: de klimaatcrisis bestaat niet en de Amazone is er om geld aan te verdienen. In 2019 lag de ontbossing op het hoogste niveau sinds 11 jaar. De meeste van deze branden zijn aangestoken om land vrij te maken voor weilanden voor koeien, mijnbouw en de teelt van soja.

Sinds de huidige regering aan de macht is, hebben bedrijven carte blanche in het regenwoud. Moord en doodslag zijn voor inheemse volken zoals de Karipuna in de Amazone al jaren realiteit. In de afgelopen jaren wist een deel zich, onder aanvoering van jonge leiders, steeds beter te organiseren. Zij komen op voor hun traditionele landrechten, in de rechtszaal en in het bos zelf. Maar de belangen van grote bedrijven en nationale overheden in het regenwoud zijn groot. De strijd is te vaak ongelijk.

De bedreigingen zijn zo omvangrijk en complex, dat Greenpeace voor het project Alle ogen op de Amazone de handen ineen sloeg met Hivos en 9 andere organisaties. In dit project is de hoofdrol weggelegd voor de inheemse bevolking. Volgens talloze onderzoeken zijn zij immers de beste bosbeschermers van de wereld. We ondersteunden hen bij de opzet van lokale boswachterteams die met smartphones en drones het regenwoud intrekken en daar de bosvernietiging vastleggen.

De teams leerden (digitale) landkaarten maken, satelliet- en dronebeelden analyseren, gps-coördinaten lezen én de verzamelde informatie veilig opslaan. Met succes: vorig jaar werd in het leefgebied van de Karipuna 49 % minder bos verwoest dan in alle voorgaande jaren.

Ook werd er een wet ‘geparkeerd’ waarmee Bolsonaro illegaal ingepikte bosgebieden wilde legaliseren. Verzet binnen én buiten Brazilië van ngo’s, beroemdheden, inheemse volken, bedrijven en overheden, gaf de doorslag. En het gesprek tussen inheemse leiders uit Brazilië en Tweede Kamerleden, hielp de discussie tegen het nieuwe Mercosur-handelsverdrag kracht bij te zetten.

Het duizelingwekkende tempo van de ontbossing moet stoppen. Met jouw hulp kunnen we overheden en internationale instanties blijven beïnvloeden. Onder andere voor een sterke wet waarin staat dat geen bos meer verwoest mag worden voor onze producten.

Dit artikel verscheen in de lente-editie van Greenpeace Magazine.