Ike Teuling is stralingsdeskundige en campagneleider kernenergie. Sinds 21 april neemt zij aan boord van de Rainbow Warrior II, het vlaggenschip van Greenpeace, deel aan een onderzoeksmissie naar de gevolgen van de kernramp in Fukushima voor het zeeleven voor de Japanse kust.

Blog


© Jeremy Sutton-Hibbert / Greenpeace

Het contrast had haast niet groter kunnen zijn: in de afgelopen maand zat ik haast non-stop op het Greenpeace-kantoor in Amsterdam. Ik bestudeerde iedere stralingsrapportage, struinde Japanse website af voor nieuws en volgde dag en nacht alle berichten over instabiele kernreactoren, radio-actieve lozingen en besmettingen van lucht, land en water.

Nu bivakkeer ik in een kleine hut op de Rainbow Warrior en moet ik me behelpen met een slechte internetverbinding. Niet langer bekijk ik de beelden van de getroffen kerncentrale op mijn computerscherm, maar met iedere dag zeilen kom ik een stuk dichter bij de plek waar een groot deel van mijn werk de afgelopen maand om draaide: Fukushima.

Het leven aan boord heeft zo zijn voor- en nadelen. Natuurlijk is er de onvermijdelijke zeeziekte in de eerste dagen aan boord. En dat de kantine net op het meest wiebelige deel van het schip is gebouwd begrijp ik nog altijd niet. Maar iedere ochtend gewekt worden door een vriendelijke matroos is wel een heel stuk aangenamer dan een biepende wekker naast je hoofdkussen.

Naast de gebruikelijke onderhouds- en schoonmaakklussen aan boord, waar campaigners en bemanning gezamenlijk aan werken, hebben we de afgelopen dagen ook flink wat werk moeten verzetten om de Warrior voor te bereiden op de onderzoeksmissie die we voor de boeg hebben. Zo hebben we stralingsmeters geïnstalleerd op de brug en speciale filters geplaatst. We hebben een complete decontaminatiekamer in elkaar gelast, zodat we alles en iedereen die mogelijk in contact is gekomen met radioactieve deeltjes kunnen controleren en decontamineren.

Voor mij, maar ook voor de 25 bemanningsleden aan boord, is het een spannende missie. In de eerste dagen na de aardbeving, toen de kernramp in Fukushima op zijn hoogtepunt was, is het meeste radioactieve materiaal richting de zee geblazen. Dat heeft de schade op het land nog enigszins kunnen beperken. Maar de reactorgebouwen zijn zo ernstig beschadigd dat de komende maanden radioactieve gassen zullen blijven ontsnappen uit de centrale. In de afgelopen maand is bovendien veel radioactief water in de zee gelekt. Ook deze lozingen zullen nog maanden doorgaan. Het is dan ook niet zonder risico om met een schip te gaan rondvaren in het gebied rond de centrale.

Een paar bemanningsleden laten soms hun bezorgdheid merken. Tegelijkertijd vinden ze het onderzoek belangrijk genoeg om toch aan boord te blijven. Ik heb ze de afgelopen dagen gerust kunnen stellen door veel uit te leggen over radioactiviteit en de speciale regels die gelden als we dadelijk in stralingsgevaarlijke gebieden zijn. Ik voel de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de bemanning en besteed dan ook de laatste vrije uurtjes op het schip aan het perfectioneren van de veiligheidsprotocollen. Natuurlijk hoop ik dat we ze niet nodig gaan hebben, maar het geeft mij en de bemanning een gerust gevoel dat we op werkelijk ieder noodscenario zijn voorbereid.

Als de wind ons gunstig gezind blijft, zeilen we morgen ter hoogte van Tokyo en kunnen we over een paar dagen beginnen aan ons onderzoek. Vandaag testen we de meetapparatuur. Speciaal voor Elsevierjournalist Simon Rozendaal heb ik een banaan gebruikt als controlemiddel. Het was het meest radioactieve dat ik aan boord kon vinden, maar er was niet genoeg straling om het apparaat goed te testen. Ik ben benieuwd hoe dat over een paar dagen gaat zijn als de echte metingen beginnen….

Ike Teuling- stralingsdeskundige en campagneleider kernenergie bij Greenpeace Nederland

Volg Ike op Twitter

Gerelateerd nieuws