Amsterdam, 1 februari 2019 – Duidelijkheid over de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die er jaarlijks in Nederland wordt gebruikt. Dat verwacht Greenpeace naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State. Die hebben beoordeeld  dat de verkoopgegevens van deze bestrijdingsmiddelen openbaar gemaakt moeten worden. Greenpeace vroeg het ministerie van landbouw via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) om de verkoopcijfers van bestrijdingsmiddelen in Nederland. Al in 2017 deed de Rechtbank van Amsterdam uitspraak in deze zaak en stelde Greenpeace in het gelijk. Maar het ministerie en de bestrijdingsmiddelenindustrie gingen tegen deze uitspraak in beroep bij de Raad van State [1]. Greenpeace vindt dit een overwinning voor het milieu en de democratie en roept de overheid op de industrie minder in bescherming te nemen en open kaart te spelen naar de maatschappij.

Het is cruciaal dat de exacte verkoopgegevens bekend zijn. Dat is belangrijk voor het terugdringen van bestrijdingsmiddelengebruik, voor controle door de overheid én voor een inschatting van het werkelijke gifgebruik in de landbouw. Zo heeft Nederland zich bijvoorbeeld ten doel gesteld om het vervuilende middel glyfosaat terug te dringen. Dan moet je ook weten hoeveel van deze stof er jaarlijks gespoten wordt. Voor de aanpak van de voor bijen schadelijke bestrijdingsmiddelen, zijn de verkoopcijfers ook essentieel. Het inperken van bijvoorbeeld het giftige imidacloprid leidt tot het vaker gebruiken van het – voor bijen ook zeer schadelijke – middel thiacloprid volgens deskundigen. Door openbaarheid van de verkoopgegevens wordt dit inzichtelijk. Het ministerie van landbouw ging in beroep bij de Raad van State, omdat het de bescherming van het intellectueel eigendom en de marktpositie van bedrijven als Bayer en BASF belangrijker vindt dan het algemene belang van openbaarheid van deze – voor het milieu en de gezondheid cruciale – informatie.

De overheid krijgt elk jaar van de gif-producenten een overzicht van de hoeveelheid kilo’s ‘actieve stof’ die in ons land worden verkocht, maar publiceert deze gegevens in bewerkte vorm. Greenpeace vroeg al in 2015 aan het ministerie om de cijfers over de verkochte hoeveelheden verschillende bestrijdingsmiddelen. Op basis van de bewerkte cijfers kan namelijk niet achterhaald worden hoeveel er precies van welk middel wordt gebruikt. Naast de bewerkte cijfers publiceert Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het gebruik van specifieke middelen in Nederland, maar deze cijfers zijn volgens experts een grote onderschatting van het werkelijke gebruik. Dit beeld werd bevestigd toen Greenpeace  de verkoopdata over de periode 2010-2013 in handen kreeg. Het werkelijke gebruik van gif bleek een keer zoveel. En in het geval van het omstreden onkruidgif glyfosaat, was het werkelijke verbruik maar liefst vijf keer zo veel als door het CBS werd vastgesteld [2].

Herman van Bekkem, landbouwexpert bij Greenpeace Nederland:

“Deze uitspraak maakt duidelijk dat het recht op informatie over de hoeveelheid gif op akkers en velden, dat zo terecht komt in milieu en de voedselketen, zwaarder weegt dan de winsten van de gif-producenten. Dat is niet alleen goed nieuws voor de natuur en de verduurzaming van de landbouw, maar het stelt terecht ook de wat ons betreft veel te innige band tussen het ministerie van landbouw en de bestrijdingsmiddelen-industrie aan de kaak.”


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met persvoorlichter Abdellah Dami: + 31 6 25 03 10 02 / abdellah.dami@greenpeace.org


[1] Uitspraak Raad van State

[2] Greenpeace kreeg toen de procedure bij de rechtbank van Amsterdam lag de verkoopgegevens van de jaren 2010-2013 in handen. Uit vergelijking met de statistieken van het CBS bleek dat er sprake is van een onderschatting van de helft van het gebruik van bestrijdingsmiddelen.