#JoinTheForce #Organisatie

Steun onze oplossingen

Doe mee

We krijgen eindelijk duidelijkheid over de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die jaarlijks in Nederland worden gebruikt! De Raad van State heeft de uitspraak van de Rechtbank van Amsterdam bevestigd; Greenpeace heeft gelijk dat dergelijke verkoopcijfers openbaar moeten zijn.

Waarom is het belangrijk om de exacte verkoopgegevens te weten?

Alleen door de verkoopgegevens van gifstoffen te weten, kunnen we in de gaten houden of het aanpakken van bestrijdingsmiddelen door boeren, supermarkten en de overheid ook zijn vruchten afwerpt. En weten we welke stoffen er dus in ons milieu en de natuur verdwijnen. Daarnaast zijn er door de overheid en bedrijven doelen gesteld over het terugdringen van het middelengebruik; zo wil men dat er minder van het omstreden onkruidgif glyfosaat gespoten wordt. Dan moet je wel eerst weten hoeveel – en voor welke teelt – er gespoten wordt.

Onvolledige gif-statistieken

Regelmatig maakt de overheid bekend hoeveel bestrijdingsmiddelen er in Nederland verkocht worden. Maar bij deze jaarlijkse verkoopcijfers worden alle onkruidmiddelen, insecticiden en schimmelmiddelen bij elkaar opgeteld en kun je dus niet zien hoeveel van welk middel er gebruikt wordt. Daarnaast publiceert het CBS elke vier jaar statistieken die gebaseerd zijn op een enquête onder boeren over de vraag hoeveel bestrijdingsmiddelen boeren op hun gewassen spuiten. Maar deze cijfers zijn een zware onderschatting. Boeren spiegelen de werkelijkheid iets te mooi voor en Iin In  deze statistieken worden alleen de toepassing van gif in gewassen meegeteld – en dus niet na of voor de teelt of op het spuiten grasland. Greenpeace kreeg de verkoopgegevens van de jaren 2010 – 2013 in handen en vergeleek deze cijfers; de CBS statistieken een bleken een onderschatting van ongeveer de helft van het werkelijke gebruik. In het geval van glyfosaat is het werkelijke gebruik zelfs wel vijf keer zo groot.

Herman van Bekkem, landbouwexpert bij Greenpeace Nederland:

“Deze uitspraak maakt duidelijk dat het recht op informatie over de hoeveelheid gif op akkers en velden, dat zo terecht komt in milieu en de voedselketen, zwaarder weegt dan de winsten van de gif-producenten. Dat is niet alleen goed nieuws voor de natuur en de verduurzaming van de landbouw, maar het stelt terecht ook de wat ons betreft veel te innige band tussen het ministerie van landbouw en de bestrijdingsmiddelen-industrie aan de kaak. Het is te gek voor woorden dat het ministerie tegen de eerder uitspraak in beroep ging om de belangen van de industrie te verdedigen.”

Wat nu?

Het ministerie moet opnieuw een besluit nemen over onze vraag om de precieze verkoopgegevens openbaar te maken. De Rechtbank van Amsterdam én de Raad van State spraken allebei duidelijke taal en onderstreepten dat dergelijke informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn. Greenpeace gaat ervan uit dat het ministerie dat doet. En dus stopt met het beschermen van belangen van deze dubieuze industrie.