Staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu had Greenpeace geen dwangsom op mogen leggen voor het afzinken van natuurstenen en houten zeepaarden in de Noordzee. Dat oordeelde de Raad van State vandaag. Greenpeace verwacht dat met deze uitspraak de discussie over onze actievormen eindelijk kan worden verlegd naar het daadwerkelijke beschermen van de Noordzee.

In juni 2011 plaatste Greenpeace 27 natuurstenen en een aantal houten zeepaarden op de bodem van het natuurgebied de Klaverbank voor de kust van Den Helder. De actie was onderdeel van ons protest tegen de stelselmatige beschadiging door onder andere schadelijke sleepnetten. Door de stenen op de bodem te leggen, maakte Greenpeace een begin met het beschermen van dit natuurgebied, en riep de overheid op het stokje over te nemen.

Na de actie kreeg Greenpeace van toenmalig staatsscecretaris Atsma een dwangsom van € 200.000 opgelegd om herhaling te voorkomen. Greenpeace was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. De rechtbank in Amsterdam stelde de staatssecretaris in het gelijk: wie stoffen in de Noordzee wil storten, moet hier een vergunning voor hebben. De Raad van State oordeelde vandaag het tegendeel, mede vanwege onze maatregelen met betrekking tot de veiligheid.

Tom Grijsen, campagneleider oceanen voor Greenpeace is blij met de overwinning die niet op een beter moment had kunnen komen. Deze zomer kondigt staatssecretaris Dijksma beschermingsmaatregelen aan voor dit natuurgebied. In plaats van de volledige bescherming die nodig is, komt er alleen een verbod op beperkte vismethoden en maar in enkele delen van het gebied.  Effectieve bescherming blijft hiermee een farce. We hopen dat de staatssecretaris door de uitspraak op de valreep de bescherming een stuk serieuzer gaat nemen dan ze nu van plan is.