Wil je meer doen?
Doe mee ×

“Ik kan me geen omgeving voorstellen zonder natuur.”

In de aanloop naar de verkiezingen interviewen Greenpeace Nederland, Milieudefensie en Vogelbescherming Nederland de lijsttrekkers en kamerleden van de grootste partijen. De afgelopen vier jaar is ‘klimaat’, en vooral de klimaatcrisis steeds hoger op de politieke agenda komen te staan. Gelukkig maar, want de problemen die deze crisis veroorzaakt, worden op steeds meer plaatsen zichtbaar en voelbaar. Agnes Mulder, Kamerlid van het CDA en nummer acht op de kandidatenlijst, vertelt ons haar visie op alle klimaatproblematiek.

Mevrouw Mulder, we zitten momenteel in de gekke situatie: een ziekenhuis of de bakker op de hoek betaalt relatief gezien meer aan de vergroening van de grote industrie dan de vervuilende industrie zelf. Hoe gaat het CDA klimaat- en natuurbeleid rechtvaardig maken? 

De industrie vervuilt relatief het meeste. Ik zou graag een industrie willen die de slag gaat maken naar verduurzaming, en dat ze dat richting 2050 allemaal doen. Maar ook dat ze de gelegenheid krijgen om te verduurzamen, want we willen niet dat we bedrijven uit Nederland de grens over jagen, en dat we vervolgens die werkgelegenheid gaan missen. Ik vind dat we het ook Europees moeten oppakken, anders wordt onze industrie, en dus onze werkgelegenheid, onevenredig hard geraakt. 

Wat moet er gebeuren om het kostenplaatje eerlijker te krijgen? 

Er loopt op dit moment een interdepartementaal beleidsonderzoek, juist naar die kosten en naar hoe de verdeling het beste zou kunnen worden opgepakt. Ik denk dat dat ook op tafel gaat liggen tijdens de onderhandelingen voor een nieuw regeerakkoord. 

Kunt u zich voorstellen dat sommige burgers het gevoel hebben dat multinationals veel hoger op de prioriteitenlijst staan dan zijzelf? 

Ik kan me dat gevoel wel voorstellen, want ik heb dat zelf ook weleens gehad. Maar je moet wel kijken hoe dat dan in de praktijk zit en wat het betekent voor onze totale economie. Hoe kunnen we de economie zo hervormen dat wij daar met z’n allen beter van worden? Want ook bij die bedrijven werken mensen, en zij hebben net als u en ik dat gevoel. Dat is ook wel een beetje dubbel hieraan. 

Als uw plannen voor de grote industrie op gespannen voet blijken te staan met het halen van de klimaatdoelen, hoe ziet Nederland er dan over een tijdje uit? 

Ik denk dat we alles op alles moeten zetten om de klimaatdoelen juist wel te halen. Daarom heb ik gevraagd om een burgerberaad op te zetten in Nederland. Het CDA wil het samen met onze inwoners doen, anders is er alleen maar een klein groepje dat de urgentie ziet. Terwijl we met z’n allen die urgentie zouden moeten zien. En als we dat zien en het is haalbaar en betaalbaar, dan ben ik ervan overtuigd dat mensen meegaan. 

Om fors onder de twee graden te komen, gaan er ook stemmen op dat je op 65% CO2-reductie moet zitten in 2030. Het CDA heeft duidelijk gemaakt dat 55% de max is. Wat als er toch meer reductie nodig is om de klimaatdoelen van Parijs te halen? 

Ik mocht er in Parijs bij zijn en dat was een heel bijzonder moment. ‘Well below two degrees’, dat was de afspraak, en het liefst nog richting anderhalve graad. Het begint bij ons in Nederland, maar daar hebben we ook de rest van de wereld voor nodig – we kunnen niet alleen als Europa het hele klimaatprobleem oplossen. Als wij het voor elkaar kunnen krijgen dat we op een haalbare en betaalbare manier richting 2030 gaan, en we kunnen er een stapje bovenop doen – stel dat dat ook nodig zou zijn, dan sta ik daarvoor open. Maar het moet wel echt gebeuren met z’n allen, en niet zonder ons.  

Een vraag over biodiversiteit: hoe ziet het CDA de verhouding tussen aan de ene kant de broodnodige opwek van hernieuwbare energie en aan de andere kant de noodzakelijke bescherming van de biodiversiteit die we nog hebben? 

In de Tweede Kamer hebben we onlangs de Wet windenergie op zee behandeld. Ik heb toen gevraagd om de onderzoeken over de natuur naar voren te halen. Niet alleen de natuur is daarbij gebaat, ook de positie van de vissers bijvoorbeeld. Die hebben ook te lijden onder de windmolens, die we met z’n allen wel nodig hebben. De vraag is: hoe kunnen we daar in de komende jaren de goede stappen in nemen? Daar is heel veel onderzoek voor nodig. 

En hoe verhoudt zich dat tot de doelstellingen voor wind op land?

Ook bij wind op land moet je daar goed naar kijken. Hoe stel je de windmolens zo op dat de vogels er zo min mogelijk last van hebben? Want ze staan vaak in de natuur, bij mij in Drenthe in ieder geval. En die natuur is ons dierbaar en die is kostbaar. Al die afwegingen, zowel die van de natuur als die van de inwoners die daar vlakbij wonen, moet je meenemen. Bij mij in Drenthe is dat verschrikkelijk misgegaan: een hele gemeenschap is daar tegen elkaar opgezet door de komst van de windmolens. Ik zie dus dat we daar nog een hele verbeterslag mogen maken, en daar sta ik voor open. 

Iets anders, de luchtvaart. Zijn flink minder vluchten voor het CDA bespreekbaar? 

Als je je realiseert dat deze sector goed is voor 30 miljard euro en voor 300.000 banen, dan schrijf ik zo’n sector niet af. Wat wij heel erg belangrijk vinden is niet de kwantiteit maar de kwaliteit van vluchten. Hoe kun je bijvoorbeeld bij bestaande vliegtuigen het geluid verder verduurzamen, of het gebruik van kerosine? Kun je hernieuwbare brandstoffen toevoegen? Daar zijn echt veel slagen te maken. 

Maar kan de luchtvaart wel groeien als je tegelijkertijd de impact van de luchtvaartsector op klimaatverandering terug wil brengen tot een acceptabel niveau? 

Alle sectoren moeten bijdragen aan het verminderen van CO2, dus ook de luchtvaartsector. Maar hoe doe je dat? Ga je alleen maar afschalen of ga je verder vergroenen? Ik zit op die laatste tour. 

“Alle sectoren moeten bijdragen aan het verminderen van CO2, dus ook de luchtvaartsector.”

Dat gaan we naar een echt CDA-thema: landbouw. Uit onderzoek blijkt dat het huidige systeem de maatschappij zo’n 6,9 miljard kost, door natuur-, klimaat- en gezondheidsschade. Daarvan komt 5,5 miljard euro schadekosten door de intensieve veehouderij. Gelooft het CDA nog in de businesscase van de intensieve veehouderij? 

Het CDA gelooft in agrarisch ondernemerschap, en dat betekent ook ‘natuurbeheer’. De prijs die daarvoor betaald moet worden is voor ons samen, want het kan niet zo zijn dat we alleen maar extra eisen opleggen en dat de boeren het maar lekker kunnen uitzoeken. Mijn collega Maurits von Martels heeft een initiatiefnota gemaakt voor grutto’s en andere weidevogels. Daarin gaat het over maatregelen nemen die je lange tijd doet, waarmee je zekerheid geeft dat je iets voor twintig jaar doet bijvoorbeeld. En dan zijn agrarische ondernemers echt bereid om stappen te zetten. 

Denkt u dat het gemeenschappelijke landbouwbeleid op een andere manier vormgegeven zou moeten worden in de toekomst? 

Ik denk dat je altijd samen met de ondernemers moet kijken, want die zien heel goed wat er gebeurt met de natuur en met hun land. Op het moment dat het niet goed gaat met hun land, gaat het ook niet goed met hen. Ik kreeg een voorbeeld van mijn eerder genoemde collega Von Martels: als je bepaalde weidevogels wil hebben op je land, dan kan je misschien pas later maaien, maar dan is de kwaliteit van wat je maait anders dan wanneer je eerder had gemaaid. Daar zitten natuurlijk kostenaspecten aan, maar ook hele positieve natuuraspecten. Als we die belonen richting de boer, dan kunnen we stappen maken.

Wat is voor u de waarde van natuur? 

Ik kan me geen omgeving voorstellen zonder natuur. Ik ben opgegroeid in Hardenberg met allemaal mooie bossen om me heen. Ik hecht daar veel waarde aan en ik gun mensen hier in de stad dat zij ook natuur dichtbij zich hebben. Volgens mij word je gelukkiger van natuur, het leert je relativeren en volgens mij is het zelfs voor je gezondheid goed.