Wie denkt aan milieuproblemen, denkt al snel aan een vastgelopen olietanker of plasticsoep. Campagneleider Cas van Kleef gelooft dat culturele denkbeelden (zoals die hierboven) net zoveel schade kunnen aanrichten. Bij Greenpeace doet hij hier sinds enkele jaren onderzoek naar. In een vraaggesprek, verschenen in Greenpeace Magazine, houdt hij deze misvattingen tegen het licht en laat zien hoe we wél succesvol samen in actie komen.

In 2015 wilde Shell nieuwe olievoorraden aanboren. En wel in het Noordpoolgebied, een van de meest ongerepte plekken op aarde. Samen met miljoenen mensen wereldwijd wist Greenpeace daar een stokje voor te steken. Maar even een stapje terug: wat was volgens u de reden dat Shell het überhaupt in zijn hoofd haalde om zoiets te doen? Een gewetenloze CEO? Hebberige aandeelhouders? Autobezitters die niet teveel willen betalen voor een liter benzine?

Campagneleider Cas van Kleef zoomt graag uit en komt tot dieperliggende oorzaken. ‘Shell voelde zich gelegitimeerd om zoiets bizars te doen vanwege heersende ideeën over onze wereld en de economie. Zoals het geloof dat we absoluut niet zonder fossiele brandstoffen kunnen. Of dat het milieu belangrijk is, maar niet zo belangrijk als de beurskoersen. Onze overwinning op Shell was fantastisch, maar als we op de lange termijn succesvol willen zijn, moeten we zulke schadelijke denkbeelden vervangen door positieve. Bijvoorbeeld het idee dat een gezonde economie en een gezond milieu hand in hand kunnen gaan.’

Sinds enkele jaren draaien Greenpeace-campagnes daarom niet meer alleen om het stoppen van een specifiek milieuprobleem, maar ook om het veranderen van de heersende denkbeelden die dit probleem mogelijk maken of veroorzaken. We vragen Cas hoe dat er in de praktijk uitziet en waarom Greenpeace hier eigenlijk voor kiest.

Dit is Cas van Kleef. Uit zijn onderzoek komen 3 overkoepelende manieren van denken naar voren die verandering in de weg staan.
Daar staan 3 alternatieve denkwijzen tegenover, die we zoveel mogelijk in alle campagnes verwerken.

Wat zijn volgens jou belangrijke denkbeelden die positieve verandering in de weg staan?

‘Als ik aan mensen vertel dat ik bij Greenpeace werk, zeggen ze vaak ongevraagd “ik recycle te weinig” of “ik eet teveel vlees”. Dan voel ik me een soort groene biechtvader. Blijkbaar lopen veel mensen rond met gevoelens van schaamte. Neem de vrij recente termen vliegschaamte en vleesschaamte. Schuldgevoelens over hoe de planeet ervoor staat en schaamte voor je eigen aandeel erin: je zou misschien denken dat Greenpeace zulke emoties moet aanmoedigen, maar ik denk dat het tegendeel waar is. Gevoelens van schaamte en het veroordelen van het gedrag van anderen, houden echte actie tegen.’

Denkbeeld 1

Maar schaamte kan toch ook aanzetten tot positieve gedragsveranderingen?

‘Als mensen door vliegschaamte minder vaak in het vliegtuig stappen, is dat toch winst voor het klimaat? ‘Een vriend van mij vertelde dat hij de Greenpeace-petitie tegen de ongebreidelde groei van de luchtvaart niet durfde te tekenen, omdat hij zelf zo nu en dan vliegt. Mensen leggen de schuld voor milieuproblemen vaak bij zichzelf. Want “een beter milieu begint bij jezelf”, toch? Die bekende zin komt uit een Postbus 51-spotje uit de
vroege jaren negentig. Dat vind ik veelzeggend. Het zijn de overheid en het bedrijfsleven die ons hebben aangepraat dat wij in ons uppie verantwoordelijk zijn voor de staat van de planeet. Oliegigant BP populariseerde het concept van de persoonlijke CO2-voetafdruk, om de verantwoordelijkheid voor klimaatverandering van zichzelf naar de consument over te hevelen. En wat te denken van KLM’s slogan Fly responsibly?

Het is in het belang van het bedrijfsleven en de politiek dat we met de vinger naar elkaar wijzen. En dat we blind zijn voor de structurele problemen, zoals bedrijven die doen wat ze willen en een overheid die stilzwijgend toekijkt. We zijn het zelf ook gaan doen: elkaar de maat nemen. Het is fantastisch als
je in je eigen leven probeert om milieuvriendelijke keuzes te maken, ga daar vooral mee door. Maar je hoeft geen groene heilige te zijn om óók iets van de overheid of het bedrijfsleven te mogen eisen.’

Denkbeeld 2

Mijn eigen leven vergroenen, zoals vaker de fiets pakken of overstappen op groene stroom, daar heb ik grip op. Maar de overheid of het bedrijfsleven aanpakken… waar begin ik überhaupt?

‘Dat gevoel van machteloosheid en eenzaamheid is een ander gevolg van het dogma dat jij als consument in je eentje de last van de wereld op je schouders draagt. Je bent veel meer dan een wandelende portemonnee. De wereld verbeteren gaat over zoveel meer dan alleen consumeren en recyclen. Je kunt een petitie tekenen, met vrienden en familie het gesprek aangaan, vrijwilligerswerk doen, meelopen in een demonstratie, een lokale actiegroep oprichten. En je staat niet alleen, de mens is een sociaal wezen. Er gaat begrijpelijkerwijs veel aandacht uit naar de iconen van de klimaatbeweging, zoals Greta Thunberg, maar vorig jaar gingen maar liefst 4 miljoen mensen de straat op voor het klimaat. We moeten afscheid nemen van het idee dat we in ons uppie de wereld
kunnen redden.

Dat klinkt heel mooi, maar is de trend niet juist dat mensen individualistischer worden? Vakbonden verliezen leden, massaprotesten als die tegen kernwapens in de jaren tachtig zijn nu haast ondenkbaar.

‘Ik denk dat het verhaal dat we over onszelf vertellen te negatief is. Jazeker zijn mensen óók individualistisch en egoïstisch. En de manier waarop we onze samenleving en economie hebben ingericht beloont die karaktertrekken. Maar we hebben ook een andere kant: we zijn altruïstisch, we werken samen. Die eigenschappen kwamen sterk naar voren in de eerste maanden na de uitbraak van het coronavirus. We zijn niet inherent slecht of lui. We kunnen een samenleving creëren die juist onze positieve kwaliteiten aanmoedigt. En vergeet niet dat de politici en bedrijven die de status quo bewaken, baat hebben bij cynici. Een prachtig boek over dit thema is De meeste mensen deugen van Rutger Bregman. Ik kan dat iedereen aanbevelen. Daarnaast houdt samen in actie komen je positief. Als je in je eentje achter de tv zit en de grote milieuproblemen voorbij ziet komen, kun je al snel mismoedig worden. Samen in actie komen is het beste middel tegen een klimaatdepressie.’

Denkbeeld 3

Ok, dus de meeste mensen deugen. Maar niet iedereen wil meelopen in een demonstratie of durft als een Greenpeace-activist een boorplatform te beklimmen.

‘Veel mensen doen aan activisme zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Bijvoorbeeld door met een klimaatsceptisch familielid de discussie aan te gaan.
En zelfs dat, zo’n lastig gesprek, kan stressvol en spannend zijn. Het is niet makkelijk om in verzet te komen, om de boel te ontregelen. Greenpeace probeert mensen daarbij te helpen. Bijvoorbeeld door het aanbieden van handleidingen, het organiseren van trainingen of het bedenken van laagdrempelige manieren om in actie te komen. Bij het Protestival van vorig jaar, een vreedzaam protest op Schiphol, organiseerden we een demo mét en een demo zónder vergunning. Zo konden mensen die geen arrestatie wilden riskeren toch meedoen. De eerste stap is vaak de moeilijkste. Als je eenmaal een keer hebt meegedaan, voelt dat zo tof. Ik heb vrienden meegesleurd naar klimaatdemonstraties, die daar eigenlijk niet zoveel zin in hadden. Ze deden het voor mij. Maar ze kwamen vol energie terug.’

De klimaatbeweging wordt vaak beschuldigd van het schetsen van apocalyptische doemscenario’s. Heeft het gebrek aan actiebereidheid van veel mensen ook niet te maken met een gebrek aan hoop en een inspirerend toekomstbeeld?

‘Die beschuldiging is niet helemaal onterecht. Klimaatactivisten hebben het vaak over de dramatische en beangstigende gevolgen van klimaatverandering. Terwijl we uit onderzoek weten dat angst geen goede motivator is. Maar het tegenovergestelde, blinde hoop (‘het komt vast wel goed’), zet evenmin aan tot actie. Greenpeace wil voorbij aan verblindende angst en naïeve hoop. De oplossing is moed en lef. De moed om in actie te komen en het lef om de status quo in twijfel te trekken. Belangrijker nog is dat we veel meer praten over de wereld die we te winnen hebben door de klimaatcrisis te beslechten. Veel mensen denken dat ze van alles moeten inleveren om het klimaat te beschermen. Terwijl ik denk dat we juist ook heel veel terugkrijgen wat we de afgelopen decennia zijn verloren. De vervreemding is toegenomen, er is een groeiende inkomensongelijkheid en velen van ons lijden onder gevoelens van eenzaamheid. De manier waarop we onze samenleving en onze economie hebben ingericht: is dat echt het beste waar we toe in staat zijn? We hoeven niet te kiezen tussen ons eigen
welzijn en dat van de planeet, daar geloof ik heilig in. Ik merk dat meer en meer mensen, en zeker ook jongeren, inzien dat goed voor de natuur zorgen gelijkstaat aan goed voor onszelf zorgen.’

Dit artikel verscheen in de herfsteditie van Greenpeace Magazine.