De agro-industrie verbrandt het Amazoneregenwoud op een ongekende schaal. Koeien grazen nu al op 14% van het extreem waardevolle Amazonebioom. Inheemse bewoners leven maandenlang in de smog. Greenpeace onderzocht deze luchtvervuiling, met schokkende uitkomsten.

Zware luchtvervuiling kennen we van megasteden als Beijing, São Paulo en Santiago, niet van uitgestrekte bossen. Boslucht is immers gezond? Niet dus, tijdens het ‘bosbrandenseizoen’ in de Amazone. Van juli tot november ademt dit enorme regenwoud, ooit het groenste ecosysteem ter wereld, lucht uit die hogere concentraties schadelijke stoffen bevat dan beruchte vervuilde steden, blijkt uit het Greenpeace-rapport ‘Toxic skies’.
‘Mijn keel doet pijn, ik moet constant hoesten en mijn ogen zijn geïrriteerd. Iedereen in ons dorp heeft dezelfde klachten, zelfs als de branden ver weg zijn.’ Hilda Barabadá Karitiana verhuisde naar haar geboortedorp, 60 kilometer van de Amazonestad Porto Velho, maar bleek ook daar niet veilig voor de ziekmakende rook. Maandenlang leven de Inheemse Amazonebewoners in een dikke smog, waar de zon maar met moeite doorheen komt. De fijnstofnorm van de WHO wordt hier continu zwaar overschreden als het woud in brand staat.
Blootstelling aan de zware rook veroorzaakt luchtweginfecties, hartziekten en astma, vooral onder kinderen en ouderen. Van alle ziekenhuisopnames voor luchtwegproblemen in Porto Velho (2000-2016) was meer dan de helft een kind van vijf jaar of jonger.
De Amazone brandt voor veeteelt
Porto Velho ligt midden in de Amazone en telt 560.000 inwoners, ongeveer evenveel als Den Haag. Beijing is een stad met veel verkeer en industrie, en heeft 23 miljoen inwoners. Toch overschrijdt de lucht boven de Amazonestad de WHO-fijnstofnorm veel vaker en sterker dan die boven Beijing (zie figuur). De rokende puinhopen in de Amazone zijn een rechtstreeks gevolg van de gigantische landbouwexpansie die zich een weg brandt door het regenwoud.
Hoewel het bij wet verboden is, steken industriële koeienboeren ongestraft enorme stukken bos in brand, bijvoorbeeld om na de kap van eeuwenoude bomen de resterende vegetatie ‘op te ruimen’. Naar schatting bevindt 36% van alle weidegrond in Brazilië zich inmiddels in de Amazone. En als het aan de sterke lobby van grootgrondbezittende boeren ligt, wordt dat nog veel meer.
De Amazone brandt vooral voor koeien. En dus komen we in dit giftige verhaal opnieuw het grootste vleesbedrijf ter wereld tegen: JBS. Tussen 2019 en 2024 brandde zo’n 30,5 miljoen hectare regenwoud af in een straal van 360 km rond JBS-slachthuizen – dat is de zone waarbinnen vleesexporteurs als JBS hun koeien inkopen.
JBS is hier niet de enige vleesverwerker, maar wel degene met veruit de meeste slachthuizen, waar in hoog tempo dieren gedood worden. En de multinational controleert niet (effectief) of zijn vlees afkomstig is van boeren die de Amazone platbranden. Toeval of niet, tussen 2008 en 2024 vond 72% van alle ontbossing in het Amazonebioom plaats in deze JBS-inkoopzone.
Schokkende luchtvervuiling
Hoe het met de luchtkwaliteit boven de Amazone is gesteld, werd tot nu toe niet of slecht gemeten. Toch is dat heel belangrijk, omdat overheden alleen na metingen maatregelen nemen. En we weten dat, naast fijnstof, bosbranden zeer schadelijke stoffen uitstoten zoals kankerverwekkende PAKs en benzeen. Greenpeace nam daarom het initiatief om data te verzamelen over de luchtvervuiling in Porto Velho en in Lábrea.
Lábrea is een gemeente (en stad) in het Inheemse gebied van de Caititu, in de deelstaat Amazonas. Mede dankzij de financiële steun van onze supporters konden we twee vaste sensoren installeren en onderzoekers uitrusten met mobiele sensoren om de luchtkwaliteit te meten. Ook gebruikten we satellietbeelden, data over verbrande gebieden en openbaar toegankelijke informatie.
De resultaten zijn schokkend: in 2024, toen het aantal branden alle records sloeg, werden inwoners van Porto Velho blootgesteld aan twintig keer de WHO-fijnstofnorm. Zelfs in 2025, toen er minder branden woedden, lag de gemiddelde vervuiling per dag nog altijd zes keer boven deze norm. In Lábrea werd de WHO-fijnstofnorm in rampjaar 2024 op maar liefst 110 dagen overschreden.
‘Vroeger was er alleen bos hier in het Caititu-gebied. Nu zijn er de vernietigende branden’, vertelt Antônio Roberto, hoofd van het brandweerteam in het Inheemse Gebied van de Caititu. ‘Ik heb veel collega’s van de Apuriña in onze brigade, en ook Paumari en andere Inheemse groepen. Onze Inheemse identiteit geeft ons de moed en vastbeslotenheid om ons land te beschermen.’
Zwarte as op zee-ijs
Sommige bossoorten kunnen zich aanpassen na een bosbrand. De Amazone kan dat niet en dus is de schade enorm. Voor de biodiversiteit, de mensen en dieren die er leven en voor het klimaat. Door de branden komen grote hoeveelheden CO2 en methaan vrij en kan het verbrande bos minder CO2 opslaan, waardoor het tipping point – het punt waarna de Amazone zich niet meer kan herstellen – nog sneller dichtbij komt. Bovendien slaat de zwarte as neer op Andes-gletsjers en Antarctisch zee-ijs, die hun reflecterende werking verliezen en daardoor sneller smelten. Bosbranden komen van nature niet voor in het Amazonebioom; ze worden bewust aangestoken door grootgrondbezitters.
‘Ons land wordt ingepikt, in brand gestoken en de lucht wordt vervuild door bedrijven die daar winst mee maken. Zij vernietigen puur voor het geld. Daarvoor moeten ze ter verantwoording worden geroepen’, stelt Chief Zé Bajaga van het Caititu Inheemse Gebied.
Teken de petitie
Sta niet toe dat bedrijven als JBS de Amazone verwoesten! Help mee dit kwetsbare en onmisbare regenwoud te beschermen: teken de petitie, net als ruim 100.000 andere supporters. Samen doen we wat nodig is om het Amazoneregenwoud te redden.
Dit artikel is geschreven door Jacqueline Schuiling, het verscheen in de lente-editie 2026 van Greenpeace Magazine.
Blijf op de hoogte
Meld je net als bijna 500.000 anderen aan voor de Greenpeace nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze acties en campagnes en hoe je daaraan kan bijdragen.



