De dieren

IJsbeer

De Noordpool is het thuis van de ijsbeer. De ijsbeer is het grootste roofdier dat op het land leeft. Hij jaagt op zeehonden, vissen en witte dolfijnen. Je verwacht het misschien niet, maar de ijsbeer kan heel goed zwemmen met zijn zwemvliezen tussen zijn tenen. Door klimaatverandering smelt het ijs en moeten de beren te vaak en te ver zwemmen om te jagen. Ze komen steeds minder ijsschotsen tegen om op te rusten. Soms raken ze zo vermoeid dat ze verdrinken. Om klimaatverandering te stoppen moeten we schone energie opwekken en die slim gebruiken.

Meer over de ijsbeer

Walvis

De walvis is de bekendste bewoner van de zee. Er zijn wel 82 soorten. Van de kleine bruinvis tot de reusachtige blauwe vinvis. Walvissen zijn zoogdieren. Ze moeten regelmatig naar de oppervlakte van het water om te ademen. Dat doen ze met het spuitgat bovenop hun kop. Grote walvissen kunnen in een paar seconden tijd zo'n 2.000 liter lucht in- en uitademen. Veel mensen kennen Greenpeace omdat we heel lang actie hebben gevoerd tegen de walvisjacht. Door alle acties en het vele praten, is er vanaf 1986 een verbod gekomen op deze jacht.

Meer over de walvis

Pinguïn

Een pinguïn zal in het wild nooit een ijsbeer tegenkomen. Pinguïns wonen op het zuidelijk halfrond. Op de Noordpool vind je ze niet. Er zijn 17 soorten pinguïns. Allemaal hebben ze vleugels, maar vliegen doen ze niet. Ze gebruiken hun vleugels om onder water te ‘vliegen’. Daar zoeken ze hun eten. Hun speklaag en dikke verenpak houdt ze warm op de ijskoude Zuidpool. Dat is wel nodig bij -60 graden. Greenpeace wil dat grote vissersschepen wegblijven uit Antartica. Zo blijft er voldoende voedsel voor dieren zoals de pinguïn.

Meer over de pinguïn

Bij

Bij één op de drie dingen die op jouw bord liggen, heeft de bij een rol gespeeld. Zonder bijen geen appels, peren of komkommers in de winkels. Dat zit zo: bijen bestuiven bloemen en planten wanneer ze nectar en stuifmeel halen voor het maken van honing. Het is belangrijk dat bijen voldoende voedsel kunnen vinden. We kunnen helpen door veel bloemen te zaaien in onze tuinen, parken en langs de akkers. Biologische landbouw is ook goed voor de bijen. Daar wordt geen gif gebruikt. Van bestrijdingsmiddelen worden bijen namelijk ziek.

Meer over de bijen

Orang-oetan

De orang-oetan leeft hoog in de boomtoppen van van Indonesië. Ze bouwen er elke dag opnieuw een nest, soms wel 30 meter hoog. Ze vinden er ook hun eten. Ze eten insecten zoals mieren en veel fruit. Er zijn gebieden waar ze meer dan 200 verschillende soorten fruit verzamelen. Dankzij hun goede geheugen onthouden ze precies waar en wanneer het fruit groeit. Hun thuis wordt door mensen met enorme stukken tegelijk verwoest. Het bos wordt gekapt om palmolie plantages aan te leggen. Greenpeace wil strenge regels voor het verbouwen van oliepalmen waardoor niet nog meer bos verwoest wordt.

Meer over de orang-oetan

Sumatraanse tijger

De Sumatraanse tijger komt alleen voor in de bossen van het Indonesische eiland Sumatra. Er leven nog maar 350 tijgers in het wild. Daarmee is de tijger ernstig bedreigd. Hun gestreepte vacht zorgt voor de perfecte camouflage in het bos. Maar waar eerst bomen stonden, staan nu palmolieplantages, boerderijen en houtkapbedrijven. Om voldoende eten te vinden, moet de tijger steeds verder de bewoonde wereld in. Boeren doden tijgers omdat ze hun vee opeten. Greenpeace wil dat het leefgebied van de tijger behouden blijft en we stoppen met kappen van oeroud bos.

Meer over de Sumatraanse tijger

 

Ontdek de Noordpool