In dit rapport vindt u de resultaten van het regenwateronderzoek dat Greenpeace uitvoerde tussen februari en april 2003. Regenwater werd opgevangen op 47 locaties in Nederland en op 3 locaties in het buitenland. TNO-MEP onderzocht de monsters op vijf stoffengroepen: bisfenol-A, alkylfenolen en alkylfenol ethoxylaten, ftalaten, broomhoudende brandvertragers en synthetische muskverbindingen. Deze stoffen zijn giftig, bioaccumulerend en persistent – het zijn POP’s (persistant organic pollutants). Een verslag van dit onderzoek staat beschreven in het TNO-MEP-rapport ‘Hazardous Chemicals in Precipitation’.

Auteur: Greenpeace Nederland

Omschrijving: Regenwater
Het regenwateronderzoek bouwt onder meer voort op eerder Greenpeace-onderzoek, dat diverse schadelijke stoffen aantrof in het huisstof van 100 Nederlandse huishoudens. Regenwater is een soort opvangplaats voor alles wat zich bevindt in de atmosfeer.
De neerslag maakt onderdeel uit van de waterkringloop op aarde. Schadelijke stoffen die terechtkomen in het milieu liften mee op deze kringloop. Zo verspreiden deze stoffen zich over de hele wereld. Nederland heeft een zeeklimaat in de gematigde zone en hier valt relatief veel neerslag.

Stoffen in dagelijkse producten
Doel van het onderzoek is de aanwezigheid aantonen van schadelijke chemische stoffen in het milieu. Stoffen die worden toegepast in talloze producten die we dagelijks gebruiken, van computers en elektriciteitskabels tot speelgoed en zeep. Het gaat om stoffen die lang in het milieu aanwezig blijven. Ze kunnen kankerverwekkend zijn, hormoonverstorend of het reproductiesysteem aantasten. Onderzoekers vonden deze POP’s onder meer terug in walvissen, ijsberen en kikkers, maar ook in moedermelk en in de lichamen van werknemers die elektronica ontmantelden.

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat deze stoffen overal in het Nederlandse milieu voorkomen. Bisfenol-A en alkylfenolen komen voor in dertig procent van de regenwatermonsters. Hetzelfde geldt voor broomhoudende brandvertragers. Alkylfenol ethoxylaten zitten in vrijwel alle monsters, evenals synthetische muskverbindingen. Ftalaten zijn overal aanwezig, meestal in hoge concentraties. De onderzoekers troffen zowel stoffen aan die inmiddels zijn verboden (musk-ambrette), als ‘nieuwe’ stoffen (de broomhoudende brandvertrager HBCD) die in de afgelopen jaren op de markt zijn gebracht.
Veel stoffen zijn gelijkmatig verspreid over Nederland aangetroffen. Dat duidt erop dat ze lekken uit de dagelijkse producten waarin ze zijn verwerkt. De concentraties verschillen, waarbij opvallend vaak hoge concentraties zijn gevonden bij bedrijven die deze stoffen produceren. Maar ook de lage concentraties zijn verontrustend: het gaat immers om stoffen die al in kleine hoeveelheden zeer schadelijk kunnen zijn voor het milieu en voor de gezondheid van mensen.

Substitutie
Greenpeace vindt dat de productie en het gebruik van deze en andere POP’s onmiddellijk moet worden verboden. Het is niet langer de vraag óf substitutie nodig is, maar hóe we dit moeten verwezenlijken. Onschadelijke alternatieven bestaan al voor veel producten – waar die nog niet voorhanden zijn moet de (chemische) industrie prioriteit geven aan het ontwikkelen hiervan. Voor bestaande én nieuwe chemische stoffen geldt: ze mogen pas worden geproduceerd als vaststaat dat ze onschadelijk zijn. Bedrijven moeten de samenstelling van stoffen en producten volledig en toegankelijk openbaar maken.

Aantal pagina’s: 33

onzichtbare-chemie