
Greenpeace brengt in een uniek onderzoek de migratieroutes in kaart van iconische soorten als bultruggen en lederschildpadden. We laten zien dat alleen netwerken van zeereservaten het doel van het Oceanenverdrag dichterbij brengt: bescherming van 30% van alle oceanen in 2030.
‘Ik moet naar de EAC’, roept clownsvisje Marlin in de nog altijd populaire animatiefilm Finding Nemo, als hij uitgeput op de rug van zeeschildpad Crush is terechtgekomen. ‘De East Australian Current’, legt hij uit, met de klemtoon op elke lettergreep. Crush grijnst relaxt: ‘Gast, daar zit je middenin!’ Marlin mag meesurfen op deze watersnelweg, helemaal naar Sydney waar hij zijn zoontje Nemo terugvindt.
Crush en zijn soortgenoten reizen door vrijwel alle wereldzeeën via complexe oceaanstromingen als de EAC. Zeeschildpadden leggen hun eieren op hetzelfde strand als waar ze geboren werden – een plek die ze feilloos terug weten te vinden, waar ter wereld ze ook zijn – en trekken dan weer naar voedselrijke gebieden die duizenden kilometers verder kunnen liggen. Zo doen ze het al miljoenen jaren en hun voortdurende migratie helpt de oceanen gezond houden.
De migratie van zeedieren en de gevaren onderweg
Zeeschildpadden, walvissen en zo’n 800 andere langeafstandszwemmers verspreiden onderweg allerlei vormen van zeeleven en voedingsstoffen. Ze verbinden voedselketens en ecosystemen in internationale én nationale wateren, en helpen het ecologisch evenwicht in de oceanen te behouden. Zelfs op de zeebodem beïnvloeden ze de manier waarop wormen, schelpen, koralen en algen samenleven. Migrerende zeedieren zijn de stille kracht achter alle zeeleven.

Op hun lange reizen trotseren deze rondtrekkende soorten vele gevaren die, niet heel verrassend, door mensen zijn veroorzaakt. Visvangst en toenemende scheepvaart veroorzaken ontelbare slachtoffers, naast klimaatverandering, olieboringen, giflozingen, onderwaterlawaai, diepzeemijnbouw en plasticvervuiling.
Oceanenverdrag in de praktijk
In maart 2023 kwam er, hoera, zicht op een betere toekomst voor de oceanen met het wereldwijde Oceanenverdrag! Een historische overwinning waar we decennialang samen met jou voor vochten. Dankzij dit verdrag, dat begin dit jaar in werking trad, kan de wereld in 2030 maar liefst 30% van de oceanen tot beschermd gebied uitroepen; dat is nu nog maar 3,5%. De hamvraag is: hóe brengen landen dit verdrag in praktijk? Precies daarom publiceerde Greenpeace International in oktober het onderzoeksrapport ‘WELL CONNECTED: Protecting the Atlantic High Seas through an ocean-wide sanctuary network’, dat regeringen met de neus op de feiten drukt.
Ons belangrijkste punt: alleen als beschermde gebieden onderling verbonden zijn, helpen ze het zeeleven, ecosystemen en migrerende soorten overleven. Zolang het ‘eilanden’ blijven in een oceaan vol industriële vissers, olieboorplatforms en commerciële scheepvaart, blijven zeeschildpadden en zeevogels daarbuiten sterven aan de duizenden haken van langelijnvissers en raken walvissen en dolfijnen levensgevaarlijk gewond door aanvaringen met schepen.
Elf nieuwe reservaten
Daarom is het cruciaal dat overheden weten waar zeeschildpadden, walvissen en andere migrerende soorten zich bevinden: welke routes leggen ze af, wat zijn broed- en voedselgebieden, waar lopen ze het meeste gevaar? Greenpeace onderzocht dit in de Atlantische Oceaan voor twee iconische soorten die diverse ecosystemen verbinden en een goede graadmeter zijn voor de gezondheid van oceanen: de lederschildpad en de bultrug. We bestudeerden hun routes en keken waar ze overlapten met drukke scheepvaartroutes en industriële visgebieden.

Zo ontstond een duidelijk beeld van de elf gebieden die absoluut beschermd moeten worden. Nieuwe zeereservaten die, verbonden met bestaande en voorgestelde beschermde gebieden, maar liefst 31% van de Atlantische Oceaan dekken. Een netwerk waarin de rijke diversiteit aan ecosystemen kan floreren, van oppervlaktewater tot zeebergen. Daarmee kunnen overheden de desastreuze gevolgen van een warmer wordende oceaan, toenemende botsingen met schepen, miljoenen tonnen microplastics en diepzeemijnbouw daadwerkelijk een halt toeroepen.
Dit is een voorpublicatie uit de herfst-wintereditie 2026 van Greenpeace Magazine, die eind november zal verschijnen.
Waarom de Atlantische Oceaan?
Greenpeace koos voor deze een- na-grootste oceaan ter wereld als casestudie, omdat je hier heel goed ziet waarom oceaanbeheer zo ingewikkeld is. Je hebt er al zeereservaten in het noordoostelijke deel, dankzij afspraken tussen aangrenzende landen. Maar in datzelfde gebied hebben regionale visserijmanagementorganisaties niets met die afspraken te maken; zij geven de industriële visserij vrij spel. Ook komen landen rond deze oceaan al met voorstellen voor nieuwe beschermde zeegebieden, terwijl tegelijkertijd de druk van menselijke activiteiten alsmaar toeneemt.
Internationale samenwerking, goede regelgeving én handhaving zijn cruciaal om de nauw verweven ecosystemen in Atlantische wateren effectief te beschermen. Als overheden hier een effectief netwerk van beschermde gebieden instellen, is dat een blauwdruk voor andere oceanen – en uiteindelijk de basis voor een wereldwijd verbonden netwerk van beschermde zeegebieden.
De eerste Oceanen-COP!
De oceanen krijgen met het Oceanenverdrag een heuse jaarlijkse Conference of Parties. Greenpeace is natuurlijk bij de eerste Oceanen-COP, in januari 2027. We pleiten voor nauwe samenwerking tussen alle betrokkenen om het 30×30-doel te realiseren, en willen dat de invloed van de visserij- industrie op oceanenbescherming beperkt wordt. Ook roepen we achterblijvers zoals Nederland op om het Oceanenverdrag nu eindelijk te ratificeren en goed beheerde, ecologisch verbonden netwerken van zeereservaten in te richten. Teken de petitie en vergroot daarmee de druk op de Nederlandse overheid. act.gp/petitie-oceanen