We hebben niet de luxe om in sprookjes te geloven. Schone, veilige en betaalbare kerncentrales bestaan niet. Om de aarde leefbaar te houden, heeft het klimaatprobleem echte oplossingen nodig, en wel nu. En gelukkig zijn die er. Zonne- en windenergie is veilig, er is oneindig veel van beschikbaar, en het wordt steeds goedkoper. Door daar op in te blijven zetten, zadelen we toekomstige generaties niet op met nieuwe problemen.

Om de opwarming van de aarde te beperken tot anderhalve graad moeten we maximaal energie besparen en duurzame energie opschalen. We kunnen op verschillende manieren energie opwekken en ervoor zorgen dat we genoeg hebben. De specialisten van de Verenigde Naties, het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) hebben laten zien dat we op verschillende manieren in onze energie kunnen voorzien. Kernenergie is hierbij niet noodzakelijk. Technisch, sociaal, politiek en economisch zit er weinig vooruitgang in kernenergie. Dat terwijl zonne- en windenergie en de opslag van groene stroom juist enorm in de lift zitten en steeds goedkoper worden.

Ook als de zon niet schijnt en de wind niet waait…

Ook dan kunnen we duurzame elektriciteit gebruiken. Bijvoorbeeld uit andere delen van Europa waar het wel waait of zonnig is. Nederland is onderdeel van het Europese elektriciteitsnetwerk, en dit wordt steeds verder uitgewerkt. Ook door energie lokaal op te slaan, bijvoorbeeld in batterijen en met groene waterstof, kunnen we de stroom gelijkmatiger verdelen. Groene waterstof is een goed alternatief voor fossiele brandstoffen, en we kunnen er ook energie mee opslaan, zodat die beschikbaar is als de zon niet schijnt en de wind niet waait. Zo kan de leveringszekerheid van onze energievoorziening worden gewaarborgd.

We hebben kernenergie dus helemaal niet nodig, we hebben mooie alternatieven. 

1.      Zonne-en windenergie kunnen we nu gebruiken, kernenergie komt te laat voor het klimaat

Zonne-en windenergie zijn voorhanden; het moet alleen worden opgeschaald. Een kerncentrale bouwen duurt in de praktijk inclusief voorbereiding zo’n 15 jaar. Die tijd hebben we niet. We hebben nú schone energie nodig om de planeet onder de 1,5 graad opwarming te houden. Een offshore windpark met vergelijkbare elektriciteitsproductie wordt geleidelijk gebouwd, levert al na vier jaar de eerste stroom en is, inclusief voorbereiding, in acht jaar klaar – tegen lagere kosten. In tegenstelling tot een kerncentrale, die pas kan leveren als die af is. En bovenal: de windparken die bij Borssele worden aangelegd, kunnen samen drie keer zoveel stroom opwekken als de kerncentrale van Borssele.

2.      Energie uit wind en zon is goedkoper dan kernenergie

Energie uit wind en zon zijn een stuk goedkoper dan kernenergie. En die kosten gaan nog steeds omlaag. Sinds 2008 is de prijs van zonnepanelen met 95% gedaald. Er is dan ook vorig jaar wereldwijd veel meer geïnvesteerd in zonne-energie dan in welke andere energie-technologie dan ook. Ook in Nederland breken we wereldrecords: er zijn aanbestedingen voor windparken op zee zonder subsidie. In meer dan 30 landen concurreren zon en wind nu al met fossiele brandstoffen. Daarnaast zijn zonne- en windenergie veel democratischer: iedereen kan (in groepsverband) zonnepanelen of een windmolen kopen en eigen energie gebruiken en produceren. Zo ben je niet afhankelijk van grote bedrijven die veel macht hebben door energie te leveren aan zoveel mensen.

Ook in termen van geld en planning blijken kerncentrales onbetrouwbaar. Een kerncentrale bouwen is hartstikke duur. Kerncentrales kosten nu al twee keer zoveel als windparken op zee. Ze worden altijd gebouwd met subsidie van de overheid. Een nieuwe kerncentrale van 1500 MW kost momenteel tegen de 10 miljard. Iedere nieuwe kerncentrale heeft zo’n 5 miljard aan subsidies nodig om te kunnen draaien. Projecten in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Finland, Frankrijk en Slowakije nemen enorm veel tijd in beslag en vallen miljarden duurder uit dan gepland. In de VS heeft men halverwege de bouw van twee kerncentrales de stekker eruit getrokken, nadat er al voor 9 miljard dollar was uitgegeven.

In vergelijking met wind- (land en zee) en zonne-energie kost kernenergie meer dan het dubbele. In die kostenberekening van kernenergie zijn nog niet eens alle kosten voor het afbreken en het verwerken van kernafval, en herstelkosten na ongelukken meegenomen.

3.      Zonne- en windenergie zijn veilig, kernenergie niet

In tegenstelling tot kernenergie laat zonne-en windenergie geen afval achter dat tot in den treure moet worden opgeborgen. Kernenergie zadelt ons op met hoogradioactief afval dat nog vele duizenden jaren gevaarlijk is. We moeten niet het ene probleem oplossen met het andere en generaties na ons opzadelen met dit gevaarlijke afval.

Dat kernenergie desastreuze rampen kan veroorzaken, hebben we gezien, praktisch om de hoek, in Oekraïne. In 1986 explodeerde daar in de stad Tsjernobyl een reactor van de kerncentrale. Duizenden mensen stierven een vroegtijdige dood en nog vele meer kregen gezondheidsproblemen. Greenpeace heeft 30 jaar na de ramp nog te hoge straling gehaltes gevonden, in melk op 150 km van Tsjernobyl.

Bij ‘die andere’ kernenergieramp, in het Japanse Fukushima, leidde een zeebeving en tsunami tot een kernexplosie. 160.000 mensen werden geëvacueerd, 40.000 mensen kunnen nooit terug. De financiële schade? 300 miljard euro. In Japan werd het voor onmogelijk gehouden dat dit ooit zou kunnen gebeuren.

Bij modernere kerncentrales is de kans op zulke vreselijke rampen kleiner, maar zeker niet afwezig. Een zwaar ongeval kan in elke kerncentrale gebeuren – door technische gebreken, of door menselijk toedoen, inclusief sabotage, terroristische aanval, oorlogshandelingen, of door een combinatie.

4.      Kernenergie zadelt toekomstige generaties op met gevaarlijk afval

De risico’s op rampen verdwijnen niet als we ophouden de kerncentrales te gebruiken. Dan zitten we namelijk tot mensenheugenis met het gevaarlijke afval opgescheept. Kerncentrales gebruiken uranium als brandstof. Er is in de bijna 70 jaar kernenergie wereldwijd al zo’n 400.000 ton aan hoogradioactief afval geproduceerd waar we niet van weten wat er mee te doen – dat is zo’n 150 km aan vrachtwagens vol met een onoplosbaar en gevaarlijk probleem.  Veel ervan ligt opgeslagen in waterbassins die continu moeten worden gekoeld. Als die koeling wegvalt, kan dat tot een ramp leiden. Geen enkel land heeft tot nu toe een definitieve oplossing voor dit afval. 

Een kerncentrale kan niet alleen voor onbedoelde rampen zorgen, het biedt ook de basis om kernwapens te produceren. Dit kan onmetelijke gevolgen hebben. Met een druk op een knop werden in 1945 atoombommen gegooid op Hiroshima en Nagasaki waarbij circa 250.000 mensen stierven. Na de VS, die die bommen afwierp, ontwikkelden heel veel andere landen kernwapens en kernprogramma’s. Verspreiding van kerntechnologie betekent automatisch verspreiding van kernwapenkennis. We kunnen nu niet voorspellen wie in de toekomst kwade bedoelingen zou kunnen hebben met kerntechnologie en wat daar de gevolgen van zouden kunnen zijn.

Thorium en kleine reactoren zijn niet het antwoord

In Nederland wordt er reclame gemaakt voor nieuwe ontwerpen kerncentrales, kleine centrales en thorium-reactoren. Die bieden geen soelaas.
Deze nieuwe ontwerpen zijn minstens net zo duur als de huidige kerncentrales, en produceren nog altijd radioactief-afval. De meeste kleine centrales (zoals die van Rolls Royce, Hitachi/GE en NuScale) net zoveel en net zo problematisch als de bestaande kernreactoren van vandaag.
Ook thorium-reactoren blijken geen oplossing. Hoewel minder in hoeveelheid, levert een thoriumcentrale ook nog altijd hoogradioactief afval op dat honderdduizenden jaren gevaarlijk blijft voor mens en milieu.  Bovendien komt deze techniek niet voor 2045 op de markt. Dat is te laat om ons te beschermen tegen klimaatverandering.

Geen wonder dus, dat er in Nederland bij de energiebedrijven geen trek is om een kerncentrale te gaan bouwen. Kernenergie kent stevige nadelen. En we hebben goedkope, schone en beschikbare alternatieven in de vorm van zonne- en windenergie, dus laten we daar op inzetten.

A child plays with homemade (made of reused paper) windmills at Greenpeace’s renewable charging station. The kiosk aims to inspire guests by highlighting renewable energy: the smart use of energy is the key to a clean, safe and secure future energy for all.