Wil je meer doen?
Doe mee ×
Een boerenprotest in Berlijn, november 2019. Campagnevoerders van Greenpeace zijn ook aanwezig om het gesprek aan te gaan met boeren over landbouwbeleid van de overheid.

Een grote groep boeren protesteert deze week in Den Haag en op verschillende locaties in het land. Ze worden al jarenlang geconfronteerd met een opeenstapeling aan wetten en regels, en voelen zich bedreigd in hun voortbestaan.

Wat is er precies aan de hand?

Steeds meer wetenschappers en politici vinden de krimp van de veestapel noodzakelijk om de natuur- en klimaatcrisis aan te pakken. Dat is een lastige boodschap voor veel boeren die vastzitten in een systeem waarin zij tegen lage prijzen zo veel mogelijk moeten produceren om het hoofd boven water te houden.

Dat boeren protesteren is dan ook volkomen begrijpelijk. Ook wij zijn het zat: de natuur en ons klimaat lijden al decennia onder de gevolgen van dit doorgedraaide landbouwsysteem. Jarenlang heeft de overheid met telkens wisselende regels en wetten boeren geen eerlijk en duurzaam toekomstperspectief geboden. De natuur, het klimaat én de boer betalen hiervoor nu de rekening. De winnaars? Dat zijn de veevoerfabrikanten, de kunstmestproducenten, de bestrijdingsmiddelenfabrikanten, banken en de supermarkten. 

Er moet iets veranderen voor de boer, maar ook voor de natuur

De Nederlandse landbouw is hyperproductief, maar ons huidige voedselsysteem put onze aarde uit. Het merendeel, zo’n 80% van de Nederlandse productie, wordt geëxporteerd. En we importeren ongeveer 70% van het voedsel dat in onze supermarkten terechtkomt. Nederland heeft het hoogste aantal landbouwdieren per hectare in heel Europa, en de ruim 100 miljoen dieren in ons land produceren meer mest dan onze bodem kan verwerken. De veehouderij is dan ook verantwoordelijk voor zo’n 65% van de Nederlandse stikstofuitstoot die neerslaat in onze natuur.

Te veel stikstof zorgt ervoor dat unieke plantensoorten verdwijnen, en daardoor de insecten die van deze planten leven, en daardoor weer de vogels die de insecten eten. En zo wordt het steeds stiller en leger in de natuur. Onze politici kunnen en moeten daar nú iets aan doen. Meer achteruitgang is simpelweg geen optie, dat is zelfs bij wet verboden. Nu de overheid zich daar niet aan houdt en onvoldoende maatregelen neemt om de natuur te redden, zien wij ons genoodzaakt om juridische stappen te nemen.  

Een aantal feiten op een rij:

  • 400 plantensoorten die karakteristiek zijn voor stikstofarme milieus zijn sterk afgenomen of verdwenen;
  • Een derde van de plant- en diersoorten staat inmiddels op de Rode Lijst, wat betekent dat ze bedreigd worden in hun voortbestaan.
  • Het aantal wilde dieren is sinds 1990 gehalveerd. Op de heide is het aantal zelfs met 70% afgenomen.

Maar ook boeren zelf behoren tot ‘bedreigde soorten’: Het aantal boerenbedrijven kromp in de periode van 2000 tot 2018 met maar liefst 45% van 97.000 naar 54.000. 38% van de boerenfamilies leefde in 2018 onder de armoedegrens, terwijl het boerenbedrijf vaak een miljoeneninvestering is en boeren uitzonderlijk lang en veel werken. Als we doorgaan op hetzelfde pad, is in 2030 nog maar de helft van het huidige aantal boeren over.



De politiek is aan zet: pak de natuurcrisis aan én zet in op een duurzaam voedselsysteem

Redenen genoeg om het roer in de landbouw flink om te gooien naar een voedselsysteem dat goed is voor klimaat, natuur én boer. Drastisch minder productie en consumptie van dierlijke eiwitten en een omslag naar een ecologische manier van werken is een onvermijdelijke conclusie. Daarmee lossen we meerdere problemen op; het aandeel van de veehouderij aan de natuur- en stikstofcrisis, ontbossing voor veevoer, vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, dierenwelzijnsproblematiek, stankoverlast, gezondheidsrisico’s door fijnstof en dierziekten, water- en bodemvervuiling en de prikkel voor illegale mestpraktijken.

En alle ingrediënten zijn aanwezig voor het maken van deze stap: er wordt nu in Den Haag gesproken over de aanpak van de stikstof- en natuurcrisis. Dit biedt kansen voor een werkelijke omslag, waarbij de natuur wordt beschermd en hersteld en de boer van de toekomst zich niet langer moet verdedigen.

Een voorwaarde om dit voor elkaar te krijgen, is dat boeren op een rechtvaardige manier worden geholpen in de noodzakelijke omslag, want veel boerenfamilies zijn nu afhankelijk van grote bedrijven en banken die de omslag naar een duurzaam landbouwsysteem blokkeren. Ook moeten zij eerlijk betaald krijgen voor duurzame inspanningen. Op deze manier kunnen we ook de achteruitgang van de boerenstand keren.

Wat doen wij?

We hebben boeren keihard nodig voor een toekomstbestendig voedselsysteem. Wij zetten ons in voor de eerlijke prijs die boeren nodig hebben voor een duurzamer product. We hebben in 2020 ons Betaalbaar Beter Boerenplan gepresenteerd waarin we pleiten voor een grootschalig omslagfonds. We hebben onderzoek gedaan naar de schandalige uitkomsten van overheidsbeleid rond het afschaffen van het melkquotum en invoering van het fosfaatrechtenstelsel. We verzetten ons tegen handelsverdragen, zoals de EU-Mercosur-deal, die contraproductief zijn voor de Nederlandse landbouwsector. We hebben laten zien op welke manier LTO niet is opgekomen voor de belangen van boeren. We hebben de Rabobank opgeroepen boeren te helpen in de omslag en hun leningen in de vee-industrie af te schrijven. En we laten zien dat een groeiende groep van toekomstboeren en lokale voedselgroepen juist open staan en samen met ons pleiten voor echt duurzame landbouw. Dat biedt volop kansen om juist nu samen op te trekken. 

Handreiking

Wij doen graag een handreiking naar de boeren die morgen protesteren. Wij blijven ons hard maken om steun voor de transitie naar ecologische landbouw voor elkaar te krijgen, op basis van een goed verdienmodel, drastisch minder dieren en zoveel mogelijk boeren. Dat is de enige weg voorwaarts voor natuur, klimaat en de boer.