Nieuw rapport

België heeft de afgelopen jaren tussen de 5,7 en 7,4 miljard euro per jaar uitgetrokken voor steunmaatregelen aan de industriële sectoren die de meeste broeikasgassen uitstoten. Terwijl de overheid regelmatig wijst op budgettaire tekorten om te besparen op essentiële zaken zoals zorg, onderwijs of de energietransitie, blijft overheidsgeld dus vooral naar de grootste vervuilers gaan.

In het rapport ‘Vervuilers aan het infuus’ analyseert Greenpeace België de belangrijkste steunmaatregelen rond energie en klimaat waar de Belgische industrie van profiteert. De studie onderzoekt onder andere de gratis uitstootrechten binnen het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS), de compensaties voor de CO2-kosten in de elektriciteitsprijs en de belastingverminderingen op fossiel gas. Alles bij elkaar opgeteld gaat het voor de periode 2022 tot 2024 om een bedrag van 5,7 tot 7,4 miljard euro per jaar.

Ondertussen dragen huishoudens een steeds groter deel van de kosten voor de energietransitie. De stijgende accijnzen op gas en de invoering van een nieuwe CO2-prijs voor verwarming en transport zullen de burger rechtstreeks in de portemonnee raken. Dit terwijl steunmaatregelen voor bijvoorbeeld een andere mobiliteit, betere isolatie of het installeren van een warmtepomp, beperkt blijven. Hierdoor ontstaat een grote ongelijkheid tussen gezinnen en industriële grootverbruikers. 

Volgens Greenpeace moet dit overheidsgeld anders worden ingezet. Deze middelen moeten niet worden gebruikt om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verlengen, maar moeten gaan naar investeringen die onze economie weerbaarder maken, de energietransitie versnellen en een écht toekomstbestendige industrie ondersteunen.

Dit rapport laat zien dat het ook anders kan. Door de miljarden die nu naar de meest vervuilende industrieën gaan te herbestemmen, kunnen we concrete maatregelen financieren. Denk aan het renoveren van gebouwen, duurzamer transport, moderne energie-infrastructuur of simpelweg een betaalbare elektriciteitsfactuur. 

Het volledige rapport is in het Engels beschikbaar via de link hieronder. Er is ook een samenvatting in het Nederlands met de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen.