Terwijl de federale regering op zoek is naar zo’n 10 miljard euro om de begroting weer op koers te brengen, toont een nieuw rapport van Greenpeace België dat de Belgische industrie jaarlijks tussen 5,7 en 7,4 miljard euro ontvangt via allerlei energie- en klimaatgerelateerde steunmaatregelen. Opvallend: vooral sterk vervuilende sectoren profiteren hier het meest van. “De huidige klimaatproblematiek dwingt ons die overheidssteun stop te zetten, of het nu gaat om gratis emissierechten, compensatie voor indirecte kosten, of fiscale voordelen voor fossiel gas”, aldus Greenpeace.

De federale regering zoekt de komende tijd 10 miljard euro om de begroting weer op de rails te krijgen. Greenpeace België nodigt de regering uit om tijdens de begrotingsdebatten eerst te kijken naar de overheidssteun die de grote vervuilers in ons land vandaag ontvangen. In een nieuw rapport toont de organisatie aan dat vervuilende bedrijven jaarlijks tussen 5,7 en 7,4 miljard euro aan voordelen genieten. Tussen 2021 en 2025 ontving de Belgische industrie voor ongeveer 10 miljard euro aan gratis emissierechten. Daarvan ging 7,85 miljard euro naar slechts vijftien bedrijven, verspreid over drieëndertig sites in ons land. Een derde van de onderzochte installaties kreeg zelfs meer gratis rechten toegewezen dan hun daadwerkelijke CO2-uitstoot.

De cijfers leggen de vinger op een dubbele wonde. Enerzijds worden miljarden euro’s aan belastinggeld verkeerd ingezet, zonder dat ze leiden tot een wezenlijke daling van de uitstoot van broeikasgassen. Anderzijds zorgt de overheidssteun ervoor dat onze industrie bijzonder afhankelijk blijft van fossiele brandstoffen. Door zwaar vervuilende industriële activiteiten – waarvan sommige zonder toekomst – massaal te blijven ondersteunen, stellen de overheden de noodzakelijke investeringen in de transformatie van de Belgische economie uit.

“De federale regering stelt dat ze zo’n 10 miljard euro moet vinden. Maar elk jaar besteedt ze een groot deel van dat bedrag aan de ondersteuning van sterk vervuilende industrieën, vaak zonder hier voldoende voorwaarden aan te koppelen. Vooraleer onze regeringen nieuwe inspanningen vragen van de gezinnen, moeten ze snoeien in de cadeaus aan grote vervuilers en dat geld inzetten voor een rechtvaardige transitie. Door de grootste vervuilers te blijven steunen, zal ons land niet alleen blijven bijdragen aan de klimaatproblematiek, aan de steeds intensere hittegolven die onze samenleving naar adem doen happen, maar ook de Belgische industrie verzwakken in plaats van haar voor te bereiden op de toekomst. Publieke middelen dienen niet om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in stand te houden; ze moeten aangewend worden als investering in een duurzame industrie, toekomstgerichte jobs en een rechtvaardige transitie voor Belgische gezinnen”, stelt Mathieu Soete, verantwoordelijke energietransitie bij Greenpeace België.

Fiscale ongelijkheid tussen gezinnen en grote industriële verbruikers

Het rapport wijst verder op een fiscaal onevenwicht, waarbij gezinnen tot vijftien keer meer accijnzen op fossiel gas betalen dan de grote industriële verbruikers. In het kader van de federale taxshift zullen de accijnzen voor gezinnen stijgen naar 14,45 €/MWh tegen 2029, terwijl energieverslindende bedrijven zullen blijven genieten van voordelige tarieven tussen 0,69 en 1,66 €/MWh.

“Dat verschil valt niet te verantwoorden. Het zijn vooral burgers die geconfronteerd worden met stijgende energiekosten, de gevolgen van de klimaatcrisis en besparingen op het overheidsbeleid. De regering kan burgers niet vragen de broeksriem aan te halen, terwijl ze tegelijk bijzonder gunstige fiscale regimes voor de grootste verbruikers van fossiel gas in stand houdt. Het geld is er. De overheid besteedt het momenteel gewoon verkeerd”, voegt Mathieu Soete eraan toe.

Publieke middelen heroriënteren naar een veerkrachtige economie

Greenpeace roept de federale en regionale regeringen op om het geweer van schouder te veranderen: bouw de overheidssteun aan fossiele en vervuilende activiteiten geleidelijk aan af, koppel elke vorm van steun aan bedrijven aan een geloofwaardige strategie om te decarboniseren, en heroriënteer de beschikbare middelen naar investeringen waar gezinnen, werknemers en de Belgische economie baat bij hebben.

Met de vrijgekomen middelen kunnen concrete maatregelen worden gefinancierd. Denk aan betaalbare elektriciteit voor gezinnen, de renovatie van gebouwen, een robuustere energie-infrastructuur, duurzame mobiliteit, de circulaire economie, opleidingen voor de jobs van de toekomst en een industrie in lijn met de klimaatdoelstellingen.

Debat over emissiehandelssysteem opnieuw op tafel

Op 17 juli start de Europese Commissie nieuwe gesprekken rond het emissiehandelssysteem (ETS). Daarbij ligt de geleidelijke uitdoving van gratis emissierechten, waarvan verschillende grote vervuilende sectoren vandaag nog sterk profiteren, opnieuw op tafel. Greenpeace eist dat België zich verzet tegen elke vertraging van deze afbouw en pleit ervoor om de meest vervuilende sectoren, zoals de chemie en de petrochemie, een strakker tijdschema op te leggen.

“Het gaat er ons niet om industrie en klimaat tegen elkaar uit te spelen. Het debat moet draaien om welke industrieën nog overheidssteun mogen krijgen: de industrie die de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengt, of de industrie die de jobs en de economie van morgen voorbereidt”, besluit Mathieu Soete.


Over het rapport

Het nieuwe rapport van Greenpeace België onderzoekt de steun die de Belgische overheid aan de industrie toekent, gelinkt aan haar energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen. Het vormt een aanvulling op de Federale Inventaris van Subsidies voor Fossiele Brandstoffen, die op 2 juli 2026 werd gepubliceerd.

De analyse, gebaseerd op openbare en officiële bronnen, omvat de geschatte waarde van de gratis emissierechten die worden toegekend in het kader van het Europese emissiehandelssysteem (ETS), de compensaties voor indirecte kosten die verband houden met de elektriciteitsprijs, evenals de verlaagde en vrijgestelde accijnzen op fossiel gas. Ze steunt onder meer op het Belgische register van broeikasgassen, de Europese gegevens van het ETS-systeem, de rapporten van de Nationale Klimaatcommissie, de Federale Inventaris van Subsidies voor Fossiele Brandstoffen en de Europese databank State Aid Transparency.

De voorgestelde bedragen hebben betrekking op de periode 2022-2024, de meest recente cijfers die publiek beschikbaar zijn. Ze omvatten zowel rechtstreekse steun en compensaties, als geraamde gederfde overheidsinkomsten.