Vanmiddag voerde Greenpeace België actie bij de start van het nieuwe parlementaire jaar in het federaal parlement. Buiten aan het gebouw installeerden actievoerders een reusachtig spandoek, terwijl anderen de parlementsleden binnen interpelleerden. Na een zomer waarin België opnieuw keihard getroffen werd door de klimaatcrisis, eist de milieuorganisatie dat de regering-De Wever en het parlement de oogkleppen afzetten en daadkrachtig ingrijpen.
Terwijl de openingszitting in het federaal parlement van start ging, ontrolden activisten voor het gebouw een spandoek van 22 meter met de boodschap ‘Our house is on fire, start acting like it’. Er werden ook rookbommetjes en alarmen gebruikt. Binnen in het parlement, waar de debatten begonnen alsof afgelopen zomer doodnormaal was, droegen activisten T-shirts met dezelfde boodschap en lieten ook zij alarmbellen afgaan.

België kende de warmste zomer ooit gemeten. Opeenvolgende hittegolven eisten in stilte bijna 3000 levens. Een historische droogte veroorzaakte, samen met de extreme hitte, op tal van plekken in ons land natuurbranden. De meest dramatische brand brak op 14 augustus uit in de Hoge Venen, waar in slechts enkele dagen tijd meer dan 3000 hectare in vlammen opging.
“Op welke planeet leven onze politici? Deze zomer zagen we burgers afzien, de natuur branden en kwam er ook veel kritiek op hoe onvoorbereid we op deze situatie zijn. Toch bleven onze ministers stil en onverschillig,” reageert Joeri Thijs, woordvoerder bij Greenpeace België. “Sindsdien is niks van concrete actie ondernomen. Erger nog: onze politici proberen vooral de aandacht te verleggen naar andere dossiers en de klimaatcrisis onder de mat te vegen. Die bewuste ontkenning is onverantwoord. Het klimaat moet een prioriteit op de politieke agenda zijn. Want het heeft een invloed op al de rest: overheidsbudgetten, onze gezondheid, onze veiligheid, de economie en de prijzen in de supermarkt, …”.

Greenpeace België vraagt de regering De Wever om in samenwerking met regionale overheden dringend werk te maken van een dubbele werf.
- Ze moeten enerzijds de bevolking beschermen door onze samenleving aan te passen aan het klimaat van vandaag en dat van morgen. Dat vereist een veerkrachtige ruimtelijke ordening in ons land (een betonstop, beter waterbeheer, vergroening van de steden, natuurherstel, …), preventie van en een betere voorbereiding op zomerse natuurbranden, de isolatie en verkoeling van gebouwen (in het bijzonder kritieke voorzieningen zoals rust- en ziekenhuizen), enz.
- Anderzijds moet ons land al zijn gewicht in de schaal werpen om de klimaatopwarming in te perken. Dat betekent een drastische vermindering van onze uitstoot van broeikasgassen, via een snelle en rechtvaardige uitfasering van ons gebruik van fossiel gas en olie.
“De situatie is ernstig, maar het goede nieuws is dat de oplossingen al lang gekend zijn, zowel voor de inperking van als de aanpassing aan de klimaatopwarming,” besluit Joeri Thijs. “Het ontbreekt alleen aan politieke wil om ze uit te voeren. Het nodige ambitieuzer klimaatbeleid zal iedereen ten goede komen. Om dit te financieren moeten beleidsmakers de grote fossiele vervuilers laten bijdragen, zij die historisch verantwoordelijk zijn voor de crisis waarin we ons bevinden. In plaats van hen cadeaus met ons belastinggeld te geven, moeten we de reusachtige winsten van de meest vervuilende bedrijven belasten en hen ter verantwoording roepen.”