Vraag & Antwoord

Een overzicht van veelgestelde vragen en antwoorden tegen hernieuwbare energie.

Klik op de vraag om het antwoord te lezen.

Faq  
  • Wat is volgens Greenpeace het energiesysteem van de toekomst?

    Het enige systeem dat echt duurzaam is, haalt alle energie uit hernieuwbare bronnen. Onze huidige manier van energie opwekken, stelt ons voor verschillende uitdagingen: de klimaatverandering, kernafval, nucleaire incidenten, olierampen en wereldwijd een zeer ongelijke toegang tot energie. De oplossingen liggen nochtans binnen handbereik. Tegen 2050 kan alle energie van hernieuwbare bronnen komen. Dan moeten we wel geleidelijk afstappen van fossiele brandstoffen, waardoor we minder broeikasgassen zullen uitstoten. Het scenario van de Energy[R]evolution die Greenpeace samen met de European Renewable Energy Council (EREC) en het Duitse Lucht- en Ruimtevaartinstituut heeft opgesteld, toont op welke manier we kunnen overschakelen op 100 % hernieuwbare energie door ons energieverbruik te verminderen, te investeren in de verdere ontwikkeling van hernieuwbare energie en door hernieuwbare energiebronnen te integreren in een “slim” elektriciteitsnet.

  • Hoe kunnen we minder energie verbruiken?

    In België wordt energie nog niet efficiënt verbruikt. Er is nog veel potentieel op dit vlak, zeker als we een kijkje nemen bij onze buurlanden. In België bedraagt het energieverbruik per inwoner 5,2 Toe (ton olie-equivalent), terwijl dat in Nederland 4,7 Toe en in Duitsland 3,8 Toe is. Dat valt gedeeltelijk te verklaren door onze industrie. Maar transport en het verbruik van gezinnen dragen hier natuurlijk ook toe bij. Neem de woningen: er kan nog enorm veel energie worden bespaard in onze huizen. Studies bevestigen de mogelijkheid om het verbruik van huishoudtoestellen, verlichting, verwarming en warm water in 15 jaar tijd met 45 procent te doen dalen. Striktere criteria voor de sluimerstand van apparaten kan al 8 procent besparen in het verbruik. Concrete tips lees je op www.energiebesparen.be

  • Zijn windmolenparken in zee dé oplossing?

    Windmolenparken in zee maken zeker deel uit van de oplossing. De Thorntonbank was het eerste offshore park voor de Belgische kust. Het werd gebouwd door C-Power en zal nog uitgebreid worden om tegen 2012 voldoende elektriciteit voor 600.000 personen op te wekken. Een tweede windmolenpark in zee werd opgericht door Belwind en levert vandaag stroom aan ongeveer 400.000 personen. Offshore windenergie is een belangrijke bron van hernieuwbare energie in onze contreien. Volgens de studie Energy[R]evolution staat deze technologie al ver genoeg om 33 procent van de Europese energieproductie in te vullen tegen 2050. Om een bijna 100 % hernieuwbaar energiesysteem te ontwikkelen tegen 2050, zijn er dus ook windmolens op het land en andere hernieuwbare energiebronnen nodig (denk bijvoorbeeld aan zon, biomassa en geothermie).

  • Zijn windmolens hinderlijk voor omwonenden?

    Zijn de windmolens op het vasteland echt “storend” voor de buurt? Een peiling van Ipsos die in oktober 2010 werd gepubliceerd voor Wallonië toont aan dat mensen die in de buurt van windmolens wonen en die daar dus rechtstreeks de mogelijke gevolgen van ondervinden, eerder positief staan tegenover deze energiebron: 86 procent van de ondervraagden vond de windmolens een goede zaak, 4 procent was niet tevreden dat ze in de buurt van de molens wonen. De poll werd uitgevoerd bij duizend mensen die in Wallonië wonen in gemeenten die al windmolens hebben of die er waarschijnlijk in de toekomst zullen installeren. Sterker nog: een jaar na de installatie van de windmolens lijkt de meerderheid van de inwoners niet gekant tegen de komst van bijkomende molens. Ook voor Vlaanderen zijn er gegevens bekend. In september 2010 verscheen peiling op aanvraag van producent Electrawind. Daaruit bleek dat in de omgeving van Brugge maar liefst 90 procent van de rechtstreeks betrokken burgers voorstander is van windenergie. Iets langer geleden, in 2002, liet Greenpeace een poll uitvoeren over offshore windmolens. 66 procent van de kustbevolking stond toen achter deze energiebron. Slechts 20 procent had het niet zo begrepen op offshore windenergie. Sommige landen hebben een lange traditie van burgerparticipatie bij windenergieprojecten, en dat helpt. In Denemarken bijvoorbeeld stelt de wet dat eigenaars of leden van een coöperatie in de buurt moeten wonen van hun windturbine. Ze delen de winst en genieten van een fiscaal voordeel. Dat heeft geleid tot een aanzienlijke ontwikkeling van windenergie die de betrokken mensen rechtstreeks ten goede komt.

  • Is zonne-energie een goed idee in België?

    De zon is de krachtigste energiebron op aarde. Het licht van de zon dat het aardoppervlak bereikt in een dag, volstaat om de hele wereld gedurende acht jaar van energie te voorzien. België op zijn beurt krijgt jaarlijks ongeveer vijftig maal zijn energieconsumptie in de vorm van zonne-energie. Zonlicht kan gebruikt worden om warmte maar ook elektriciteit op te wekken. Laat ons beginnen bij het fotovoltaïsche deel, ofwel de zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Volgens de studie Energy[R]evolution van Greenpeace en EREC kan de fotovoltaïsche omzetting van zonlicht 13 procent van de Europese elektriciteitsproductie beslaan. Dat geldt niet alleen voor landen in het Zuiden: een zonnepaneel kan ook stroom opwekken door indirect zonlicht (weliswaar minder dan bij direct zonlicht). Daarnaast wordt er ook thermische energie (warmte) uit de zonnestralen gehaald. Thermische zonnecentrales, zoals die bijvoorbeeld al in Spanje (Andasol) bestaan, zijn eerder interessant in landen met veel zonnige dagen. In België zijn zulke centrales dus niet rendabel. Zonneboilers daarentegen zorgen voor de opwarming van water uit de kraan, schoollokalen, zwembaden en zelfs voor het drogen van gewassen. De Vereniging voor de Promotie van Hernieuwbare Energie (APERE) stelt dat een correct geïnstalleerde zonneboiler kan instaan voor ongeveer 60 procent van het warmwaterverbruik van een zuinig gezin, waardoor de ketel vier tot zes maanden per jaar kan worden uitgeschakeld. Voor België zijn windmolenparken in zee interessanter dan grote zonnecentrales. Maar zonnepanelen en -boilers kunnen wel een deel van onze energievraag invullen.

  • Is energie uit biomassa echt duurzaam?

    Er bestaan verschillende soorten biomassa: biogas uit afval of gebruikt water, biobrandstoffen van suikerriet of palmolie bijvoorbeeld en biomassa uit landbouwafval om er enkele te noemen. Het interessante aan biomassa is dat het stoelt op recyclage: de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van een plant, werd eerder door die plant opgeslagen tijdens zijn groei. Dat betekent daarom niet dat biomassa per definitie CO2-neutraal of duurzaam is. Het grootste probleem schuilt in biobrandstoffen. Het gebruik van vruchtbare landbouwgrond voor onze energievoorziening vormt een concurrentie met voedingsgewassen. Vaak worden gronden in gebruik genomen voor de teelt van gewassen voor brandstof, ten koste van de lokale bevolking. Daarom pleit Greenpeace voor biomassa uit afval, op lokaal niveau en zonder veel land te gebruiken. Het mag geen kwestie zijn van landbouwgebieden op te offeren voor de teelt van gewassen voor biobrandstoffen. In België heeft de capaciteit voor elektriciteitsproductie uit biomassa een vermogen van ongeveer 800 MW. Ze kan jaarlijks 6 TWh aan stroom leveren als we ervan uitgaan dat centrales 7500 uren draaien. Het gaat niet alleen om nieuwe centrales die uitsluitend biomassa gebruiken, maar ook om geconverteerde steenkoolcentrales en biomassacentrales (zoals die van Awirs), afvalverbrandingsovens (zoals in Neder-over-Heembeek). In het transport worden vandaag slechts enkele procenten biobrandstoffen gemengd bij de klassieke brandstoffen die in België uit de pomp vloeien. Het percentage zal wel stijgen aangezien ons land 4 procent biobrandstoffen wil halen tegen 2020.

  • Haalt België ook energie uit waterkracht?

    In ons land werd in 2007 al 389 GWh elektriciteit opgewekt uit waterkracht, maar deze energiebron heeft een beperkt potentieel voor verdere ontwikkeling. Hydro-elektriciteit is niet alleen een manier om stroom te produceren maar ook om te stockeren. Wanneer de vraag naar elektriciteit laag is op momenten dat er veel wind is, kan de surplus aan elektriciteit die opgewekt wordt door de windturbines, opgeslagen worden in de vorm in de vorm van waterkracht in de grote hydraulische installaties van Noord-Europa bijvoorbeeld. Dat zit zo: de overschot aan elektriciteit wordt gebruikt om het water een niveau hoger te tillen in de waterkrachtcentrale met behulp van pompen. Wanneer de vraag naar elektriciteit dan stijgt, kan men met een druk op de knop het water naar beneden laten storten, waardoor de turbines worden aangedreven. Dat kan op grote schaal gebeuren als de verschillende stroomnetten van Europa onderling goed zijn verbonden. Momenteel is dat nog niet het geval.

  • Kunnen we ook energie halen uit de zee?

    Er bestaan verschillende manieren om energie te winnen op zee: uit de golfslag, getijden, stroming, verschillen in temperatuur en het zoutgehalte. Hoewel in de studie Energy[R]evolution van Greenpeace en EREC hier bijna geen rekening mee wordt gehouden, is er een reeks nieuwe technologieën die op dit moment onderzocht en ontwikkeld worden. Een bijzondere technologie, Pelamis genaamd, werd op punt gesteld door het gelijknamige Schotse bedrijf. Het gaat om een soort drijvende slang die energie haalt uit de golven. Onderlinge schakels van de slang deinen mee op de golven en drijven op die manier een elektrische generator aan. Deze elektriciteit wordt met een onderzeese kabel naar het continent getransporteerd. In Portugal levert de eerste installatie van Pelamis sinds 2008 elektriciteit aan ongeveer 1500 gezinnen. China en Groot-Brittannië zijn ook erg geïnteresseerd in deze technologie.

  • Is geothermie enkel interessant in vulkanische regio's?

    Geothermie of aardwarmte wordt al lang toegepast in vulkanische gebieden voor de productie van elektriciteit. In Lardarello (Italië) bevindt zich de eerste geothermische elektriciteitscentrale ooit gebouwd. Ze dateert van het begin van de twintigste eeuw en levert stroom voor 1 miljoen gezinnen. Recenter wordt er ook aardwarmte gewonnen uit niet-vulkanische gebieden. In de buurt van België ligt de geothermische pilootcentrale van Soultz (Frankrijk). Ze haalt warmte uit een diepte van 5 kilometer onder de grond en zet die om in elektriciteit voor het stroomnet. De centrale heeft een capaciteit van 1,5 MW. De eerste drie meter onder het aardoppervlak hebben een ongeveer constante temperatuur tussen 10 en 16 °C. Daarmee kunnen gebouwen verwarmd worden in de winter, en afgekoeld in de zomer. In België worden sommige ziekenhuizen en serres al volgens dit principe verwarmd. Door bijvoorbeeld enkele kilometers diep te graven, zoals dat in Soultz werd gedaan, bereik je steenlagen tussen 250 en 400 °C. Men laat hierin koud water stromen die als stoom terug naar de oppervlakte keert. Daarmee wordt een turbine aangedreven die elektriciteit produceert. Het Vlaamse Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) werkt aan een testproject om elektriciteit en warmte te winnen uit geothermie in de geologische lagen van de Kempen.

  • Welke impact heeft een transitie naar 100% hernieuwbare energie op de economie en de werkgelegenheid?

    De Energy[R]evolution van Greenpeace en EREC becijfert dat we door 1850 miljard euro te investeren in de ontwikkeling van hernieuwbare energie 2650 miljard euro kunnen besparen op de aankoop van fossiele brandstoffen en uranium. Vanaf 2030 zal onze energievoorziening gegarandeerd zijn omdat we niet langer fossiele brandstoffen en uranium hoeven in te voeren. De Energy[R]evolution laat ons niet alleen toe onze uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen (met 95 procent tegen 2050!) maar heeft ook een positieve invloed op de Europese economie en werkgelegenheid. Want als Europa volledig inzet op energiebesparing en de ontwikkeling van hernieuwbare energie, zal het 1,2 miljoen nieuwe banen kunnen scheppen. Dat zijn bijna 780.000 jobs meer dan bij een ongewijzigd scenario. Die trend is al bezig. In Spanje en Duitsland kwamen er meer dan 300.000 banen bij in de sector van de zonne-energie. Op wereldvlak zijn er al meer dan 500.000 mensen actief in de windenergiesector.

  • Hoe vallen een gecentraliseerde en gedecentraliseerde elektriciteitsproductie te verzoenen?

    Om vraag en aanbod van elektriciteit uit gecentraliseerde hernieuwbare bronnen (bijvoorbeeld een groot windmolenpark) en gedecentraliseerde hernieuwbare bronnen (zonnepanelen op het dak van een huis of kleine biomassacentrales) te combineren, is er een slim stroomnet nodig. Zo kunnen de verschillende Europese regio's op adequate manier aan elkaar worden gelinkt. Lees meer in het rapport Battle of the Grids. (http://www.greenpeace.org/belgium/nl/pers/rapporten/Battle-of-the-grids/) Stel je een gemeenschap voor die via een micronetwerk haar eigen energie produceert: huizen en bedrijven met zonnepanelen, kleine installaties voor warmtekrachtkoppeling, kantoren die hun eigen energie en warmte opwekken... Als de energieconsumptie daalt (voor kantoren is dat in het weekend bijvoorbeeld) wordt het surplus op een slim stroomnet geplaatst. Wanneer de vraag het lokale aanbod overstijgt, kan de energie van hetzelfde netwerk worden afgetapt. Een slim elektriciteitsnet laat toe om energie op een gedecentraliseerde manier op te wekken, en niet alleen in grote kern- en steenkoolcentrales. Greenpeace toont in zijn rapport Battle of the Grids aan dat men geleidelijk het aandeel van hernieuwbare energie in Europa kan optrekken tot bijna 100%, zonder daarbij de energiebevoorrading in het gedrang te brengen. Er is alleen een aanzienlijke investering in het hoogspanningsnet nodig.

  • Kunnen kernenergie en hernieuwbare niet naast elkaar bestaan?

    Momenteel worden de windturbines regelmatig stil gelegd wanneer het aanbod van elektriciteit hoog is, om voorrang te geven aan kernenergie en steenkool. Maar dat is een slechte keuze voor de planeet. We zien het bijvoorbeeld in Spanje en Duitsland gebeuren. Kernenergie en hernieuwbare energie zijn niet compatibel: we moeten kiezen voor een van de twee. Om de “Battle of the grids” the winnen, moeten we voorrang geven aan hernieuwbare energie op het Europese stroomnet, waarbij de landen ook onderling worden verbonden. Als de productie in een land de vraag overstijgt, kan de elektriciteit makkelijk worden uitgevoerd naar regio's waar de vraag onvoldoende kan worden ingevuld.

  • Is jullie Energy[R]evolution geen utopie?

    Op verschillende plaatsen is de Energy[R]evolution al aan de gang. In Spanje en Duitsland bijvoorbeeld bedroeg het aandeel van hernieuwbare energie bij het elektriciteitsverbruik al tussen de 15 en 30 procent in 2010. Oostenrijk en Zweden op hun beurt hebben vooral dankzij hun waterkracht- en biomassacentrales in 2010 respectievelijk zo'n 78 en 60 procent van de verbruikte elektriciteit opgewekt met herniewbare energiebronnen. Op zeer lokaal vlak gaan een aantal gemeenten, steden of regio's al zeer ver. In Groot-Brittannie is er bijvoorbeeld een bekende ecologische gemeenschap: The Beddington Zero Energy Development of BedZED. In deze gemeenschap met een uiteenlopende sociale mix is de levenskwaliteit hoog terwijl de negatieve impact op het milieu klein blijft. Door een optimale isolatie verbruiken de woningen weinig energie. De zonnepanelen worden gecombineerd met andere energiebronnen voor elektriciteit en warmte. Water wordt er rationeel gebruikt, het vuilnis wordt gerecycleerd of hergebruikt en er is geïnvesteerd in een systeem van duurzame mobiliteit. Andere voorbeelden van “duurzame” gemeenschappen: 1. SamsØ is een volledig energie-onafhankelijk Deens eiland; 2. Het stadje Beckerich in Luxemburg haalt 90 procent van zijn elektriciteit en 40 procent van zijn warmte uit hernieuwbare energiebronnen; 3.De ecologische wijk Vauban in Duitsland produceert meer energie dan ze verbruikt.

Op deze pagina