In alle Europese landen kampen mensen met vervoersarmoede. Ook ons land scoort opvallend slecht in een nieuw onderzoek in opdracht van Greenpeace. De milieuorganisatie roept overheden op om dringend te investeren in betaalbare en toegankelijke mobiliteit voor iedereen.
Een nieuwe studie van het Oeko-Institut, in opdracht van Greenpeace CEE, legt een diepe ongelijkheid bloot in het Europese mobiliteitslandschap. Het rapport laat zien hoe een gebrek aan volwaardige vervoersalternatieven veel Europeanen feitelijk uitsluit van essentiële openbare diensten en sociale infrastructuur.Het rapport “Access Denied: Transport Poverty in Europe” onthult een harde realiteit: in ongeveer 90% van de Europese landen maakt meer dan de helft van de bevolking niet regelmatig gebruik van het openbaar vervoer. Het meest opvallende cijfer is dat tot wel 56% van de mensen aangeeft effectief “afgesneden” te zijn van het openbaar vervoer, simpelweg omdat het niet beschikbaar is in hun regio.
Dit gebrek aan alternatieven dwingt tot 19% van de bevolking om een auto te bezitten, wat zorgt voor meer huishoudelijke kosten én meer CO2-uitstoot. Het rapport wijst ook op een demografische kloof: vrouwen en ouderen worden onevenredig hard getroffen door veiligheidsproblemen en fysieke barrières, waardoor het openbaar vervoer voor hen vaak geen werkbare optie is.

Alle geanalyseerde Europese landen scoren onder het Europese gemiddelde op minstens één van de elf indicatoren voor vervoersarmoede. Duitsland, Frankrijk en Bulgarije vertonen de grootste tekortkomingen. Met ons land in het peloton daar vlak achter, met vooral onrustwekkende conclusies over het gebruik van openbaar vervoer. Tsjechië, Servië en Slowakije behaalden relatief de beste resultaten op de geanalyseerde indicatoren.
Joeri Thijs, woordvoerder bij Greenpeace België: “Als miljoenen Europeanen feitelijk vastzitten, afgesneden van de jobs, gezondheidszorg en kansen die ze nodig hebben om te overleven en te groeien kan je spreken van een systeemfout. Mobiliteit is geen luxe; het is fundamenteel voor een waardig leven. Wij roepen overheden op om prioriteit te geven aan een inclusief openbaar vervoersysteem: betaalbaar, beschikbaar, veilig en betrouwbaar.”
Het rapport bevat een strategische routekaart om vervoersarmoede uit de wereld te helpen.
Nelly Unger en dr. Viktoria Noka, onderzoekers bij het Oeko-Institut: “We hebben in heel Europa sociaal inclusieve en klimaatvriendelijke vervoerssystemen nodig. Dit betekent dat we het openbaar vervoer aantrekkelijker moeten maken: met gerichte tickets om de betaalbaarheid te verbeteren, geïntegreerde planning voor een betere beschikbaarheid, extra veiligheidsprotocollen, barrièrevrije toegang en gerichte investeringen in infrastructuur. Waar openbaar vervoer geen optie is, moeten we zorgen voor een sterke afstemming tussen klimaatdoelen en sociale inclusie in ons mobiliteitsbeleid, zodat niemand achterblijft.”
Greenpeace pleit voor toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer, met speciale ‘klimaat-‘ en ‘sociale’ tickets. Wij roepen op tot een belasting voor de allerrijksten om de middelen vrij te maken die nodig zijn om deze visie voor elke Europese burger te realiseren.
Hieronder volgen de belangrijkste kerncijfers voor België:
België
Het gebruik van het openbaar vervoer in België is vrij laag: 63% van de Belgen maakt er nooit gebruik van, of minder dan één keer per maand. Slechts 13% gebruikt het dagelijks. De resultaten van België voor de 11 kernindicatoren schetsen een zeer verontrustend beeld en wijzen op een dringende noodzaak voor beleidsmaatregelen om vervoersarmoede aan te pakken. Het land behoort voor geen enkele van de geanalyseerde indicatoren tot de best presterende landen.
Te lange reistijden Van alle Europese landen heeft België het op één na hoogste aandeel mensen dat geen gebruik maakt van het openbaar vervoer omdat de reistijd te lang is (8%, vergeleken met een Europees gemiddelde van 3,5%). Alleen Slovenië registreert een hoger aandeel. Hoewel deze indicator voor de Belgische steden beter scoort dan het gemiddelde, toont hij een catastrofale situatie voor de kleine gemeenten en landelijke gebieden: geen enkel land behaalt slechtere resultaten (10,6% voor middelgrote gemeenten tegenover 3,5% gemiddeld; en 8,7% voor landelijke gebieden tegenover 2,8% gemiddeld).
Toegankelijkheid en veiligheid Uit het onderzoek komen nog andere kritieke punten naar voren:
- Lange pendeltijden: Hoewel het een vlak land is, ligt het aandeel mensen met een enkele pendelreis (woon-werk) van meer dan een uur boven het Europese gemiddelde.
- Fysieke drempels en veiligheid: België is een van de landen met het hoogste aandeel mensen dat het openbaar vervoer vermijdt vanwege een moeilijke fysieke toegang of zorgen over de veiligheid (4,6%, vergeleken met een Europees gemiddelde van 3,4%).
Het enige lichtpuntje De enige van de 11 indicatoren waarvoor België resultaten behaalt die minstens 50% beter zijn dan het Europese gemiddelde, is een indicator die verband houdt met de directe financiële last van vervoer voor de meest kwetsbare huishoudens. Deze wordt berekend op basis van het aandeel van de bevolking waarvan de vervoersuitgaven meer dan het dubbele van de nationale mediaan bedragen, terwijl het huishouden zich in de onderste helft van de uitgavenverdeling bevindt.


