Sinds eind juli woeden opnieuw felle branden in Indonesië. De branden zijn een jaarlijks terugkerend fenomeen dat dit jaar nog wordt versterkt door een heel krachtige El Niño. De hitte en droogte zijn evenwel niet de directe oorzaak van de branden: mensen profiteren van deze droge omstandigheden om brand te stichten in gebieden waar men nieuwe landbouwgrond wil maken. Greenpeace roept de Indonesische overheid op om haar veen- en natuurgebieden veel beter te beschermen en de afgebrande gebieden waar mogelijk opnieuw te herstellen.

Indonesische branden op weg naar nieuwe records?

De natuurbranden van dit jaar worden wellicht de ergste bosbranden sinds 2015. Tussen januari en september van dit jaar woedden reeds branden in zo’n 900.000 hectare bos- en veengebied. Er wordt gevreesd dat de meest problematische maanden voor branden nog moeten komen. Vooral op Sumatra, Kalimantan (het Indonesische deel van het eiland Borneo) en in het zuiden van Papua is de situatie momenteel zeer ernstig.

El Niño is een regelmatig terugkerend fenomeen waarbij het zeewater in de stille oceaan opwarmt. De huidige El Niño zou de krachtigste kunnen worden van de laatste 150 jaar. In Indonesië gaat El Niño doorgaans gepaard met hogere temperaturen en drogere omstandigheden, wat de schaal en de intensiteit van de bos- en veenbranden vergroot. Meteorologen vrezen dat de effecten van El Niño tot minstens nog enkele maanden sterk voelbaar zullen zijn in Indonesië waardoor de branden nog meer worden aangewakkerd.

Team van Greenpeace vrijwilligers helpt met blussen van branden in Indonesië.
© Stefanus Taman / Greenpeace.

Indonesische veenmoerassen van wereldbelang

Een groot aandeel van de branden zijn veenbranden. Veengebieden zijn zeer waardevolle ecosystemen, vaak met een bijzondere biodiversiteit. De veengebieden zijn de opslagplaats van gigantische hoeveelheden koolstof: de waterverzadigde omstandigheden van de veenbodems vertragen de afbraak van organisch materiaal, waardoor koolstof zich duizenden jaren lang onder de grond kan ophopen. Maar dit betekent ook dat net die veengebieden kunnen omslaan in een ‘koolstofbom’ wanneer ze worden drooggelegd of afgebrand, omdat er dan op korte tijd gigantische hoeveelheden koolstof in de atmosfeer vrijkomen. Branden in veengebieden zijn erg moeilijk te bestrijden want ze kunnen maandenlang ondergronds blijven smeulen en telkens weer oplaaien, totdat het regenseizoen begint. Ongeveer 36 % van alle tropische veengebieden in de wereld, bevinden zich in Indonesië. Het land heeft daarom een bijzondere verantwoordelijkheid voor deze ecosystemen.

Ook orang-oetans lijden onder de luchtvervuiling van de branden. © Jurnasyanto Sukarno / Greenpeace

Meeste branden zijn aangestoken

De klimaatcrisis en de El Niño versterken de branden, maar zijn niet de directe oorzaak.  Veel branden worden opzettelijk aangestoken. Mohammad Irhamni, de directeur van het National Police’s Criminal Investigation Agency verklaarde aan Associated Press  dat het vaak de eigenaars van commerciële plantages en lokale landbouwers zijn die de branden stichten om zo ruimte te maken voor landbouw. Doorgaans zijn het de lokale landbouwers die beschuldigd worden van brandstichting. Het is echter belangrijker om te onderzoeken wie de opdracht geeft voor deze brandstichting en wie er uiteindelijk financieel van profiteert. Analyse door Greenpeace toonde al herhaaldelijk aan dat veel branden worden aangestoken in opdracht van zakenlui die na de branden commerciële plantages willen aanleggen.

Onderzoeker David Gaveau van de organisatie Nusantara Atlas wijst er ook op dat deze natuurbranden in regenwouden en veengebieden ook een erfenis zijn van de massale ontbossing en bosdegradatie sinds het Soeharto-regime (1966-1998). Toen werden enorme stukken regenwoud gekapt voor houtwinning, industriële plantages en grootschalige ‘ontwikkelingsprojecten’. Het Mega Rice-Project was misschien wel het meest beruchte. Het project had als officieel doel om één miljoen hectare aan nieuwe rijstvelden aan te leggen in Centraal-Kalimantan. Het project werd een compleet fiasco: de rijstproductie mislukte, maar het regenwoud en de veenmoerassen werden vernietigd.

De overheid heeft hier geen lessen uit getrokken. Indonesië ontwikkelt momenteel nog veel grotere ontbossingsprojecten in West-Papoea. Recente analyse door het Indonesische Milieuforum (WALHI) toont aan dat meeste branden in Papoea plaatsvinden in gebieden die door de overheid werden aangeduid als ‘nationale strategische projecten’ die volgens de overheid noodzakelijk zouden zijn om de energievoorziening en de voedselveiligheid te garanderen. De schade aan het milieu en de schendingen van mensenrechten nemen er nu reeds catastrofale proporties aan.

Miljoenen mensen hebben last van luchtvervuiling 

Volgens het Indonesische ministerie van volksgezondheid werden in de maanden juli en augustus 50.000 gevallen geregistreerd van mensen die luchtweginfecties kregen als een direct gevolg van de branden. De luchtvervuiling stopt natuurlijk ook niet aan de Indonesische grenzen. Ook miljoenen mensen in omliggende landen (Singapore, Brunei, Maleisië en de Filippijnen) worden blootgesteld aan gevaarlijke niveaus van luchtvervuiling. Dit leidt in de hele regio tot het annuleren van buitenactiviteiten en het sluiten van scholen.

Duizenden mensen in Sumatra en Kalimantan krijgen luchtweginfecties door de smog veroorzaakt door bosbranden. © Ulet Ifansasti / Greenpeace

Indonesië dreigt haar klimaatdoelstellingen te missen

Op 15 september 2026 schatte het Europese Earth observatorium platform Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS) de koolstofuitstoot afkomstig van de branden in Indonesië voor dit jaar voorlopig op 76.2 megaton. Dit evenaart ongeveer de uitstoot van wat 74 middelgrote kolencentrales uitstoten in één jaar tijd. Hierdoor dreigt Indonesia haar nationale klimaatdoelstellingen te missen.

Herstel veengebieden moet terug op politieke agenda

Indonesië deed inspanningen om de ontbossing af te remmen, maar de laatste jaren gaat het de verkeerde kant op en neemt de ontbossing snel toe. Indonesië moet van de bescherming van haar bos- en veengebieden opnieuw een veel grotere prioriteit maken. 

Na de catastrofale branden in 2015, richtte de Indonesische regering een agentschap voor het herstel van de veengebieden op met als doel om tegen 2020 2.4 miljoen hectare veengebied te herstellen. In 2021, werd het mandaat van het agentschap met vier jaar  verlengd. Maar in december 2024 werd het agentschap opgedoekt, nadat het 1.6 miljoen hectare veengebied en zo’n 84,000 hectare mangroves had hersteld.

© Stefanus Taman / Greenpeace

In 2023 berekenden wetenschappers dat er in Indonesië zo’n 5.65 miljoen hectare (een gebied bijna tweemaal zo groot als België) geen bescherming geniet, hoewel deze gebieden worden bedreigd door tal van zogenaamde ‘ontwikkelingsprojecten’. De onderzoekers maken zich grote zorgen over de Indonesische ambitie om de palmolieproductie te verdubbelen ten opzichte van 2010, omdat dit onvermijdelijk zal leiden tot de opoffering van nog veel meer waardevolle regenwouden en veengebieden met een gigantische impact op het klimaat en verlies aan biodiversiteit tot gevolg.