Ver van de camera's

Onze acties zijn maar het topje van ijsberg, er is zo veel meer...

Onze acties zijn maar het topje van ijsberg, er is zo veel meer...

© Nick Cobbing/Greenpeace

Lees de getuigenissen van drie medewerkers die, hoewel ze uiteenlopende functies hebben bij Greenpeace, toch een passie voor het milieu delen.

Ver weg van de camera's Lees het ganse dossier (pdf)

Jan Vande Putte

Jan Vande Putte is een man van het terrein en onze Belgische stralingsdeskundige. Sinds de ramp van Fukushima in maart 2011 tot vandaag verbleef hij al meer dan een jaar in Japan: “Wij waren vooral aanwezig als humanitaire organisatie. We moesten de dringendste noden lenigen en reageren op een crisissituatie en tegelijk toch veel diplomatie aan de dag leggen. We moesten tot elke prijs negatieve reacties van de nationale regering vermijden. We hadden wel heel veel contact met de plaatselijke bevolking en de overheid. We gingen ter plaatse, in de buurt van Fukushima, om als eersten de radioactiviteit te meten in Iitate, een gemeente die zwaar getroffen was door de ramp. We drongen er bij de burgemeester op aan dat hij de 7.000 inwoners van het dorp zou evacueren. Een maand later besliste de regering eindelijk om het dorp te evacueren. Op dat moment hadden we geen enkele doelstelling voor het energiebeleid van het land. Die discussies gingen vanaf de zomer 2011 van start.”

Voor Greenpeace was het immers ondenkbaar dat Japan zijn kernreactoren opnieuw in werking zou stellen alsof er niets gebeurd was. Er moesten alternatieven worden onderzocht. “Beetje bij beetje sijpelde het standpunt van Greenpeace ook door in de pers en begon de bevolking naar onze eisen te luisteren. De mensen waren van hun stuk door de laksheid van de nationale overheid. Zozeer zelfs dat een meerderheid van de bevolking zich afkeerde van kernenergie. Via de media oefenden wij ook druk uit op de nationale overheid. Geleidelijk aan kwamen de tongen los. Zo wijzen seismologen er nu op hoe gevaarlijk kerncentrales zijn in een land met zoveel breuklijnen en aardbevingsrisico als Japan. Zelfs de voormalige eerste minister, die op het moment van de ramp aan de macht was, is geleidelijk aan een voorloper geworden in de strijd tegen kernenergie.”

Greenpeace werkt samen met bedrijven die inzetten op een duurzame toekomst

“Het is in elk geval in die context dat wij onze studie ‘Energy revolution in Japan’ hebben voorgesteld. Die heeft al meteen veel stof doen opwaaien. Het onderzoek omvat onder andere een noodplan met maatregelen om te voldoen aan de vraag naar energie in een land waar de ene na de andere kernreactor wordt stilgelegd. De studie toont zelfs aan dat het land zijn economie weer vlot kan trekken en tegelijk vanaf 2020 kan voldoen aan zijn doelstellingen voor beperking van de uitstoot van broeikasgassen zonder de heropstart van de reactoren die na de ramp van Fukushima zijn gesloten. Intussen werkt Greenpeace ook samen met bedrijven die willen inzetten op een duurzamer toekomst. De investeringen in zonne-energie zijn sterk toegenomen en het land heeft beslist om in de komende dertig jaar af te stappen van kernenergie.


Susanne Breitkopf

Susanne Breitkopf is een van de lobbyisten van Greenpeace. Zij werkt in Washington en lobbyt daar bij de Wereldbank. Omdat die bank onder andere infrastructuurprojecten in het midden van het regenwoud financiert, is het heel belangrijk deze instantie te bewerken om te komen tot zo duurzaam mogelijke projecten.

Susannes dagen zijn goed gevuld: “Ik neem deel aan conferenties met vertegenwoordigers van de regering of de Wereldbank. Zo kunnen we onze argumenten rechtstreeks overbrengen aan de mensen die de beslissingen nemen. Soms botsen we op sterk verzet, maar andere keren krijgen we ook positieve reacties van de ambtenaren. Vaak zitten die ook maar in hun eigen luchtbel en zoeken ze niet spontaan naar de informatie en de terreinkennis die wij hun kunnen bieden.

 Een ander deel van mijn werk bestaat erin om mensen uit landen waar veel bossen zijn rechtstreeks in contact te brengen met ambtenaren. Zo horen de lokale bewoners zonder tussenpersonen welke gevolgen een nefast beleid heeft voor het regenwoud. In Congo organiseerde Greenpeace een tournee met partners uit Congo, onder wie ook vertegenwoordigers van inheemse volken. Zij ontmoetten vertegenwoordigers van de Wereldbank en enkele Amerikaanse senatoren, die daarna bij de voorzitter van de Wereldbank een herziening van de programma’s eisten om het regenwoud en de bewoners te beschermen.”

De vertegenwoordigers van lokale gemeenschappen moeten gehoord worden

Greenpeace boekt ook succes omdat de organisatie kan rekenen op respect en een luisterend oor bij de instellingen. Daar zijn twee belangrijke redenen voor, zo verklaart Susanne: “Eerst en vooralnemen wij onze verantwoordelijkheid en onzecampagnes berusten op feiten. En ten tweedekunnen wij zorgen voor een ‘reputatierisico’,zoals de bedrijven en banken dat noemen.Dat wil zeggen dat wij de middelen hebbenom openlijk aan te klagen wat verkeerd gaat.Niemand wil het doelwit worden van eencampagne van Greenpeace, de Wereldbanknet zomin als enig ander privébedrijf.

Snelle overwinningen komen niet vaak voor, want de grote instellingen lijden vaak aan inertie en hebben geen zin in veranderingen. Maar als het lukt om een overwinning om te zetten in een wet of een bindende beleidsmaatregel, leidt dat tot echte verandering voor de lange termijn. Uiteindelijk komt het er ook op aan de mentaliteit te veranderen. Dat vergt tijd en moeite, maar als ik naar mijn dochter kijk en aan haar toekomst denk, vind ik dat het zeker de moeite waard is.”


Paul Johnston

Paul Johnston leidt de wetenschappelijke afdeling van Greenpeace aan de Britse Universiteit van Exeter. Het laboratorium bestaat sinds 1987 en heeft eigenlijk een heel eenvoudige opdracht: als je een campagne lanceert en je wilt dat ze geloofwaardig is, moet de onderliggende informatie wetenschappelijk correct zijn. Werk genoeg dus.

 “Omdat ons aantal medewerkers beperkt is, besteden wij automatisch een deel van onze analyses uit aan andere onderzoeksbureaus. We gaan als volgt te werk: afhankelijk van de benodigde analyses, beslissen we eventueel om een beroep te doen op het meest aangewezen studiebureau. Dat is belangrijk voor onze geloofwaardigheid. Zo hebben we een extern bureau aangezocht om de stalen te onderzoeken van het afvalwater dat textielbedrijven hadden geloosd in rivieren in China. Wij doen bijvoorbeeld ook heel wat onderzoek naar de dynamiek van het ijs.

We zorgen voor de bewijzen die de nodige veranderingen in gang kunnen zetten.

De opdracht van het team in Exeter bestaat dus onder andere uit het analyseren van stalen die op verschillende plaatsen zijn genomen. Maar dat is niet alles: “Wij doen ook regelmatig wetenschappelijk onderzoek voor het hoofdkantoor van Greenpeace in Amsterdam of op verzoek van een nationaal kantoor. Zo leveren we de bewijzen die daarna de mensen, op alle niveaus, moeten overtuigen dat verandering noodzakelijk is.”